Menu
JPR Advocaten

Poseren voor foto is nog geen toestemming voor publicatie van de foto

Geschreven op 6 juni 2019  •  Auteur: Dmitry Grobokopatel
Poseren voor foto is nog geen toestemming voor publicatie van de foto

In een recent vonnis boog de rechter zich over de vraag of een werknemer die poseert voor een foto, daarmee ook toestemming geeft voor verdere publicatie van zijn foto voor promotionele doeleinden. Kort gezegd moet de gebruiker van deze foto bewijzen dat de werknemer toestemming heeft gegeven voor verdere publicatie. Lukt dat de gebruiker niet, dan kan deze publicatie onrechtmatig zijn en is de gebruiker gehouden tot schadevergoeding.

Feiten

Een oud-werknemer van de inmiddels failliete Parcelplus B.V. (‘Parcelplus’) treedt in deze procedure op als de eisende partij (‘eiser’). Logistics Solutions B.V. (‘PostNL’) gaf Parcelplus in 2013 de opdracht om wat werknemers van Parcelplus te fotograferen. PostNL gebruikt deze foto’s vervolgens voor commerciële doeleinden, zoals op PostNL’s internetsite, transportmiddelen en in reclamespotjes. Het betreft de volgende foto:

De eerste onderhandelingen

Parcelplus en PostNL onderhandelen per e-mail over de afkoop van de portretrechten. Eiser staat in de cc van deze e-mails. Eiser stelt vervolgens een aantal bedragen voor als afkoopsom voor het gebruik van eisers portretrecht, waaronder een bedrag van € 10.000,00 als vergoeding voor onbepaald gebruik van eisers foto. Op enig moment vertrekt bij PostNL de werknemer die voor PostNL onderhandelt en liggen de onderhandelingen stil. Parceplus stuurt een factuur van € 12.100,00 voor de afkoop van de portretrechten van Parcelplus’ werknemers, maar crediteert deze factuur later.

Onderhandelingen worden zonder de werknemer voortgezet

Parcelplus en PostNL treden opnieuw in overleg over de afkoop van portretrechten. Deze keer is eiser niet in de cc van de e-mails tussen Parcelplus en PostNL opgenomen. PostNL koopt voor een bedrag ad € 960,00 de portretrechten van Parcelplus’ werknemers af bij Parcelplus.

Geschil

Eiser is niet gecompenseerd voor het gebruik van zijn foto’s, maar ziet dat PostNL eisers foto’s nog steeds gebruikt. Eiser schrijft PostNL aan en stelt zich op het standpunt dat PostNL geen licentie heeft voor het gebruik van eisers portretrecht. PostNL daarentegen meent kort gezegd dat eiser wel toestemming heeft gegeven voor het gebruik van zijn foto en wijst er zo nodig op dat eisers voormalige werkgever Parcelplus deze toestemming namens eiser heeft verleend. Eiser ontkent dat hij toestemming heeft gegeven voor commercieel gebruik van zijn foto; volgens eiser heeft hij alleen toestemming gegeven voor intern gebruik ten behoeve van een presentatie. Eiser en PostNL belanden in een geschil.

Heeft eiser toestemming verleend door te poseren op een foto?

De kantonrechter oordeelt dat van toestemming aan eisers zijde alleen sprake is indien eiser met de wijze waarop de foto is gepubliceerd expliciet heeft ingestemd, dan wel geacht moet worden daarmee impliciet te hebben ingestemd. De gebruiker van de foto moet zich er voldoende van vergewissen dat eiser toestemming heeft verleend voor de betreffende publicatie.

De kantonrechter constateert dat een schriftelijke toestemming ontbreekt. Vervolgens overweegt de kantonrechter dat het feit dat eiser poseert voor een foto, niet meteen betekent dat eiser toestemming geeft voor publicatie van zijn foto. PostNL moet bewijzen dat eiser wel zijn toestemming heeft verleend voor verdere publicaties, maar slaagt hier niet in. Ook mocht PostNL niet vertrouwen op de regeling die is getroffen met eisers voormalige werkgever, mede nu daarin een veel lager bedrag (€ 480,00) stond opgenomen dan eiser eerder voorstelde (namelijk: € 10.000,00) en doordat eiser niet is betrokken geweest bij de latere onderhandelingen. Ook is eiser nooit gecompenseerd voor het gebruik van zijn foto. Eiser wordt dan ook niet geacht zijn toestemming te hebben verleend.

Redelijk belang om te verzetten?

Doordat een toestemming ontbreekt, toetst de kantonrechter of eiser een redelijk belang heeft om zich te verzetten tegen de publicatie. Dat redelijk belang is er, nu de foto kort gezegd wordt gebruikt voor commerciële doeleinden. Eiser dient namelijk zelf te kunnen bepalen met welke producten en diensten hij geassocieerd wil worden. Dit belang vloeit voort uit eisers recht op privacy en weegt in dit kader zwaarder dan PostNL’s recht op vrijheid van meningsuiting.

Oordeel van de kantonrechter

Eiser mag zich dan ook verzetten tegen de verdere publicatie van zijn foto’s en heeft ook recht op schadevergoeding. De kantonrechter vindt de door eiser gevorderde schadevergoeding ad € 10.000,00 aan de hoge kant en stelt de schadevergoeding bij naar € 5.000,00.

Slotsom

Het valt aan te bevelen om afspraken inzake het maken van foto’s op voorhand schriftelijk vast te leggen, zodat discussies achteraf worden voorkomen. Indien niets schriftelijk wordt vastgelegd, moet de gebruiker van een bepaalde foto bewijzen dat de geportretteerde toestemming heeft verleend voor een bepaalde publicatie. Dat brengt de gebruiker van de foto in een lastige positie wanneer niks schriftelijk is vastgelegd en de geportretteerde ontkent dat hij zijn toestemming heeft verleend voor publicaties. Slaagt de gebruiker niet in zijn bewijslast, dan kan hij gehouden worden tot schadevergoeding.

Soms worden ook externe fotografen ingeschakeld voor het maken van foto’s. In dat geval dienen ook met de fotograaf afspraken te worden gemaakt over het gebruik van zijn foto’s.

Hebt u vragen over het gebruik van foto’s voor promotionele doeleinden? Ons team IE- en ICT-recht adviseert u graag.


Dmitry Grobokopatel
Mr. D.A. Grobokopatel

“Discussiëren in een dynamische omgeving is aan mij besteed. Ik duik diep in de materie en zoek graag de juridische grenzen op. Bij JPR heb ik de eer om mij bezig te houden met het intellectueel eigendomsrecht. Ik behandel voornamelijk vraagstukken over soft-IP (merken, handelsnamen, domeinnamen en auteursrecht), onrechtmatige publicaties (portretrecht en lasterkwesties) en commerciële (ICT-)contracten. Met een gezonde dosis energie bescherm ik de ideeën, identiteit en reputatie van mijn klanten.
 
Net als het IE-recht, blijf ik voortdurend in ontwikkeling. Zo houd ik mijn kennis actueel. Ik denk verder graag actief mee met mijn klanten en anticipeer op de ontwikkelingen in een organisatie. Met een snelle en pragmatische aanpak heb ik mijn missie voortdurend voor ogen: aan het einde van de rit is mijn klant tevreden.”

Over Dmitry

Dmitry is sinds 2016 werkzaam als advocaat bij JPR Advocaten in het ondernemingsrecht, intellectueel eigendomsrecht en ICT-recht. Voor Dmitry staan kwaliteit en toewijding voorop. Dankzij zijn nieuwsgierigheid en betrokkenheid streeft hij in iedere zaak het maximale resultaat na.

Contact opnemen met JPR

Op de hoogte blijven?
Meld u aan voor de nieuwsbrief: