Menu
JPR Advocaten

Levensvreugde slachtoffer belangrijker dan economisch effect?

Geschreven op 9 november 2016  •  Auteur: Niek Borm
Levensvreugde slachtoffer belangrijker dan economisch effect?

Op 5 augustus 2015 heeft de rechtbank Gelderland locatie Zutphen een opmerkelijke uitspraak gewezen. Een uitspraak die voor zover mij bekend nog niet besproken is in de jurisprudentie en literatuur. En dat terwijl deze uitspraak voor slachtoffers gunstig is. Daarom ben ik dan zelf maar in de pen geklommen.

Feiten

Een echtpaar wordt het slachtoffer van een verkeersongeval waardoor zij beiden gedeeltelijk arbeidsongeschikt raken. De aansprakelijkheid voor het ongeval wordt door de verzekeraar van de tegenpartij erkend.

Voor het ongeval werkte de man voor het grootste deel van zijn tijd op zijn biologisch-dynamische boerderij. Het werk op de boerderij met de vele zware handmatige arbeid gaf de man vooral levensvreugde. Het inkomen dat hij met zijn werk op de boerderij verdiende was beperkt, maar droeg wel enigszins bij aan het gezinsinkomen. 

Ten gevolge van het ongeval is de man voor 76,5% arbeidsongeschikt geraakt voor zijn werkzaamheden op de boerderij omdat hij de zware handmatige werkzaamheden niet meer kon verrichten. Om zijn werkzaamheden op de biologisch-dynamische boerderij te kunnen blijven uitvoeren, heeft de man fors geïnvesteerd in arbeidverlichtende machines. Hierdoor heeft hij de mate van arbeidsongeschiktheid terug weten te brengen van 76,5% naar 20%. Het economische effect van de aanpassingen is echter zeer beperkt.

De man vordert in de onderhavige procedure onder meer vergoeding van de volledige investeringskosten die hij heeft gemaakt om zijn bedrijfsvoering te wijzigen en zijn bedrijf te kunnen continueren.

Juridisch kader

Wie een ander onrechtmatig schade toebrengt is gehouden het slachtoffer zo veel als mogelijk te brengen in de feitelijke situatie waarin het slachtoffer zonder de schade toebrengende gebeurtenis zou hebben verkeerd, aldus de Hoge Raad in zijn arrest d.d. 5 december 2008, NJ 2009. De daarmee gepaard gaande kosten komen voor vergoeding in aanmerking, mits binnen de grenzen van de redelijkheid. 

Schadevergoeding staat primair in het teken van herstel en subsidiair als compensatie van geleden schade, aldus professor Lindenbergh. Herstel gaat dus voor vergoeding.

De uitspraak

De rechtbank stelt voorop dat de man (eiser):

zoveel mogelijk in de toestand moet worden gebracht zoals die bestond voor het ongeval. Voor het ongeval gaf het werk op de biologisch-dynamische boerderij met de vele zware handmatige arbeid aan [eiser] vooral zielenvreugd met een economisch resultaat dat fiscaal gezien niet relevant was, maar wel enigszins aan het gezinsinkomen bijdroeg. (…).

Herstel in de oude toestand houdt in dit geval concreet in dat [eiser] met aangepaste machines in staat wordt gesteld om de handmatige arbeid deels machinaal te verrichten. Daarmee heeft hij per saldo zijn arbeidsongeschiktheid van 76,5% in de oorspronkelijke bedrijfsvoering terug kunnen brengen naar 20% in de nieuwe bedrijfsvoering. Op deze manier wordt [eiser] in staat gesteld grotendeels zijn beroep uit te oefenen om zodoende ook vermogensrechtelijk in de toestand te geraken dat uit het boerenbedrijf enige opbrengst wordt gegenereerd. (…).

‘Bij de beoordeling van de vraag of de kosten van de genomen maatregelen voor vergoeding in aanmerking komen is maatstaf of het redelijk is dat de maatregel wordt genomen en of de kosten van de maatregel redelijk zijn. Bij het beoordelen of aan de maatstaf wordt voldaan, moet zowel het bedrijfseconomisch effect als het immateriële effect van de maatregel in aanmerking worden genomen.’

(…) ‘gelet op de significante terugbrenging van de handenarbeid in land bewerken in zijn totaal wel te verantwoorden is. Daarbij komt dat de genomen maatregelen in belangrijke mate bijdragen aan de levensvreugde van [eiser], omdat hij op deze wijze in staat wordt gesteld om het werk op de boerderij te kunnen blijven uitvoeren.’

Beschouwing

Het lijkt er op dat de rechtbank de kosten voor de aanschaf van arbeidverlichtende machines in de sleutel zet van de redelijke kosten om de schade te beperken in de zin van artikel 6:96 BW en de kosten als zuivere vermogensschade aanmerkt. Maar bij de beoordeling of aan de maatstaf wordt voldaan, neemt de rechtbank als uitgangspunt dat zowel het bedrijfseconomisch effect als het immateriële effect van de maatregel in aanmerking moet worden genomen. Hiermee acht de rechtbank de kosten voor de maatregelen voor het terugbrengen van het benadeelde in zijn oude toestand gerechtvaardigd, ook als de maatregel geen tot nauwelijks economisch effect heeft.

De rechtbank had ook voor de strakkere lijn van artikel 6:96 BW kunnen kiezen dat slechts de redelijke kosten ter voorkoming of beperking van de schade(omvang) voor vergoeding in aanmerking komen. Vanuit bedrijfseconomische motieven zouden de kosten voor de genomen maatregelen dan niet te rechtvaardigen zijn geweest. 

Mijns inziens sluit deze uitspraak goed aan bij het arrest van de Hoge Raad d.d. 21 februari 1997, NJ 1999/145. In deze uitspraak heeft de Hoge Raad bepaald dat ook de (extra) schade die het gevolg is van een keuze van het slachtoffer voor vergoeding in aanmerking komt, mits de keuze van het slachtoffer gezien alle omstandigheden van het geval als redelijk kan worden beschouwd.  

Tot slot

Verzekeraars zijn doorgaans slechts bereid de kosten van maatregelen te vergoeden indien deze bijdragen aan vermindering van de financiële schade. 

Met de uitspraak van de rechtbank Zutphen in de hand kunnen slachtoffers aanspraak maken op vergoeding van de kosten die zij hebben gemaakt met het oog op herstel van de oude situatie voor het ongeval en die hen levensvreugde brengt. Ook als deze maatregelen niet bijdragen aan vermindering van de financiële schade.


Niek Borm
Mr. N.P.H. Borm

Niek Borm is advocaat bij JPR Advocaten in Deventer en werkzaam in het Verzekeringsrecht. Zijn specialisaties binnen dit rechtsgebied zijn: verzekerings- en aansprakelijkheidsrecht, letselschade (medische aansprakelijkheid), gezondheidsrecht en privacy recht. Niek is sinds 2010 actief als advocaat.

Contact opnemen met JPR

Op de hoogte blijven?
Meld u aan voor de nieuwsbrief: