Menu
JPR Advocaten

Ambtenaar verricht heimelijk nevenwerkzaamheden en wordt ontslagen op staande voet

Geschreven op 25 maart 2021  •  Auteur:
Ambtenaar verricht heimelijk nevenwerkzaamheden en wordt ontslagen op staande voet

Een ambtenaar bij een gemeente is op staande voet ontslagen wegens het verrichten van omvangrijke nevenwerkzaamheden. De ambtenaar had het verrichten van nevenwerkzaamheden op grond van de binnen de gemeente toepasselijke Gedragscode en op grond van de Ambtenarenwet 2017 dienen te melden bij zijn werkgever.

Wat gebeurde er?

De ambtenaar is werkzaam voor 36 uur per week. Vanaf medio maart 2020 verricht de ambtenaar zijn werkzaamheden in verband met de maatregelen rondom COVID-19 vanuit huis.

Niet snel daarna gaat de ambtenaar naast zijn eigen werk werkzaamheden voor andere gemeenten verrichten. Dat doet de ambtenaar eerst drie maanden voor 26 uur per week bij de ene gemeente en aansluitend op fulltime basis voor de andere gemeente.

Door een digitale melding van de andere gemeente raakt de werkgever van de ambtenaar op de hoogte van de nevenwerkzaamheden. De werkgever vraagt de ambtenaar hiernaar. Tijdens het gesprek dat hierop volgt verzwijgt de ambtenaar een deel van de verrichtte nevenactiviteiten.

De ambtenaar is eerst op non-actief gesteld en daarna op staande voet ontslagen. Het wordt de ambtenaar verweten dat hij nevenwerkzaamheden heeft verricht zonder voorafgaande goedkeuring te vragen en dat hij niet transparant is geweest toen zijn werkgever hiernaar vroeg.

Volgens de werkgever had de ambtenaar het verrichten van nevenwerkzaamheden moeten melden op grond van de binnen de gemeente geldende Gedragscode die op de arbeidsverhouding van toepassing is verklaard. In de Gedragscode staat dat het verboden is om nevenwerkzaamheden te verrichten waardoor het goed functioneren van de ambtenaar niet langer is verzekerd.

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter overweegt dat naast de Gedragscode van de gemeente ook de Ambtenarenwet 2017 van toepassing is. Dat betekent onder meer dat de ambtenaar zich dient te gedragen zoals een goed ambtenaar betaamt (op grond van artikel 6 lid 1 Ambtenarenwet 2017).

Aan een ambtenaar in overheidsdienst worden hoge eisen gesteld ten aanzien van integriteit en betrouwbaarheid. Ook op grond van de Ambtenarenwet 2017 had de ambtenaar het verrichten van nevenwerkzaamheden dienen te melden. Dat de ambtenaar dit niet heeft gedaan, wordt hem verweten.

Daarnaast wordt het de ambtenaar aangerekend dat hij tijdens het gesprek met zijn werkgever geen open kaart heeft gespeeld door een deel van zijn nevenwerkzaamheden te verzwijgen. En openheid en transparantie mag wel van een goed werknemer – en goed ambtenaar – verwacht worden. Daarmee staat vast dat de ambtenaar niet integer heeft gehandeld.

De ambtenaar voert nog tevergeefs aan dat zijn ‘eigen werk’ niet lijdt onder de werkweken van 64 uur, omdat hij weinig slaap nodig heeft.

Het structureel verrichten van werkzaamheden voor 64 uur per week kan gevolgen hebben voor de kwaliteit van het werk. Bovendien legt de ambtenaar daarmee het risico van overbelasting met alle financiële gevolgen van dien bij zijn werkgever.

De slotsom is dat het ontslag standhoudt. De ambtenaar ontvangt geen vergoeding.

Wat betekent deze uitspraak voor de praktijk?

De gemeenteambtenaar in onderhavige zaak is sinds inwerkingtreding van de Wnra werknemer in de zin van het Burgerlijk Wetboek, maar ook ambtenaar in de zin van de Ambtenarenwet 2017.

Deze uitspraak illustreert dat voor die ambtenaren aanvullende, wellicht strengere, regels van toepassing zijn op het gebied van integriteit – en dat de jurisprudentie van de Centrale Raad van Beroep relevant blijft voor de beoordeling van het handelen van die werknemer.



Op de hoogte blijven?
Meld u aan voor de nieuwsbrief: