Menu
JPR Advocaten

De betekenis van het woord ‘per’ en het mislopen van ruim € 53.000

Geschreven op 25 februari 2021  •  Auteur: Sjoerd van der Vegt
De betekenis van het woord ‘per’ en het mislopen van ruim € 53.000

Op welke dag eindigt een arbeidsovereenkomst die is opgezegd per 1 maart? En wanneer dient dan uiterlijk het verzoekschrift tot betaling van de transitievergoeding door de rechtbank te zijn ontvangen? Hierover heeft de Hoge Raad zich op 5 februari 2021 uitgelaten.

Wettelijk kader

Vanuit het perspectief van de rechtszekerheid kent het (arbeids-)recht veel termijnen. Door het stellen van een vervaltermijn weten partijen waar zij aan toe zijn. Is de betreffende vervaltermijn verstreken, dan kan de ene partij tegenover de andere partij geen beroep meer doen op bepaalde rechten. Dit is in de wet ook geregeld voor het verzoek aan de rechter om te bepalen dat een werkgever de wettelijke transitievergoeding dient te betalen. Het begin van de termijn en dus ook het einde van de termijn hangt af van het moment dat de arbeidsovereenkomst eindigt.

Art. 7:672 lid 1 BW bepaalt over de opzegging van de arbeidsovereenkomst:

Opzegging geschiedt tegen het einde van de maand, tenzij bij schriftelijke overeenkomst of door het gebruik een andere dag daarvoor is aangewezen.


Art. 7:686a lid 4, aanhef en onder b, BW luidt ten aanzien van het verzoekschrift waarin betaling van de transitievergoeding wordt gevorderd:

De bevoegdheid om een verzoekschrift bij de kantonrechter in te dienen vervalt:

(…);
b. drie maanden na de dag waarop de arbeidsovereenkomst is geëindigd, indien het een verzoek op grond van de artikelen 673, 673b en 673c betreft;
(…)

Terug naar de casus

Werknemer treedt in 1990 in dienst van de werkgever. In 2017 verkrijgt de werkgever van het UWV toestemming om de arbeidsovereenkomst met de werknemer op te zeggen wegens langdurige arbeidsongeschiktheid. De werkgever maakt van deze toestemming gebruik en zegt de arbeidsovereenkomst bij brief van 9 november 2017 op per 1 maart 2018:

Onder verwijzing naar onze brief van 18 september 2017 en naar de op 3 november 2017 door het UWV afgegeven ontslagvergunning, zeggen wij hierbij – met inachtneming van de voor u op grond van artikel 7:672 BW geldende opzegtermijn – uw arbeidsovereenkomst met de bank op per 1 maart 2018.

Tussen partijen ontstaat een discussie over de verschuldigdheid van de transitievergoeding. De werknemer verzoekt de rechtbank de werkgever te veroordelen tot betaling van een transitievergoeding van € 53.111,94 bruto. De rechtbank ontvangt het verzoek op 30 mei 2018.

Oordeel kantonrechter

De kantonrechter wijst de vordering van de werknemer af. De kantonrechter oordeelt dat het verzoek is ingediend na afloop van de toepasselijke vervaltermijn. Volgens de kantonrechter liep deze termijn af op 28 mei 2018 om 24:00 uur.

Oordeel hof

Het hof komt tot een andere slotsom en veroordeelt de werkgever alsnog tot betaling van een bedrag van € 53.111,94 bruto. De werknemer was wel op tijd met het indienen van het verzoekschrift.

Volgens het hof gaat om de betekenis die kan worden toegekend aan de opzegging per 1 maart. Eindigt de arbeidsovereenkomst op 1 maart 2018 of al op 28 februari?

Indien naar de tekst van art 7:672 wordt gekeken, is het logisch dat een opzegging per 1 maart inhoudt dat de arbeidsovereenkomst eindigt op 28 februari, aldus het standpunt van de werkgever.

Werknemer zegt het zo te hebben opgevat dat de laatste arbeidsdag 28 februari is, maar dat de beëindiging zou plaatsvinden op de aangezegde dag van 1 maart.

Volgens [de werkneemster] hield de opzegging van de arbeidsovereenkomst “per 1 maart 2018” in dat [de werkneemster] tot en met 28 februari 2018, oftewel tot 1 maart 2018 in dienst is geweest. De laatste dag van het dienstverband was 28 februari 2018. Aangezien die dag nog deel uitmaakte van het dienstverband, kan het dienstverband niet op die dag zijn geëindigd, maar eindigde die op 1 maart, aldus [de werkneemster].

Het woord ‘per’ betekent in het normale spraakgebruik ‘vanaf’ of met ’ingang van’. Indien indiensttreding per 1 maart inhoudt dat het dienstverband start op 1 maart, dan houdt een opzegging per 1 maart in dat de arbeidsovereenkomst eindigt op 1 maart. Het hof overweegt dat als de werkgever iets anders wilde bereiken dan een einde van de arbeidsovereenkomst op 1 maart, zij dat in de opzegbrief expliciet had moeten vermelden. Met het woord ‘per’ creëert de werkgever een onduidelijke situatie. De werkgever dient voor de gevolgen in te staan, oordeelt het hof.

De vervaltermijn van drie maanden begint vervolgens op 2 maart. Het verzoek mocht dus nog tot 1 juni worden ingediend. Het op 30 mei ontvangen verzoek is aldus op tijd, aldus het Hof.

Oordeel Hoge Raad

De Hoge Raad haalt een streep door de uitspraak van het Hof en bekrachtigt alsnog de uitspraak van de kantonrechter. De Hoge Raad overweegt:


“Een voor de hand liggende en in de praktijk gangbare en goed hanteerbare uitleg van de wettelijke regeling betreffende het eindigen van een arbeidsovereenkomst, is dat de overeenkomst eindigt aan het einde van de laatste dag van de looptijd daarvan (hierna: de laatste werkdag). Met ingang van de eerste daaropvolgende dag bestaat de arbeidsovereenkomst niet meer.”

Gebruik van het woord ‘per’ leidt niet tot een andere einddatum, indien dit niet volgt uit de overeenkomst of het gebruik. Werknemer heeft drie maanden de tijd om een verzoekschrift in te dienen. De termijn begint op de eerste dag na de laatste werkdag en loopt af aan het einde van de met de laatste werkdag overeenstemmende dag drie maanden later, een en ander met inachtneming van de Algemene Termijnenwet. Hierop bestaat een uitzondering, die zich hier echter niet voordoet. Eindigt de arbeidsovereenkomst in een maand die langer is dan de maand waarin de vervaltermijn valt, dan eindigt de termijn aan het einde van de die (kortere) maand.

Conclusie

Uit deze casus kunnen drie conclusies worden getrokken:

  1. Over betekenis die moet worden toegekend aan een simpel woord van drie letters kan uitgebreid worden geprocedeerd / gediscussieerd;
  2. In beginsel eindigt een arbeidsovereenkomst aan het einde van de laatste werkdag;
  3. Vervaltermijnen zijn super verraderlijk en de gevolgen van het laten verlopen van vervaltermijnen zijn in beginsel onomkeerbaar.

Juridisch advies

Twijfel je over het gebruik van de juiste woorden of dreigt een termijn te verlopen, laat je dan goed adviseren. Het is altijd verstandig het niet op het laatste moment te laten aankomen.


Sjoerd van der Vegt
Sjoerd van der Vegt CPL

“De uitdaging, de complexiteit en de diversiteit die dit vak met zich meebrengen, spreken mij enorm aan. Standaardoplossingen bestaan niet, geen enkele zaak of klant is hetzelfde. Goede kennis van de klant en de onderneming zijn van essentieel...

Contact opnemen met JPR

Op de hoogte blijven?
Meld u aan voor de nieuwsbrief: