Menu
JPR Advocaten

'Vanuit huis werken met een concurrentiebeding: mag dat?'

Geschreven op 12 februari 2019  •  Auteur: Hugo de Boef
'Vanuit huis werken met een concurrentiebeding: mag dat?'

Met vaak hoge boetebedragen wordt het werknemer met een concurrentiebeding verboden bij de concurrent in dienst te treden.
Niet altijd is het mogelijk om een concurrentiebeding op te nemen in een arbeidsovereenkomst. Zo zal een concurrentiebeding in een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd niet geldig zijn, tenzij de werkgever de onderliggende zwaarwegende bedrijfs- en/of dienstbelangen motiveert.
Een andere belangrijke voorwaarde is dat het beding schriftelijk moet worden overeengekomen. En zelfs wanneer het beding schriftelijk is opgenomen kan discussie ontstaan over de werking, want zijn de gekozen woorden wel voldoende duidelijk?
In de volgende zaak bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden ontstond discussie over de tekst van het concurrentiebeding.

Wat was er aan de hand?

Werknemer is een webshopmanager op het hoofdkantoor van een bouwmarkt. In het  concurrentiebeding is opgenomen dat werknemer binnen een jaar na einde arbeidsovereenkomst niet binnen een straal van 30 kilometer van zijn vestiging concurrerende werkzaamheden mag verrichten.
 
Op enig moment neemt werknemer ontslag en treedt werknemer in dienst van de concurrent. De standplaats van die werknemer is op het hoofdkantoor van de concurrent dat buiten de straal van 30 kilometer ligt. Echter, die concurrent heeft een vestiging die wél is gelegen binnen de straal van 30 kilometer van de ex-werkgever.

Het standpunt van de werkgever

Werkgever is van oordeel dat werknemer inbreuk maakt op het concurrentiebeding.
Als reden voert werkgever aan dat werknemer in dienst treedt bij de concurrent die een vestiging heeft binnen een straal van 30 kilometer van werkgever. Dat werknemer op het hoofdkantoor elders werkt, maakt geen verschil. De werkgever stelt dat het de bedoeling is geweest van partijen te voorkomen dat werknemer in dienst treedt van een concurrent die een vestiging heeft binnen de 30 kilometer.
Volgens werkgever zal het effect van de werkzaamheden die worden verricht vanaf het hoofdkantoor van de concurrent zich uitstrekken tot de concurrerende vestiging binnen die 30 kilometer.

Wat beslist het gerechtshof?

Het hof overweegt kort gezegd dat bij de uitleg van een concurrentiebeding de partijbedoeling een rol kan spelen (en dus niet alleen de letterlijke tekst).
Echter, de werkgever kan in deze kwestie niet voldoende aantonen dat de werknemer begreep dat ook een concurrent die een nevenvestiging heeft binnen de straal van 30 kilometer vanaf de vestiging van de ex-werkgever bedoeld wordt in het concurrentiebeding.
Om die reden hecht het hof zwaar gewicht aan de tekst van het beding. Die tekst verbiedt slechts dat werknemer werkzaamheden verricht binnen een straal van 30 kilometer vanaf de vestiging van de ex-werkgever. Daarvan is geen sprake.
 
Opvallend is dat in deze zaak nog wordt overwogen dat het werknemer is toegestaan de werkzaamheden in zijn woonplaats te verrichten (buiten de 30 kilometergrens), want “[…] de plaats waar de werkzaamheden feitelijk worden verricht [is] doorslaggevend en niet de plaats van vestiging van de nieuwe werkgever van de werknemer.”

De gevolgen voor de praktijk

Geschillen rondom het concurrentiebeding zijn doorgaans erg casuïstisch; op voorhand valt niet met zekerheid te zeggen wanneer een concurrentiebeding stand houdt of niet.
Uit dit arrest valt in ieder geval af te leiden dat de bedoeling van de werkgever bij het concurrentiebeding niet zomaar werknemer kan worden tegengeworpen. De werkgever zal moeten kunnen aantonen dat die kennelijke bedoeling de werknemer ook voldoende duidelijk is geweest.
Dat kan dus tot gevolg hebben dat een concurrentiebeding kan worden ontdoken door een werknemer vanuit huis te laten werken. Mits de feitelijke werkplek maar buiten de geografische reikwijdte van het concurrentiebeding ligt.
 

Tips

De schriftelijke formulering van een concurrentiebeding vormt het startpunt in eventuele geschillen rondom het concurrentiebeding; los van de eventuele andersluidende partijbedoeling. U dient dus goed na te denken over de tekst.
 

De opmaak van het concurrentiebeding is maatwerk. De kans dat het beding standhoudt, is meestal groter wanneer het beding is geformuleerd door een specialist die kennis heeft van de bedrijfsvoering. Iemand die de (juridische) mogelijkheden en onmogelijkheden kan overzien.
 
In deze casus had werkgever een mogelijke rechtszaak kunnen voorkomen door het de tekst van het concurrentiebeding aan te passen aan het digitale tijdperk.
 
Vragen over het concurrentiebeding? Het team arbeidsrecht van JPR Advocaten denkt mee, pakt aan en lost op.


Hugo de Boef
Hugo de Boef


"Als advocaat zie ik het als mijn rol om voorop te lopen in het doolhof van wet- en regelgeving. Met mijn kennis en ervaring vallen mij de relevante details in een vroeg stadium op. Dat is belangrijk, want die details kunnen op een later moment een mogelijke rol gaan spelen.

Ik voel mij betrokken bij de mensen die ik bijsta en de zaken die ik doe. De verschillende mensen die ik dagelijks spreek en de complexe zaken die ik doe, zorgen voor uitdaging en een prettige afwisseling in mijn werk. Elke oplossing die ik aandraag vergt creativiteit en dat geeft mij een gevoel van vrijheid."

Over Hugo

Na afronding van de politieacademie begon Hugo zijn loopbaan als politieagent. Vanwege de behoefte aan meer theoretische kennis en daarmee uitdaging, besloot hij rechten te studeren. Sinds 2014 is Hugo naast zijn studie onder andere werkzaam geweest als griffier bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. Vanaf 2017 werkt hij bij JPR Advocaten in Deventer. Hugo is werkzaam op het gebied van arbeids- en ondernemingsrecht en gespecialiseerd in de Wet normering topinkomens (WNT).

Contact opnemen met JPR

Op de hoogte blijven?
Meld u aan voor de nieuwsbrief: