Menu
JPR Advocaten

Non-concurrentie

Mededinging is de grondslag van een vrije markteconomie. De overheid mag alleen als dat noodzakelijk is voor andere doeleinden, zoals gezondheid, veiligheid en dergelijke, beperkingen opleggen. Belemmeringen van de mededinging kunnen echter ook het gevolg zijn van overeenkomsten tussen bedrijven. Sommige bepalingen in overeenkomsten hebben zelfs non-concurrentie tot doel. Het mededingingsrecht bepaalt wat wel en wat niet toelaatbaar is.

De goodwill van de onderneming is vaak verbonden met de persoon van de ondernemer. Bij de overdracht van een onderneming is het daarom essentieel dat de verkoper niet langer actief is op dezelfde markt. De klanten moeten voortaan zaken met de overnemer gaan doen. De overnemer heeft groot belang bij afspraken over non-concurrentie. Klanten zullen anders bij de verkoper blijven. De koper krijgt dan in feite niet de goodwill van de onderneming. Verder kan geheime knowhow een belangrijk deel van zijn waarde voor de overnemer verliezen als de verkoper deze zou mogen blijven gebruiken.

Non-concurrentie is ook van belang bij samenwerking tussen bedrijven. Denk aan alleen verkoop en andere vormen van exclusiviteit. Een leverancier is alleen bereid het nodige te investeren in een af-nemer als deze niet in concurrerende producten handelt.
De concurrentie tussen bedrijven mag echter niet onnodig worden beperkt of verhinderd. Het is daarom zaak de voorwaarden van het contract zorgvuldig op te stellen om te zorgen dat de afspraken over non-concurrentie rechtsgeldig zijn. Een gespecialiseerde advocaat bewijst daarbij goede diensten.

Het gaat hier om non-concurrentie tussen bedrijven. Een non-concurrentiebeding komt ook voor bij arbeidsovereenkomsten en agentuurovereenkomsten. Daar gelden aparte regels voor.

Mededingingsrecht

Mededingingsrecht komt pas in beeld als partijen een zekere positie op de relevante markt hebben. Meestal is dat pas het geval bij een marktaandeel van meer dan 10%. Het volgende geldt alleen als de afspraken over non-concurrentie een merkbare invloed op de mededinging hebben.

Mededingingsrecht is economisch recht. De tekst van de overeenkomst is daarbij niet doorslaggevend. Voor een juiste beoordeling is een economische analyse noodzakelijk. Daarbij gaat het om:

• Bepaling van de relevante productmarkt (wat zijn de concurrerende producten);
• Bepaling van de relevante geografische markt (in welk gebied zijn partijen actief);
• Bepaling van het marktaandeel van partijen op de relevante markt(en);
• Analyse van de invloed van de overeenkomst op de relevante markt.

Volgens vaste jurisprudentie zijn alle juridische, economische en feitelijke omstandigheden van belang. Men kan het mededingingsrecht dus niet omzeilen door een bepaalde tekst van het contract.

Overdracht van onderneming

Voor de concentratie van ondernemingen gelden aparte regels. Concentratie is overgang van zeggenschap in een onderneming. Fusies en overnames zijn concentraties, evenals het oprichten van een zelfstandige gemeenschappelijke onderneming (joint-venture). Afspraken over non-concurrentie worden beschouwd als nevenrestrictie bij een concentratie voor zover deze noodzakelijk zijn voor de concentratie. Het kartelverbod is daarop niet van toepassing. Daarbij gaat het meestal over overdracht van goodwill. Soms betreft het ook geheime knowhow. De afspraken over non-concurrentie mogen niet verder gaan dan noodzakelijk is voor het behoud van de goodwill en eventuele geheime knowhow. Het hangt van de producten van de over te dragen onderneming en de markt waarin zij opereert af voor hoe lang non-concurrentie mag worden overeengekomen. De maximale duur van een non-concurrentie beding is normaal gesproken:

• drie jaar bij overdracht van goodwill en knowhow
• twee jaar als alleen goodwill wordt overgedragen.

Overdracht van alleen materiële activa rechtvaardigt geen afspraken over non-concurrentie.

Het gebied waar de afspraken voor gelden mag niet ruimer zijn dan het gebied waarin de verkoper actief was en het eventuele gebied waarvoor de verkoper al concrete stappen had gezet om in actief te worden. Verder mogen de afspraken alleen de goederen of diensten betreffen die de verkoper verhandelde.

Groepsvrijstellingen

Teneinde bedrijven zekerheid te bieden bestaan voor bepaalde groepen overeenkomsten zogenaamde groepsvrijstellingen van het kartelverbod. Deze groepsvrijstellingen kennen ook regels voor non-concurrentie bedingen.

Verticale overeenkomsten

De meest voorkomende groep omvat verticale overeenkomsten. Verticale overeenkomsten zijn overeenkomsten tussen bijvoorbeeld fabrikant en groothandel en tussen groothandel en detailhandel. In de groepsvrijstelling verticale overeenkomsten staan regels voor non-concurrentiebedingen. Dit zijn bedingen waarbij de afnemer wordt verplicht 80% of meer van zijn behoefte bij de leverancier te betrekken en/of geen concurrerende producten te verhandelen.

Een dergelijk beding van non-concurrentie mag niet langer dan vijf jaar duren. Het beding mag niet stilzwijgend verlengbaar zijn tot in totaal meer dan vijf jaar. Als de afnemer echter zijn bedrijfsruimte huurt van de leverancier of een door hem aangewezen derde mag de duur van de non-concurrentie gelijk zijn aan de duur van de huurovereenkomst. Bekende voorbeelden zijn de levering van bier aan de horeca en levering van brandstoffen voor motorvoertuigen aan tankstations. Normaal gesproken mag het non-concurrentiebeding niet langer duren dan de overeenkomst zelf.

In franchiseovereenkomsten mogen echter afspraken over non-concurrentie na afloop worden gemaakt als deze:

• beperkt zijn tot de contractproducten;
• beperkt zijn tot de bedrijfsruimte van de franchisenemer;
• niet langer dan een jaar duren en
• noodzakelijk zijn voor het behoud van de aan de franchisenemer ter beschikking gestelde geheime knowhow.

Indien niet aan deze voorwaarden wordt voldaan profiteert alleen het non-concurrentie beding niet van de groepsvrijstelling, maar heeft dit geen invloed op de rest van de overeenkomst.

Voor selectieve distributie gelden aparte regels. Bij selectieve distributie mag een wederverkoper de contractproducten alleen aan andere erkende wederverkopers of aan eindafnemers verkopen. Selectieve distributie is alleen toelaatbaar bij producten die speciale kennis vereisen. Selectie mag alleen op basis van kwaliteitseisen en niet op grond van te verkopen hoeveelheden. Bij selectieve distributie mag verkoop van concurrerende producten niet worden verboden.

De groepsvrijstelling is echter in het geheel niet van toepassing indien de overeenkomst een of meer zogenaamde hardcore beperkingen bevat, zoals verticale prijsbinding.

De groepsvrijstelling geldt alleen als het marktaandeel van de leverancier niet hoger is dan 30%.

Motorvoertuigen

Voor de verhandeling van nieuwe motorvoertuigen geldt een aparte groepsvrijstelling met globaal dezelfde regels. Voor reparatie en onderhoud en de handel in reserveonderdelen gelden aanvullende regels.

Specialisatieovereenkomsten

Bij een specialisatieovereenkomst besteedt een partij de productie van goederen of diensten uit aan de andere partij. Vaak worden daarbij afspraken over exclusieve afname of levering gemaakt. Het marktaandeel van partijen mag op geen enkele markt groter dan 20% zijn.

Hardcorebeperkingen

De groepsvrijstellingen zijn niet van toepassing bij zogenaamde hardcore beperkingen, zoals prijsbinding bij verkoop aan derden.

Meer weten over onze dienstverlening?
Neem contact op
Op de hoogte blijven?
Meld u aan voor de nieuwsbrief: