Arbeidsrecht
21 juli 2020

Een calamiteit leidt niet tot een onderbreking van vakantieverlof

JPR advocaten
Calamiteit? Geen onderbreking vakantieverlof | JPR Advocaten

Op grond van de Wet arbeid en zorg heeft een werknemer bij bepaalde gebeurtenissen, waardoor hij zijn arbeid niet kan verrichten, recht op zogenoemd calamiteitenverlof met behoud van loon. Daarbij valt te denken aan onvoorziene omstandigheden, zoals een brand in het huis van werknemer tijdens werktijd en zeer persoonlijke omstandigheden, zoals een bevalling van de partner of overlijden van een familielid.

Op grond van de Europese Richtlijn 2003/88 heeft een werknemer recht op vakantieverlof van ‘vier weken’ met behoud van loon. Dit recht op ‘minimumvakantieverlof’ is in de Nederlandse wet verder uitgewerkt.

Maar wat als het recht van werknemer op calamiteitenverlof plaatsvindt tijdens zijn vakantie? Kan de werknemer in dat geval zijn vakantie onderbreken met opname van calamiteitenverlof? Of heeft werknemer het recht dit calamiteitenverlof op een later moment in te zetten?

Geen calamiteitenverlof als werknemer met vakantie is

De Spaanse rechter stelde deze vragen aan het Hof van Justitie van de Europese Unie. Daarbij werd de vraag gesteld of het verenigbaar is met het ‘minimumrecht van vier weken vakantie’ als die vakantie wordt onderbroken door calamiteiten.

Het is namelijk voorstelbaar dat de werknemer bij bijvoorbeeld het overlijden van een familielid niet de dagen van opgenomen vakantie kan benutten waarvoor ze bedoeld zijn, namelijk om te rusten.
Daarbij geldt dat de werknemer wél aanspraak op calamiteitenverlof zou hebben kunnen maken als hij op dat moment in plaats van vakantie zijn arbeid had verricht.

Uit het oordeel van het Hof van Justitie van de Europese Unie volgt dat de regeling van het vakantieverlof een minimumaanspraak betreft. Die aanspraak vloeit uit een richtlijn van de Europese Unie. De regeling van calamiteitenverlof volgt niet uit een richtlijn van de Europese Unie, maar uit een regeling van de lidstaten zelf.
De lidstaten mogen dit recht op, bijvoorbeeld, calamiteitenverlof zelf regelen. In Nederland is in dat verband de Wet arbeid en zorg van belang.

Aangezien de lidstaten zelf bijzondere verlofaanspraken regelen, zoals calamiteitenverlof, is de inhoud van die regeling in eerste plaats beslissend. In dit geval zal dus de regeling zelf duidelijkheid kunnen verschaffen bij de vraag of een werknemer zijn vakantie mag onderbreken met calamiteitenverlof.

De wet arbeid en zorg stelt als voorwaarde voor opname van calamiteitenverlof dat beslissend is of werknemer wegens een calamiteit zijn arbeid niet kan verrichten. Dit verlof is als zodanig onlosmakelijk verbonden met de arbeidstijd van de werknemer. Tijdens een opgenomen vakantie of tijdens andere vrije dagen is geen sprake van een ‘onderbreking van arbeid’. En dus heeft de werknemer in dat geval geen recht op calamiteitenverlof.

Het verlof op later moment inzetten kan ook niet

De wet arbeid en zorg bepaalt heel specifiek dat het recht op calamiteitenverlof ontstaat als de werknemer door een bepaalde gebeurtenis zijn arbeid niet kan verrichten. Er ontstaat bij een calamiteit tijdens vakantie geen recht op verlof; dit kan dus ook niet op een later moment worden ingezet.

Andere vormen van bijzonder verlof

In de regel kan een werknemer tevens aanspraak maken op andere vormen van verlof, zoals bijzonder verlof bij een begrafenis of huwelijk van een familielid, doktersbezoek, verhuizingen, et cetera. In principe is dit geen calamiteitenverlof. Deze vormen van verlof zijn niet wettelijk geregeld. Zij zijn ook niet geregeld in, bijvoorbeeld, Europese richtlijnen.

Ook hier is de precieze tekst van de regeling van belang. De cao, de arbeidsovereenkomst of het bedrijfsreglement waarin dit recht op bijzonder (buitengewoon) verlof is geregeld, bepaalt wanneer een werknemer recht heeft op bijzonder verlof. Afhankelijk van de tekst kan de werknemer dit verlof wel of niet tijdens of na afloop van een vakantie inzetten.

En wat als het ‘vakantieverlof’ samenvalt met geboorteverlof?

Per 1 januari 2019 is het geboorteverlof van één week na de geboorte van een kind uitgebreid met maximaal 5 weken.

In mijn visie houdt de werknemer wél recht op geboorteverlof als dat samenvalt met het minimumvakantieverlof. Het minimumvakantieverlof kan daardoor onderbroken worden.
Redengevend is dat geboorteverlof door het Unierecht is gegarandeerd en opname van dat verlof niet kan afdoen aan het recht om een ander door het Unierecht gewaarborgd verlof (minimumvakantie-aanspraak) op te nemen.

Afsluitend

In welke gevallen werknemer aanspraak kan maken op bepaald verlof, kan écht verschillen per soort verlof en per moment van opname.

Hoewel uit het arrest van het Hof van Justitie van de Europese Unie volgt dat calamiteitenverlof niet in de plaats treedt van reeds opgenomen minimumvakantieverlof, had deze werknemer echter op andere (eenvoudige) wettelijke manieren zijn vakantieverlof kunnen onderbreken.

Benieuwd naar die mogelijkheden of heeft u vragen over verlof? Neem dan contact met ons op.

Gerelateerde berichten

Meld je aan voor onze nieuwsbrief

Ontvang als eerste alle relevante juridische ontwikkelingen.