Menu
JPR Advocaten

De onwillige overheid

Geschreven op 4 oktober 2018  •  Auteur: Ruurd van Eck
De onwillige overheid

De overheid wil niet altijd handhavend optreden tegen overtredingen, ook niet als bijvoorbeeld ondernemers daar om vragen. Wanneer zij zien dat een concurrent wordt bevoordeeld, doordat geaccepteerd wordt dat hij de wet overtreedt. Denk aan de aan verkoop van alcohol zonder vergunning, overtreding van sluitingstijden, achterwege laten van dure verplichte milieumaatregelen of, in strijd met een bestemmingsplan, goedkoop op een industrieterrein winkelruimte in gebruik nemen.

De betreffende overheid is soms niet geïnteresseerd, maar ook is ze soms zelfs blij met de betreffende overtreder.

Een voorbeeld hiervan is te zien in de gemeente Twenterand, waar de gemeente best blij is met een ondernemer die detailhandel bedrijft op een bedrijventerrein. Een ondernemersvereniging protesteert tegen de ongelijke behandeling. Inmiddels heeft de Raad van State geoordeeld dat het bestemmingsplan niet gewijzigd kan worden om de winkel te legaliseren. De rechtbank heeft beslist dat inderdaad handhavend opgetreden kan, zelfs moet, worden.

Uit de krant blijkt echter dat de ondernemer ondanks alles niet verwacht dat er iets gaat gebeuren.

Wat kunt u doen ?

Wanneer een overheid uit zichzelf niet optreedt kan daar om gevraagd worden. Als aannemelijk is dat sprake is van een overtreding moet zij toezicht houden, controleren. Zodra er een overtreding blijkt moet er worden gehandhaafd.
In de rechtspraak is al talloze malen vastgesteld dat de overheid een beginselplicht tot handhaven heeft:

Gelet op het algemeen belang dat gediend is met handhaving, zal in geval van overtreding van een wettelijk voorschrift het bestuursorgaan dat bevoegd is om met een last onder bestuursdwang op te treden, in de regel van deze bevoegdheid gebruik moeten maken. Slechts onder bijzondere omstandigheden mag van het bestuursorgaan worden gevergd dit niet te doen. Dit kan zich voordoen indien concreet zicht op legalisatie bestaat. Voorts kan handhavend optreden zodanig onevenredig zijn in verhouding tot de daarmee te dienen belangen dat van optreden in die concrete situatie behoort te worden afgezien.

Vervolgens is het natuurlijk de vraag of de overtreder zich houdt aan de last en wat de overheid doet als dat niet zo is.

Allereerst moet de overtreding op objectieve wijze worden vastgesteld.
Op het moment dat de last overtreden wordt moet de dwangsom worden betaald, deze is dan “verbeurd”. De overheid deelt dit in een brief aan de overtreder mee en geeft hem een termijn van zes weken om te betalen.
Wanneer niet betaald wordt zal de overheid een invorderingsbesluit moeten nemen. Daarna kan door een deurwaarder via een dwangbevel geïncasseerd worden.
 
Tegen het invorderingsbesluit kan de overtreder bezwaar maken, bijvoorbeeld doordat hij ontkent dat de last onder dwangsom is overtreden. Uiteindelijk kan tegen het dwangbevel een executiegeschil bij de civiele rechter aanhangig worden gemaakt.

Van belang is dat een dwangsom na een jaar verjaart. Wanneer niet binnen een jaar na de overtreding een dwangbevel wordt betekent, of de verjaring is gestuit door een aanmaning, komt de schuld te vervallen.

Het is niet uitzonderlijk dat de overheid na oplegging van een dwangsom, al dan niet afgedwongen via de rechter, weer op haar handen gaat zitten. Uiteindelijk is er dan na een jaar niets veranderd.

Als een overheid niet wenst op te treden na een overtreding van een last onder dwangsom, kunt u als belanghebbende vragen een invorderingsbesluit te nemen. Als dat geweigerd wordt, en u een overtreding wel aannemelijk kunt maken, kan de rechter nader onderzoek afdwingen of zelfs een invorderingsbesluit nemen. Ook het verzenden van een dwangbevel kan worden afgedwongen. Aangetekend moet worden dat er overtredingen zijn die voor een ander dan de overheid lastig te bewijzen zijn.

Het alternatief

Vaak wordt over het hoofd gezien dat wanneer een norm bedoeld is om u te beschermen, de overtreding daarvan niet alleen een bestuursrechtelijke overtreding is maar vaak ook een civielrechtelijke onrechtmatige daad. Is dit het geval? Dan kunt u via een kortgeding de oplegging van een last vragen waarbij een dwangsom wordt opgelegd die aan u betaald moet worden. U heeft de procedure en incasso dan zelf in de hand en de verbeurde dwangsom komt u toe.
Een kort geding hoeft niet meer kosten met zich mee te brengen dan de bestuursrechtelijke procedure. Wel belangrijk is dat u zelf de overtreding moet kunnen bewijzen, terwijl in het bestuursrecht u de overheid slechts hoeft te controleren. Niet elke overtreding leent zich dus voor deze actie.

Heeft u bestuursrechtelijke vragen? Stel uw vragen gerust aan onze advocaat bestuursrecht. Wij denken graag me u mee.


Ruurd van Eck
Mr. R. van Eck

“Wat mij intrigeert, is de verhouding tussen de ondernemer en de maatschappij. De interactie tussen het algemeen nut en de individuele vrijheid. Wat ik vaak tegenkom, is de onrechtvaardigheid en het gemak waarmee overheden tornen aan de belangen en rechten van individuele burgers. Als advocaat is het mijn uitdaging daarin tegenwicht te bieden.
 
Met wetenschappelijke nieuwsgierigheid kun je dagenlang bezig zijn, maar de klant wil een oplossing. Pleiten is boksen, maar dan intellectueel, binnen de regels. In het verlengde van mijn specialisatie omgevingsrecht (milieu, bouw, overheidsaansprakelijkheid en voedselveiligheid) ben ik voorzitter van de Raad van Toezicht Stichting Secure Feed. Een stichting die bijna 400 bedrijven verenigt in het streven voedselveiligheid te waarborgen.”

Over Ruurd

Al bijna 30 jaar is Ruurd een bevlogen advocaat en hij is partner bij JPR Advocaten. Ook adviseert en begeleidt hij startups. Ruurd staat voor een helder en praktisch advies, zodat het meteen toepasbaar is voor de klant.

Contact opnemen met JPR

Op de hoogte blijven?
Meld u aan voor de nieuwsbrief: