Menu
JPR Advocaten

Facebook aansprakelijk voor laten verschijnen van inbreukmakende Tommy Hilfiger-advertenties

Geschreven op 11 januari 2019  •  Auteur: Dmitry Grobokopatel
Facebook aansprakelijk voor laten verschijnen van inbreukmakende Tommy Hilfiger-advertenties

In een recent vonnis heeft de voorzieningenrechter geoordeeld dat Facebook op haar social media kanalen onvoldoende maatregelen heeft getroffen om inbreukmakende Tommy Hilfiger-advertenties te vermijden. Hierdoor wordt Facebook verplicht om te voorkomen dat dergelijke advertenties verschijnen.

Feiten

PVH Europe B.V. (‘PVH’) is houder van het Tommy Hilfiger-merk. Op Facebook en Instagram verschijnen regelmatig advertenties waarbij gebruik wordt gemaakt van het Tommy Hilfiger-merk voor producten die niet van PVH afkomstig zijn. Op verzoek van PVH had Facebook al een aantal inbreukmakende advertenties verwijderd. Deze advertenties bleven echter nog steeds verschijnen. Soms waren deze advertenties zelfs tegelijk in beeld met de echte Tommy Hilfiger advertenties.

Vorderingen van PVH

PVH is kort gezegd van mening dat Facebook te weinig doet om te voorkomen dat inbreukmakende advertenties verschijnen. Hierdoor vordert PVH onder meer dat:

  • Facebook wordt verplicht om te voorkomen dat inbreukmakende advertenties verschijnen;
  • Facebook de gegevens van de inbreukmakende partijen verstrekt; en
  • Facebook de advertentieovereenkomsten met de inbreukmakers opzegt.

Verweer Facebook

Facebook wijst erop dat zij aan alle verwijderingsverzoeken van PVH heeft voldaan. Facebook beroept zich vervolgens op de ‘vrijwaringsbepaling’ voor platforms van art. 6:196c BW. Deze bepaling houdt in dat een neutrale tussenpersoon/platform, niet aansprakelijk is voor de informatie die op haar platform verschijnt. Daarvoor is kort gezegd wel vereist dat de tussenpersoon geen actieve rol heeft.

Verder wenst Facebook (zonder een rechterlijke bevel wegens privacybelangen) geen gegevens te verstrekken waarin NAW-gegevens van inbreukmakers staan vermeld.

Oordeel voorzieningenrechter

De voorzieningenrechter oordeelt dat Facebook zich niet kan beroepen op de ‘vrijwaringsbepaling’ van art. 6:196c BW. Volgens haar eigen advertentiebeleid controleert Facebook namelijk de inhoud van de advertenties op haar platform. Daarnaast hanteert Facebook onder meer de voorwaarde dat advertenties geen merkinbreuk mogen maken. Hierdoor heeft Facebook wel een actieve rol bij de plaatsing van advertenties op haar platform, waardoor Facebook aansprakelijk is voor het verschijnen van inbreukmakende advertenties. Facebook moet hierdoor kort gezegd bewerkstelligen dat de inbreukmakende advertenties in kwestie, niet meer verschijnen op Facebook en Instagram. Ook moet Facebook de advertentieovereenkomsten met inbreukmakers beëindigen en € 25.000,00 voldoen aan PVH als compensatie voor PVH’s juridische kosten.

Privacybelangen geen rechtvaardigingsgrond

Verder moet Facebook ook de NAW-gegevens van de inbreukmakers te verstrekken. Doordat het inbreukmakers betreft die bedrijfsmatig handelen, heeft Facebook op grond van art. 6 lid 1 AVG een rechtvaardigingsgrond voor het verstrekken van deze gegevens. De privacybelangen van de inbreukmakers staan hieraan niet in de weg.

Slotsom

Mede wegens haar actieve rol bij de plaatsing van advertenties op Facebook en Instagram, is Facebook aansprakelijk voor het laten verschijnen van inbreukmakende advertenties. Verder mag Facebook NAW-gegevens verstrekken van inbreukmakers, zonder dat deze inbreukmakers zich kunnen beroepen op de bescherming van hun privacybelangen.

Onze IE- en ICT-advocaten adviseren u graag over het merkenrecht en privacykwesties. Bij deze rechtsgebieden is het spreekwoord ‘voorkomen is beter dan genezen’, terecht van toepassing. De (financiële) gevolgen van merkinbreuk en privacyschendingen kunnen namelijk desastreus zijn.


Dmitry Grobokopatel
Mr. D.A. Grobokopatel

“Discussiëren in een dynamische omgeving is aan mij besteed. Ik duik diep in de materie en zoek graag de juridische grenzen op. Bij JPR heb ik de eer om mij bezig te houden met het intellectueel eigendomsrecht. Ik behandel voornamelijk vraagstukken over soft-IP (merken, handelsnamen, domeinnamen en auteursrecht), onrechtmatige publicaties (portretrecht en lasterkwesties) en commerciële (ICT-)contracten. Met een gezonde dosis energie bescherm ik de ideeën, identiteit en reputatie van mijn klanten.
 
Net als het IE-recht, blijf ik voortdurend in ontwikkeling. Zo houd ik mijn kennis actueel. Ik denk verder graag actief mee met mijn klanten en anticipeer op de ontwikkelingen in een organisatie. Met een snelle en pragmatische aanpak heb ik mijn missie voortdurend voor ogen: aan het einde van de rit is mijn klant tevreden.”

Over Dmitry

Dmitry is sinds 2016 werkzaam als advocaat bij JPR Advocaten in het ondernemingsrecht, intellectueel eigendomsrecht en ICT-recht. Voor Dmitry staan kwaliteit en toewijding voorop. Dankzij zijn nieuwsgierigheid en betrokkenheid streeft hij in iedere zaak het maximale resultaat na.

Contact opnemen met JPR

Op de hoogte blijven?
Meld u aan voor de nieuwsbrief: