Menu
JPR Advocaten

Pandrecht

Heb je geld nodig voor de aankoop van machines of ter financiering van debiteuren? Dan kun je gaan sparen maar je kunt ook geld lenen om sneller je doel te bereiken. Degene die geld aan je leent wil ook graag zeker weten dat hij/zij het geld terugkrijgt. Daarvoor bestaan de zekerheidsrechten pand en hypotheek. Hypotheek is voor onroerend goed, grotere schepen en vliegtuigen; pand is voor alle andere goederen.

Wat houdt het pandrecht in? Welke vormen van pandrecht bestaan? Hoe wordt een pandrecht gevestigd? Wat kun je doen zodra de schul-denaar de verplichtingen niet nakomt? Wat heb je aan een pandrecht bij faillissement?

De bekendste vormen van pandrecht zijn: een pandrecht op voertuigen, bedrijfsmiddelen, inventaris en vorderingen op debiteuren maar bijvoorbeeld ook op aandelen kan een pandrecht gevestigd worden. Er bestaan twee soorten pandrecht, het vuistpandrecht (openbaar pandrecht) en bezitloos pandrecht (ook wel stil pandrecht genoemd). Verder zijn schuldenaar en pandgever meestal dezelfde, maar dat hoeft niet. Iemand kan ook een pandrecht op zijn goederen vestigen tot zekerheid van schulden van een derde.

Een vuistpandrecht is het klassieke pandrecht. De pandgever geeft de betreffende zaken aan de pandhouder en spreken af welk bedrag de pandgever wanneer moet betalen om zijn zaken terug te krijgen. Komt de schuldenaar zijn of haar ver-plichtingen niet na, dan kan de schuldeiser op basis van haar pandrecht door middel van executoriale verkoop zich op de opbrengst van de roerende zaken verhalen. De schuldeiser kan de roerende zaken ook onderhands verkopen maar dan is er toestemming van de pandgever of de voorzieningenrechter noodzakelijk. Ook kent de wet het zogenaamd bezitloos pandrecht. De roerende zaken blijven bij de schuldenaar. De schuldenaar en schuldeiser komen schriftelijk overeen voor welke schuld(en) het pandrecht geldt en op welke roerende zaken een pandrecht wordt gevestigd. Deze overeenkomst is aan formele vereisten gebonden. De overeenkomst kan door middel van een onderhandse akte tot stand komen die geregistreerd moet worden bij de Belastingdienst of door middel van een authentieke pandakte die opgesteld wordt door de notaris. Indien niet alle vereisten die aan het pandrecht gesteld zijn, zijn nagekomen is het pandrecht niet rechtsgeldig tot stand gekomen en staat de schuldeiser met lege handen zodra de schuldenaar zijn verplichtingen niet nakomt. Voor pandrecht op vorderingen op debiteuren en andere rechten gelden aparte regels. Bij een pandrecht op een vordering is de pandhouder in plaats van de pandgever bevoegd de vordering te incasseren indien en zodra het pandrecht aan de debiteur van de vordering is meegedeeld. Bij een openbaar pandrecht gebeurt dit meteen; bij een stil pandrecht pas als de schuldenaar tekort schiet. Verkoop van vorderingen door de pandhouder komt daarom in de praktijk maar zelden voor. Verder kan een pandrecht op toekomstige vorderingen niet bij voorbaat worden gevestigd als zij niet ontstaan uit een reeds bestaande rechtsverhouding, zoals een huurovereenkomst. Dat kan wel bij roerende zaken.

Bij faillissement en surseance van betaling hebben schuldeisers die tot zekerheid een pandrecht hebben gevestigd voorrang boven de andere schuldeisers zonder pandrecht. Zij kunnen de verpande zaken bovendien executoriaal verkopen alsof er geen faillissement of surseance van betaling bestaat. De financier die haar vorderingen versterkt wenst te zien met een pandrecht, dient aandacht te hebben voor het feit of de roerende zaken onder eigendomsvoorbehoud zijn geleverd. In dat geval kan door de schuldenaar geen pandrecht worden gevestigd, eenvoudigweg omdat de schuldenaar geen eigenaar is van deze roerende zaak en daarom niet beschikkingsbevoegd is. Het spanningsveld komt bij faillissementen ten volle tot uiting. Vaak zijn de roerende zaken bij de schuldenaar nog niet (volledig) betaald en als deze onder eigendomsvoorbehoud zijn geleverd vallen zij niet onder het pandrecht. De financier zou alsnog na datum faillissement het restantbedrag aan de leverancier kunnen voldoen, zodat het eigendomsvoorbehoud dat de leverancier heeft gevestigd, vervalt. De financier hoopte zo haar pandrecht ten volle te kunnen benutten maar daar vond de financier de curator op haar weg en ook het Gerechtshof Amsterdam. Immers voor faillissement was de leverancier eigenaar en er kan slechts één eigendomsrecht bestaan volgens de wetgever. Voor faillissement was de koopsom niet volledig voldaan en derhalve was er voor datum faillissement geen rechtsgeldig pandrecht ontstaan, aldus het Hof. Of het Hof Amsterdam deze vraag over het pandrecht juist heeft beantwoord is thans aan de Hoge Raad voorgelegd.

Een bedreiging voor het pandrecht is het bodemrecht van de fiscus. Dit recht van de fiscus heeft alleen betrekking op roerende zaken die duurzaam op de bodem staan van de failliet, zoals machines en inventaris. Het is niet van toepassing op voorraden. Het gaat voor op het pandrecht. Buiten faillissement werkt het alleen als de Ontvanger beslag legt; in faillissement eist de curator de opbrengst op tot het bedrag van de fiscale schulden. Dit heeft alleen betrekking op de schuldeiser die een stil pandrecht heeft gevestigd tot zekerheid van zijn vordering. Bij een vuistpandrecht is dit niet aan de orde omdat de roerende zaken zich dan niet op de bodem van de failliet bevinden. Een vuistpandrecht is derhalve een sterker recht dan het bezitloos pandrecht. Een pandakte opstellen vereist grote zorgvuldigheid. Deskundig advies van een advocaat kan u behoeden voor problemen. Ook bij conflicten tussen schuldeiser en schuldenaar waarbij een pandrecht aan de orde is, is het inwinnen van juridisch advies aan te raden en wel zo tijdig mogelijk om tot een afstemming van de beste strategie te komen.

Meer weten over onze dienstverlening?
Neem contact op
Op de hoogte blijven?
Meld u aan voor de nieuwsbrief: