Menu
JPR Advocaten

UAV-GC: alles wat je als aannemer al wilde weten maar nooit durfde te vragen. Deel 1.

Geschreven op 6 april 2016  •  Auteur: Peter Breukelaar
UAV-GC: alles wat je als aannemer al wilde weten maar nooit durfde te vragen. Deel 1.

Omdat we kunnen vaststellen dat de UAV-GC niet meer alleen bij grote GWW-werken wordt toegepast, maar ook steeds vaker bij zowel grotere als kleinere B&U projecten, zet ik voor de aannemers die niet of minder bekend zijn met dit fenomeen een aantal zaken op een rijtje, in de vorm van een aantal veel gestelde vragen. Vanwege de omvang verschijnt deze nieuwsbrief in twee delen; nu het eerste deel; volgende week, zelfde plaats, zelfde tijd, verschijnt deel 2.

1. De UAV-GC: is dat net zoiets als de UAV 2012?

Ja en nee. Ja, want de UAV-GC zijn algemene voorwaarden, net zoals de UAV 2012. Nee, want de UAV‑GC gaan uit van een geïntegreerde contractvorm, vandaar de GC. Geïntegreerd worden ontwerp- en uitvoeringactiviteiten.

De UAV-GC zijn tot stand gekomen op initiatief van het CROW met het doel één standaard te ontwikkelen voor de situatie waarin een opdrachtgever het ontwerp én de realisatie aan één partij, de opdrachtnemer wil uitbesteden. Het resultaat is de UAV-GC met een daarbij behorend Model Basisovereenkomst. De eerste versie van de UAV-GC dateert van 2000; deze versie is geëvalueerd en iets verbeterd, waarna we spreken van de UAV-GC 2005.

Noch de inhoud van de Model Basisovereenkomst, noch de inhoud van de UAV-GC 2005 zelf zijn dwingend voorgeschreven; partijen kunnen daar uiteraard zelf wijzigingen in aanbrengen. Dat gebeurt ook veelvuldig, vooral door opdrachtgevers die, al dan niet via aanbesteding, deze contractvorm min of meer dwingend hanteren.
Het grote verschil met de UAV 2012 is dat laatstgenoemde voorwaarden gebaseerd zijn op de traditionele contractvorm, waarbij de opdrachtgever aan de aannemer de realisatie van het werk opdraagt op basis van een door of namens opdrachtgever vervaardigd ontwerp. Bij de UAV-GC worden die ontwerpwerkzaamheden in meerdere of in mindere mate opgedragen aan de opdrachtnemer.

Verder is van belang te weten dat bij de tekstuitgave van het CROW van de Model Basisovereenkomst en de UAV-GC een zeer uitgebreide toelichting hoort. Die toelichting plaagt geen deel uit te maken van de contractstukken, maar biedt de gebruiker wel de nodige tekst en uitleg.

Tenslotte: partijen worden aangeduid als opdrachtgever (dat is niet nieuw) en opdrachtnemer, voor de ‘aannemende’ partij. Het begrip (hoofd-) aannemer zult u dus niet tegenkomen in de UAV-GC.

2. Moet ik als opdrachtnemer altijd het hele ontwerp maken en zo nee, ben ik dan toch voor het hele ontwerp aansprakelijk?

De UAV-GC en de Model Basisovereenkomst voorzien in de variabele mogelijkheid dat de opdrachtnemer ontwerpwerkzaamheden verricht vanaf het Programma van Eisen, of vanaf - bijvoorbeeld - een DO tot een uitvoeringsontwerp. Ook op dit onderdeel is niets in het beton gegoten en kunnen partijen vrijelijk variëren. De opdrachtnemer is (alleen) aansprakelijk voor de werkzaamheden die hij verricht, tenzij hij expliciet aansprakelijkheid aanvaardt voor een ontwerp dat hij niet zelf heeft gemaakt.

3. Moet de opdrachtnemer alle vergunningen aanvragen? En zo ja, is hij dan aansprakelijk als deze niet worden verleend?

Volgens de opzet van de Model Basisovereenkomst en de UAV-GC vermeldt de opdrachtgever in een bijlage bij de Vraagspecificatie (een zogeheten annex) welke vergunningen, ontheffingen, beschikkingen en toestemmingen door opdrachtgever worden verkregen; dit betekent dus dat alle overige vergunningen etc. die benodigd zijn voor de realisatie van het werk, door opdrachtnemer moeten worden verkregen. De UAV-GC bepalen dat de opdrachtnemer zich in dient te spannen om de desbetreffende vergunningen etc. te verkrijgen. Wanneer de opdrachtnemer zich onvoldoende inspant, of wanneer een vergunning niet wordt verleend omdat de ontwerpwerkzaamheden niet voldoen aan de daaraan de stellen eisen en dit niet voldoen aan de opdrachtnemer kan worden toegerekend, is er mogelijk sprake van wanprestatie van de opdrachtnemer. Een grijs gebied ligt uiteraard besloten in de omschrijving ‘onvoldoende inspanning van de opdrachtnemer’. Hoever die verplichting gaat, is niet in algemene termen te vangen en zal van geval tot geval verschillen.

4. De opdrachtgever stelt gegevens ter beschikking maar vermeldt daarbij dat die ‘slechts indicatief’ zijn en dat ‘er geen rechten aan ontleend kunnen worden’. Wat betekent dat voor mij als opdrachtnemer?

Deze vraag is in de rechtspraak van de gewone rechter en de Raad van Arbitrage al enkele keren aan de orde geweest. Gebleken is dat dergelijke beperkingen van de aansprakelijkheid van de opdrachtgever beperkt worden uitgelegd. Uitgangspunt mag immers zijn dat de opdrachtnemer er vanuit mag gaan dat (ook ‘ter indicatie’) gegeven informatie deugt en serieus genomen mag worden. Het is desalniettemin zeer aan te bevelen dat de opdrachtnemer kritisch meekijkt en waar mogelijk of noodzakelijk de gegeven informatie verifieert.

5. Heb ik als opdrachtnemer onder de UAV-GC een grotere waarschuwingsplicht dan onder een ‘gewoon’ UAV-contract?

De waarschuwingsplicht van de opdrachtnemer in de Model Basisovereenkomst en in de UAV-GC is geformuleerd op dezelfde wijze als in de UAV 2012. Desalniettemin lijken opdrachtgevers er vanuit te gaan dat op opdrachtnemers onder de UAV-GC een ruimere waarschuwingsplicht zou rusten. Wellicht baseren opdrachtgevers dit standpunt op de hierboven genoemde toelichting van het CROW maar het is zeer de vraag of dat terecht is. De toelichting heeft geen formele status en uit de tot nu toe bekende uitspraken blijkt niet dat er sprake is van een ruimere waarschuwingsplicht dan onder de UAV 2012. Wel zou gezegd kunnen worden dat de scope van de waarschuwingsplicht voor de opdrachtnemer onder de UAV-GC een andere is dan voor een aannemer onder de UAV 2012. De opdrachtnemer onder de UAV-GC stapt immers op een ander moment (te weten: ergens in het ontwerpproces) in dan de aannemer onder de UAV 2012 en hij neemt vervolgens deel aan dat ontwerpproces. Het uitgangspunt moet echter zijn en blijven dat de opdrachtnemer moet kunnen vertrouwen op de juistheid van de door opdrachtgever beschikbaar gestelde informatie en gegevens, tenzij deze ‘klaarblijkelijk’ zodanige fouten bevatten of gebreken vertonen, dat hij moet waarschuwen. Het begrip ‘klaarblijkelijk’ wijkt niet af van het in de UAV 2012 gehanteerde begrip.

Tot zover het eerste deel van deze nieuwsbrief. Volgende week verschijnt het tweede deel. Mocht u nu al vragen hebben of wenst u beoordeling van specifieke contractstukken dan ben ik daarvoor uiteraard beschikbaar.


Peter Breukelaar
Peter Breukelaar

Met enorm veel plezier heb ik mij gespecialiseerd in het bouwrecht. In de ruim 25 jaar dat ik optreed als bouwrechtadvocaat heb ik de bouw en het bouwrecht zien ontwikkelen tot een werkgebied waarin ik als oplossingsgericht advocaat, maar ook als jurist pur sang - indien nodig - mijn ei volledig kwijt kan. In mijn advies- en procespraktijk heb ik me gespecialiseerd in civiel bouwrecht, vastgoedrecht, projectontwikkeling en aanbestedingsrecht. Daardoor heb ik ruime ervaring in procederen in bouwgeschillen bij met name de Raad van Arbitrage voor de Bouw, Rechtbanken en Gerechtshoven. Een belangrijke en inspirerende aanvulling op het advocatenwerk is voor mij de mediationopleiding geweest. Inmiddels ben ik geregistreerd MfN-mediator. Verder geef ik met veel plezier talloze cursussen bij organisaties in de bouw en in-company bij bouw- en installatiebedrijven en ben ik (gast-)docent aan de Radboud Universiteit te Nijmegen.

Over Peter

Advocaat vanaf 1992, daarvoor onder andere bedrijfsjurist bij bouwconcern. Als advocaat bouwrecht werkzaam geweest vanaf 1995, vanaf 1998 als partner bij gespecialiseerd bouwrechtkantoor. Vanaf 2019 partner bouwrecht bij JPR. Praktisch en oplossingsgericht zijn twee belangrijke kenmerken in mijn aanpak.

Contact opnemen met JPR

Op de hoogte blijven?
Meld u aan voor de nieuwsbrief: