Menu
JPR Advocaten

Gebruik achternaam als handelsnaam niet altijd toegestaan

Geschreven op 17 augustus 2017  •  Auteur: Dmitry Grobokopatel
Gebruik achternaam als handelsnaam niet altijd toegestaan

Gebruik eigen achternaam na verkoop van onderneming die deze familienaam bevat, is niet toegestaan.

Een handelsnaamrecht geeft het recht om tegen latere gebruikers van een overeenstemmende handelsnaam op te treden, indien daarmee verwarring te duchten is (art. 5 Handelsnaamwet). Dit geldt ook voor handelsnamen die achternamen bevatten, als het gebruik van een familienaam tevens tot verwarring kan leiden. Dat is recent nog bevestigd door de rechtbank Gelderland.

Feiten

In de zaak van de rechtbank Gelderland ging het om het volgende. De B.V. Bedrijf A bevat de achternaam van familie A (“familienaam A”) en de elementen ‘Grond- en Sloopwerk’ (“Bedrijf A”) en voert familienaam A sinds 1999. Familie A heeft de aandelen in bedrijf A op enig moment verkocht.

De zoon van de voormalige eigenaar van Bedrijf A (“zoon A”) is nog werkzaam geweest voor bedrijf A. Zoon A heeft op enig moment een vergelijkbare onderneming opgericht waarin zijn achternaam voorkomt in combinatie met de elementen ‘Grond- en Sloopwerk’ (“Bedrijf B”).  Ook heeft zoon A klanten van Bedrijf A aangeschreven, waarin hij de oprichting van Bedrijf B heeft aangekondigd. Voor deze handelwijze heeft Bedrijf A zoon A gedagvaard. 

Oordeel rechter ten aanzien van handelsnaamgebruik

De rechter oordeelde dat sprake was van handelsnaaminbreuk. Bedrijf B bevat namelijk dezelfde familienaam en dezelfde beschrijvende elementen als Bedrijf A. Bovendien is Bedrijf B actief in een aangrenzende gemeente. Dat de achternaam van de eigenaar in de handelsnaam voorkomt, rechtvaardigt het handelen van zoon A niet. Bedrijf A is namelijk de eerste gebruiker van familienaam A als handelsnaam en kan zich verzetten tegen latere gebruikers die dezelfde handelsnaam gebruiken en verwarring wekken.

Oordeel rechter ten aanzien van aanschrijven klanten Bedrijf A

Zoon A was niet gebonden aan een concurrentie- en een relatiebeding. Bedrijf A voerde daarom aan dat zoon A onrechtmatig heeft gehandeld door de klanten van Bedrijf A aan te schrijven. Bedrijf A voerde daartoe aan dat zoon A stelselmatig in substantiële mate het duurzame bedrijfsdebiet van Bedrijf A afbreekt, door met de kennis die zoon A heeft opgedaan bij Bedrijf A de klanten van Bedrijf A aan te schrijven.

De rechter oordeelde echter dat zoon A niet onrechtmatig heeft gehandeld. De rechter neemt als uitgangspunt dat het zoon A in beginsel vrijstaat om bedrijf A te beconcurreren. Mede gelet op het feit dat de onderneming van zoon A een kleine onderneming is, ziet de rechter geen aanleiding om van dit uitgangspunt af te wijken. De vordering van Bedrijf A ten aanzien van het aanschrijven van zijn klanten, wordt afgewezen.

Doordat Bedrijf A deels in het gelijk en deels in het ongelijk wordt gesteld, worden de proceskosten gecompenseerd.

Slotsom

Men mag niet zijn familienaam als handelsnaam gebruiken indien daarmee verwarring wordt gewekt ten aanzien van een oudere handelsnaam. Vooral bij faillissementen en in de bouwsector worden vaak bedrijven met familienamen verkocht, waarna de verkopers een nieuw bedrijf met hun eigen familienamen oprichten. Dit is echter niet zomaar toegestaan. U doet er dan ook verstandig aan om altijd te controleren of een bepaalde handelsnaam nog beschikbaar is, ook al wilt u uw eigen achternaam daarin gebruiken.

Deze uitspraak illustreert ook het belang van een concurrentie- en een relatiebeding. Indien dit beding niet in de arbeidsvoorwaarden of in het ZZP-contract voorkomt van de voormalige werkgever/opdrachtnemer, geldt het uitgangspunt dat relaties mogen worden benaderd door de vertrokken werknemer/ZZP’er.

JPR adviseert u graag bij de keuze van een handelsnaam en bij het opstellen van arbeidscontracten en opdrachtcontracten. In dit soort gevallen bevelen wij vooral aan om preventieve maatregelen te treffen om uw eigen concurrentiepositie te versterken. Hebt u naar aanleiding van het voorgaande nog vragen, neemt u dan gerust contact op met één van onze advocaten.


Dmitry Grobokopatel
Mr. D.A. Grobokopatel

“Discussiëren in een dynamische omgeving is aan mij besteed. Ik duik diep in de materie en zoek graag de juridische grenzen op. Bij JPR heb ik de eer om mij bezig te houden met het intellectueel eigendomsrecht. Ik behandel voornamelijk vraagstukken over soft-IP (merken, handelsnamen, domeinnamen en auteursrecht), onrechtmatige publicaties (portretrecht en lasterkwesties) en commerciële (ICT-)contracten. Met een gezonde dosis energie bescherm ik de ideeën, identiteit en reputatie van mijn klanten.
 
Net als het IE-recht, blijf ik voortdurend in ontwikkeling. Zo houd ik mijn kennis actueel. Ik denk verder graag actief mee met mijn klanten en anticipeer op de ontwikkelingen in een organisatie. Met een snelle en pragmatische aanpak heb ik mijn missie voortdurend voor ogen: aan het einde van de rit is mijn klant tevreden.”

Over Dmitry

Dmitry is sinds 2016 werkzaam als advocaat bij JPR Advocaten in het ondernemingsrecht, intellectueel eigendomsrecht en ICT-recht. Voor Dmitry staan kwaliteit en toewijding voorop. Dankzij zijn nieuwsgierigheid en betrokkenheid streeft hij in iedere zaak het maximale resultaat na.

Contact opnemen met JPR

Op de hoogte blijven?
Meld u aan voor de nieuwsbrief: