Menu
JPR Advocaten

Het acceptatiebeleid van de redelijk handelend verzekeraar: een ommekeer?

Geschreven op 15 juni 2017  •  Auteur: Bart Holthuis
Het acceptatiebeleid van de redelijk handelend verzekeraar: een ommekeer?

Artikel 7:930 BW regelt de rechtsgevolgen van niet-nakoming van de mededelingsplicht voor het recht op uitkering. Artikel 7:930 lid 4 BW bepaalt dat de verzekeraar geen uitkering verschuldigd is indien de verzekeraar bij kennis van de ware stand van zaken geen verzekering zou hebben gesloten.

Tot voor kort was het uitgangspunt in literatuur[1] en jurisprudentie[2] het acceptatiebeleid van de “redelijk handelend verzekeraar” en niet dat van een individuele verzekeraar.

In zijn arrest van 4 april 2017 heeft het Gerechtshof Amsterdam (ECLI:NL:GHAMS:2017:1195) met onder meer een beroep op de wetsgeschiedenis (Hotel Wilhelmina: ECLI:NL:HR:1978:AC6258) juist het acceptatiebeleid van de individuele verzekeraar vooropgesteld. In deze zaak deed zich wel de bijzonderheid voor dat de verzekerde zelf zo alert was geweest met twee deskundigenberichten op de proppen te komen. Beide deskundigen, zo valt uit het arrest af te leiden, waren kennelijk van oordeel dat een redelijk handelend verzekeraar de polis zou hebben gesloten.         

Het Hof Amsterdam oordeelde echter dat het acceptatiebeleid van de individuele verzekeraar bij de uitleg van een “redelijk handelend verzekeraar” centraal dient te staan. Daarbij vormt de Handleiding Medische Acceptatie Geneeskundig Adviseurs Verzekeringszaken[3] in geval van arbeidsongeschiktheidsverzekeringen een relevant aanknopingspunt. Voor zover het gaat om aandoeningen die niet in de handleiding worden vermeld komt in het arrest van het Hof een aantal concrete acceptatiecriteria aan de orde, zoals:

  • de aard van de aandoeningen;
  • de lichamelijke belastbaarheid van het beroep;
  • de duur van de klachten;
  • in dit geval kennelijk ook de moeilijke verklaarbaarheid van de klachten;
  • eventuele discrepantie tussen de duur van de klachten en de duur van de arbeidsongeschiktheid;
  • de bevindingen bij onderzoek.


Het Hof Amsterdam, zoals President J.W. Hoekzema ter gelegenheid van de jaarvergadering van de Vereniging van Verzekeringswetenschap op 7 april 2007 heeft toegelicht, wijst er nadrukkelijk op dat “in dit geval” niet maatgevend is wat “een redelijk handelend verzekeraar of een individuele concurrent (Aegon) bereid zou zijn te accepteren”.

[1] Vgl. o.a. Verzekeringsrecht Praktisch Belicht, Hendrikse en Rinkes, derde druk, pag. 208

[2] Vgl. o.a. Geschillencommissie KiFiD, 9 mei 2017 (2017-291) en 16 augustus 2016 (2016-367). In laatstgenoemde uitspraak overwoog de Geschillencommissie expliciet: “… De enkele stelling van verzekeraar dat hij zelf geen verzekering zou hebben gesloten is, zoals reeds hiervoor overwogen, niet voldoende bewijs nu het gaat om het acceptatiebeleid van een redelijk handelend verzekeraar … ".

[3] Mei 2004 van de “Aandachtscommissie AOV van de GAV”

Een ommekeer?

Eén zwaluw maakt nog geen lente. Het Hof Amsterdam was in dit specifieke geval (“in dit geval”) kennelijk van oordeel dat sprake was van een stevige verzwijgingszaak op grond waarvan van de verzekeraar niet gevergd kon worden de arbeidsongeschiktheidsverzekering in stand te laten. Het Hof werd echter geconfronteerd met twee medische adviezen met als strekking dat een redelijk handelend verzekeraar de polis zou hebben gesloten. Om van een breuk met het verleden te spreken is wat mij betreft nog te vroeg. In appèl is in het geheel niet gediscussieerd over het acceptatiebeleid van een redelijk handelend verzekeraar in de zin van art. 7:930 lid 4 BW, terwijl de verzekerde cassatie-advies heeft gevraagd, waarvan de uitkomst op dit moment nog niet bekend is.

Met dit arrest lijkt het niettemin voor verzekeraars van belang, wellicht meer prominent dan voorheen, het eigen acceptatiebeleid te concretiseren dan wel te promoten. Verzekeraars doen er daarbij verstandig aan de acceptatiecriteria schriftelijk vast te leggen en via website of anderszins voor derden kenbaar te maken.

Voor het volledige arrest lees hier.


Bart Holthuis
Mr. B. Holthuis

Bart Holthuis is advocaat bij JPR Advocaten in Deventer en werkzaam in het Verzekeringsrecht. Zijn specialisaties binnen dit rechtsgebied zijn: verzekerings- en aansprakelijkheidsrecht en letselschade. Bart is sinds 1980 actief als advocaat.

Contact opnemen met JPR

Op de hoogte blijven?
Meld u aan voor de nieuwsbrief: