Menu
JPR Advocaten

Crisis in de bouw

Geschreven op 17 juli 2013  •  Auteur:
Crisis in de bouw

Alfabenadering biedt kansen voor de bouw

De Nederlandse bouwwereld heeft het zwaar en moet zoeken naar nieuwe wegen om de machine aan de praat te houden. Want de oplossingen uit het verleden werken niet meer. En de toekomst is onvoorspelbaar. Maar wat werkt dan wel? Samenwerking en klantgerichtheid blijken sleutelwoorden. Een alfabenadering dus.


De malaise in de bouw is onderwerp van een rondetafelgesprek met tien ondernemers uit de bouw en aanverwante sectoren en een adviseur van de gemeente Deventer. Op een zonnige maandagochtend in april wisselen ze van gedachten over oorzaken en oplossingen. Aan tafel zitten Luuk van Kreij (JPR Advocaten), Age de Vries (Ter Steege Bouw), Cor Spronk (SB&A BV), Peter Meerman (Bouwend Nederland, Deventer), Pim Vermue (Rebo van der Worp), Theo van Raaij (gemeente Deventer), Hans van Norel (Van Norel Bouwgroep), Caspar Jansen (Haldu Groep), Lidy van Oord (Century 21 Vastgoed), Maarten van Gessel (Ons Huis Apeldoorn) en Friso Woudstra (Friso Woudstra Architecten).


Stelling: Nederland moet investeren in de bouw. Los de crisis in de bouw op en de financieel-economische crisis is opgelost.


“Voor een groot deel ben ik het daar mee eens”, zegt Caspar Jansen. “Er is best geld, bijvoorbeeld bij pensioenfondsen, maar hiervan gaat veel naar het buitenland. Dat zou in Nederland geïnvesteerd moeten worden. Wij zitten te wachten op infrastructurele projecten, er is woningschaarste en behoefte aan andere woonvormen. Als je daar nu aan begint, dan kunnen alle betrokkenen in de bouwkolom juist profiteren van deze lastige tijd. Als vanuit de keten goede initiatieven ontplooid kunnen worden, hebben we met z’n allen weer business. Maar hier hebben we de overheid ook bij nodig.” Peter Meerman ziet kansen in het verduurzamen van bestaand onroerend goed. “Het gaat om miljarden om dat op peil te krijgen, maar het komt nog niet echt los. Het grote vliegwiel zou hiermee weer aangeslingerd kunnen worden. Ik denk dat iedereen een beetje op elkaar zit te wachten, maar dat de bouw hier niet alleen aan zet is.” Architect Friso Woudstra kan zich grotendeels vinden in de stelling, maar vindt dat het investeren wel bewust gekoppeld moet zijn aan duurzaamheid: “Dat verdient zich, zowel technisch als esthetisch, ook terug. Te vaak zie je verpaupering bij bijvoorbeeld kwalitatief mindere binnenstedelijke invullingen van slechts enkele decennia oud. Wij ervaren dat met bewezen historiserende concepten, op juiste wijze gedetailleerd, dergelijke winkels en woningen in de loop der tijd zelfs mooier en waardevoller worden gevonden en dus echt duurzaam zijn.” Lidy van Oord is als makelaar enthousiast over de Duokoop-regeling. Hierbij krijgt de huizenkoper de grond in erfpacht. “Grond wordt ondergebracht in een grondbank van Duokoop. Daar zit een pensioenfonds achter dat zich duidelijk richt op de Nederlandse markt en daar probeert geld te laten renderen.” Jansen vult aan: “Niet alleen op die manier, ook door het financieren van hypotheekleningen, en dan met name voor starters, kan de markt weer in beweging komen.” Meerman: “Ik denk dat als de bouw weer aantrekt, dit veel andere bedrijvigheid met zich meebrengt: inrichters, verhuizers, advocaten, notarissen, het heeft allemaal met elkaar te maken.” Hans van Norel beaamt dit: “35% van het Nederlandse transport is afhankelijk van de bouw”. “De afgelopen twee, drie jaar zijn er minder files en ik denk dat dit vooral met de crisis in de bouw te maken heeft”, aldus Meerman. Luuk van Kreij: “Met het eerste deel van de stelling - investeren in de bouw - ben ik het helemaal eens, maar voor het tweede deel - het oplossen van de financieel-economische crisis - is meer nodig. Laat bijvoorbeeld pensioenfondsen investeren in sociale woningbouw, dan ga je meteen ook andere ketens erbij betrekken, waardoor er meer in beweging komt dan alleen de bouw. Financiering is enorm belangrijk voor de bouw. Als dat niet op gang komt, komt de rest ook niet.” Age de Vries nuanceert: “De crisis in de bouw is een gevolg van de financieel-economische crisis. Ik denk dan ook niet dat de oplossing voor de financieel-economische crisis ligt in het investeren in de bouw. Het is eerder andersom En daarbij spelen vele factoren een rol. Je merkt bijvoorbeeld dat banken bedrijven die iets gefinancierd hebben, steeds vragen om extra af te lossen. Hierdoor verdwijnt de liquiditeit en daarmee de smeerolie van het bedrijf, dat vervolgens piepend en knarsend tot stilstand komt.” Meerman bevestigt dat dit de sleutel van het probleem is. De Vries: “En de politiek gaat door met bezuinigen, ondanks het akkoord dat onlangs gesloten is. Dat zorgt voor de nodige onzekerheid.” Van Kreij: “Het gaat ook over vertrouwen. Op de één of andere manier zijn we in Nederland gaan somberen en hebben we samen alles stilgelegd. Het is niet alleen de crisis geweest. Er zijn op dit moment genoeg mogelijkheden en initiatieven waar je op zou kunnen insteken, zoals bijvoorbeeld duurzaamheid. Waarom krijgen we het in Nederland niet voor elkaar?” Cor Spronk denkt te weten wat er nodig is: “Ik bekeek op internet de speech van Martin Luther King uit 1963: ‘I have a dream’. Dat moeten wij als ondernemers ook gaan doen: ergens in geloven. Dat is het enige waar we zelf invloed op hebben. De gebroeders Wright bouwden begin 1900 als eerste een vliegtuig terwijl ze er geen geld voor hadden. Zij geloofden er in dat ze ooit zouden vliegen en dat is ze uiteindelijk ook gelukt.” “Mij valt op dat er veel hang is naar hoe het was”, zegt Maarten van Gessel. “We zijn nu in een volledig andere wereld. Het probleem is ontstaan in het verleden, maar we moeten nu toe naar nieuwe waarden en concepten. Terug naar het verleden biedt niet de oplossingen die we nu nodig hebben.” Welke mogelijkheden ziet de gemeente? Theo van Raaij van de gemeente.


Deventer zegt daarover: “2013 en 2014 zijn moeilijke jaren, ook voor de gemeente. Deventer zet in op waardebehoud van bedrijventerreinen en aanpalende gebieden langs de belangrijkste stadsassen. We zien dat de uitbreiding van winkelgebieden stagneert. Het zit in de markt vast en daar kun je als overheid moeilijk op interveniëren.” Pim Vermue reageert: “Ik denk dat eigen initiatief alleen niet voldoende is. Het probleem is iets complexer. Ook de financieel-economische beloning is belangrijk. En dan komen we toch vaak bij de overheid terecht. Het is belangrijk dat zij de markt stimuleert.” Van Kreij heeft er vertrouwen in dat bedrijven die mee kunnen schakelen in de weerstand, er wel doorheen zullen rollen. Van Norel: “Deze tijd vraagt om onorthodox denken.”


Stelling: De bouwsector kan terrein winnen als het gaat om klant, kennis(sen) en productieproces.

“Als ik op een bouwplaats kom, zie ik daar borden staan met teksten als ‘niet betreden’, ‘melden bij de uitvoerder’, ‘helm verplicht’”, vertelt Spronk. “Dat is niet echt klantgericht. Je zou ook kunnen zeggen: ‘Wilt u meer weten? Onze uitvoerder staat u graag te woord’.” Ook Meerman is van mening dat de klant nog beter bediend kan worden. Bijvoorbeeld door meer producten op maat te bieden. En visualiseren helpt daarbij: “Met een 3D-tekenprogramma ziet de klant nog beter wat hij krijgt.” Van Oord, die makelaar is, bevestigt dit: als mensen voor zich zien hoe de bank staat in het nieuwe huis, helpt dat bij de verkoop van dat huis.

Jansen ziet kansen in procesverbetering, aan de hand van methodes als BIM en Lean, en in ketensamenwerking. Als voorbeeld geeft hij het digitaliseren van de urenbriefjes en het elektronisch verzenden van facturen. “Grote bouwbedrijven uit de Top 50 uitzend- en brancheorganisaties onder voorzitterschap van Bouwend Nederland hebben de stuurgroep ‘Digitalisering uitzendprocessen in de bouw’ opgericht. Dit collectief onderzoekt nu de mogelijkheden voor een branchebrede standaard om het papieren urenbriefje en de factuur definitief naar het museum te verwijzen. De voordelen zijn evident. Je bespaart op papier-, drukwerk-, porti- en printerkosten, je bent sneller, je maakt minder fouten en de samenwerking tussen de partners in de keten wordt intensiever. Het levert bovendien schaalvoordelen op en draagt bij aan maatschappelijk en duurzaam verantwoord ondernemen.” Van Gessel ziet wel wat in een alfabenadering, waarbij vanuit een andere invalshoek naar samenwerking wordt gekeken. “Ik werk al een jaar of twintig voor woningcorporaties en zie dat aannemers steeds meer toegaan naar ketensamenwerking.


Tien jaar geleden was dat nog niet aan de orde. Wat me opviel is dat leveranciers de opdrachtgevers- en opdrachtnemersrol vaak door elkaar haalden. Ik moest hen duidelijk maken dat ik betaal en dus opdrachtgever ben. De helft ervan snapte het niet. Daaraan kun je merken dat de bouw te lang te bepalend is geweest.” “In de bouw is procesinnovatie lastig”, licht Van Norel toe. “We moeten af van de gefragmenteerde bouwkolom, waarin ieder voor zich opereert. Wil je innoveren, dan zul je elkaar moeten opzoeken.” Van Kreij: “En daarbij moeten we meer naar de klant kijken. Deze tijd van weerstand dwingt bouwbedrijven ertoe te kijken waar hun toegevoegde waarde ligt en wat er van ze wordt verwacht. Maar een honderd jaar oude cultuur krijg je niet in vijf jaar omgebogen. Dat heeft tijd nodig.” Meerman: “Het heeft met alfa en bèta te maken. Bouwers zijn veelal bètafiguren en denken in oplossingen. Voor elk probleem hebben zij de oplossing al gereed voordat het als probleem gezien wordt. Een alfabenadering vraagt iets heel anders van ze.” De Vries: “Het gaat eigenlijk over samenwerken en dat is nu net het allermoeilijkste wat er is. Dat heeft met belangen te maken. We willen wel, maar de praktijk is weerbarstig door contracten en aanbestedingsregels. We moeten minder naar de technocratische kant van de dingen kijken en meer werken aan relatie, vertrouwen en continuïteit, de alfabenadering.” Meer vrouwen in de bouw zou helpen bij het realiseren van die alfabenadering. Samenwerken en overleggen en werken aan relaties zijn toch meer vrouwelijke kerncompetenties. Meerman voegt toe: “Ik vergelijk de bouw wel eens met een rondreizend openluchtcircus met steeds weer andere artiesten en omstandigheden. Dat maakt samenwerken en overleggen op structurele basis lastig.” “Voor woningcorporaties wordt betaalbaarheid het belangrijkst”, laat Van Gessel weten. “De veerkracht en wijze van denken van bouwbedrijven verrast mij in positieve zin. Ik zie al een verandering. We hebben alleen de grond te duur gekocht, boeken flink af, maar kunnen de nieuwbouw huurwoningen op dit moment minder betaalbaar maken dan we zouden willen.” Vermue: “Ook in de makelaardij moeten we toe naar een andere mindset. Alleen is procesverbetering bij ons niet de oplossing voor de problemen, want als er niet gebouwd wordt, is er voor ons ook geen werk. Van Gessel vraagt zich af of de makelaardij over vijf jaar nog bestaat. Vermue: “Het zal er anders uitzien, we krijgen een andere rol en moeten goed kijken waar onze toegevoegde waarde ligt.” Maar inzetten op toegevoegde waarde moet iedereen. In de bouw, of daarbuiten. Ook de overheid ontkomt er niet aan. Van Raaij: “Ook als gemeente moeten we goed naar onze klanten luisteren. De stedelijke ontwikkeling van de afgelopen twintig jaar zag er anders uit dan nu. Wat we hebben willen we op waarde houden. Tegelijkertijd zijn we op zoek naar vernieuwing en manieren om het unieke van Deventer te benadrukken.” Jansen concludeert: “Uiteindelijk gaat het allemaal over samenwerken. Je ziet het bij een aantal opdrachtgevers van ons al: er staat geen ‘inkoper’ meer op het visitekaartje, maar ‘partnermanager’.”


Stelling: Het Nieuwe Werken en de digitalisering van de samenleving – kans of bedreiging voor de bouwsector?

De Vries: “Ik denk dat er een enorme uitdaging ligt. Zelf ben ik nog niet zo ver met Het Nieuwe Werken, maar digitalisering is nu al een geweldige verbetering. Twintig jaar geleden zaten we met plottertafels en handschetsjes te rommelen, nu gaat het allemaal digitaal. Je bewaart informatiebestanden op een centrale plek en iedereen kan erbij. Ik ben ervan overtuigd dat dit nog veel innovatie met zich mee gaat brengen.” “Het Nieuwe Werken is natuurlijk meer dan digitalisering”, nuanceert Meerman. “Het gaat ook over de inrichting van kantooromgevingen. En daar hebben we genoeg van, zo’n tien miljoen vierkante meter. Daar valt nog wel het een en ander te verbouwen.” Van Oord zou de kantoorruimtes graag voor andere doeleinden gebruiken. “Als je ze ombouwt tot studio’s, bijvoorbeeld met eigen keuken en badkamer, zijn ze geschikt voor mensen die tijdelijk woonruimte nodig hebben. Denk aan alleenstaanden of mensen die in scheiding liggen. Dit zou voor woningcorporaties interessant kunnen zijn, maar ze kunnen ook als beleggingsobject op de markt gebracht worden.” Van Kreij: “Digitalisering is een kans voor de bouw, over Het Nieuwe Werken heb ik mijn twijfels. Het is natuurlijk prachtig dat je met minder kantoorruimte toekunt, maar je creëert grote ruimtes met veel mensen, waarin het onrustig werken is. Ik vraag me af of het beter en efficiënter is. Bij XS4ALL stoppen ze al met Het Nieuwe Werken, daar zit iedereen gewoon weer op kantoor. Ik sluit niet uit dat we over vijf jaar gewoon weer met zijn allen op kantoor zitten.” Van Oord reageert: “Het Nieuwe Werken kan ook alleen maar voor bepaalde werkzaamheden. Een bouwvakker die op een project werkt, kan zijn werkzaamheden niet vanuit huis doen. Een muurtje metselen zal toch echt op locatie moeten gebeuren.” Meerman ziet wel kansen voor projectleiders en leidinggevenden in de bouw. Zij kunnen wel profi teren van de kansen die Het Nieuwe Werken biedt. Ook ziet hij het openbreken van de CAO voor de bouw als voorbeeld van Het Nieuwe Werken: “Waarom zou je in de mooiste periode van het jaar de boel vier weken stil leggen?” De Vries besluit: “Samenhang is bedrijfscultuur en heeft te maken met de aard van een bedrijf: vindt het werk in meer of mindere mate buiten de deur plaats? Het Nieuwe Werken betekent dat je de mogelijkheid hebt om op een andere tijd of plek te werken. Dat vind ik een zegen, ook voor de bouw. Een ontwikkelproces hoeft inderdaad niet per se op kantoor plaats te vinden.”


Stelling: De bouw heeft te weinig werk en te veel werknemers. Maar er komt een keerpunt. Dan zijn er onvoldoende goed opgeleide mensen om de bouw aan de gang te houden. Welke maatregelen zijn nodig om deze situatie het hoofd te bieden?


Friso Woudstra: “Innovatie in het prefabriceren van bouwelementen biedt voor deze problematiek een oplossing en geeft daarnaast ook een extra kwaliteitsimpuls aan het eindproduct. Zoveel mogelijk onder geconditioneerde omstandigheden in de fabriek voorbereiden en de echte vaklieden die wel overblijven inzetten voor de bijzondere afwerkingen op de bouwplaats, dat maakt het werk voor hen ook aantrekkelijker.” Jansen: “Een aantal grote bedrijven, waaronder Ahold en Blokker, vindt dat de ambachtsschool terug zou moeten komen. Mijn vader had een overall aan en repareerde vorkheftrucks. Hij zei tegen mij: ‘Zorg dat je geen overall aan hebt. Doe een pak aan, dan komt het altijd goed’. Het vak van ambachtsman moet weer chique worden gemaakt. Wat je ook ziet is dat arbeidskrachten uit het buitenland worden ingezet. De globalisering zet door. Zo komen Spaanse vrouwen naar Nederland om bejaarden te verzorgen. En gaan Roemenen naar Spanje om sinaasappels te plukken.” Van Kreij: “Is dit positief of negatief?” “Het is er en ik moet en zal ermee werken”, antwoordt Jansen. Meerman: “Er worden nog evenveel kinderen met twee rechterhanden geboren als vijftig of honderd jaar geleden. Maar de bouw wordt – ik vind ten onrechte - als ‘niet sexy’ gezien. We zijn in Deventer begonnen met het bouwen van een TechniCampus met verschillende MBO-techniekopleidingen onder één dak. We moeten de kinderen vanaf de basisschool weer gaan interesseren voor techniek.” Van Kreij is van mening dat de opleidingen hierin zelf ook een rol spelen. “Op dit moment zijn ze veel te gedifferentieerd. De generatie van nu weet niet meer waar ze voor opgeleid wordt. Misschien is het een ouderwetse gedachte, maar ik zie wel wat in de terugkeer naar een aantal pijlers. Dan ben je helderder en weten de mensen ook dat ze met een opleiding op de markt komen waar ze wat mee kunnen.” Overigens valt te verwachten dat de bouw met meer vrouwen vanzelf meer sexy wordt … “Opleiden is mooi”, vindt Spronk, “maar de grote uitdaging is hoe we onze mensen nú in de bouw houden. Veertig tot vijftig procent van de arbeidskrachten die uitstromen, keert niet terug in de bouw.” Jansen vult aan: “En sinds 2008 zijn dat er zo’n 50.000.” “We hebben geen keus”, reageert De Vries, “de bouwproductie is sinds 2008 gehalveerd. Daarnaast is er ook veel prefabricage en daar heb je minder mensen bij nodig.” Van Norel: “ In Ierland hebben ze een bouw-upstream gehad.


Daar zijn ze juist gaan prefabriceren om het personeelstekort op te lossen.” “Ik ben er nog niet van overtuigd dat er zo’n groot tekort gaat komen”, stelt De Vries. Vermue vult aan: “De globalisering zorgt ervoor dat buitenlands personeel naar Nederland komt en daarmee wordt het tekort aangevuld.” Van Norel voegt toe: “Buitenlandse krachten zijn goedkoper, een timmerman wordt voor een bouwbedrijf te duur. Die problematiek is er ook. Je kunt zeggen: die ontwikkeling willen we niet, aar de praktijk is weerbarstiger.” De Vries denkt niet dat we nog veel goedkoper kunnen bouwen: “Uit onderzoek is gebleken dat we in Nederland al heel goedkoop en efficiënt bouwen. We hebben in Europa de op twee na goedkoopste productiewijze. Maar is efficiëntie nu het grootste goed? Iemand zei: ‘Beter is de grootste vijand van goed.’ We krijgen genoeg van efficiëntie. Er komen steeds meer mensen met coöperatiegedachtes. Het nieuwe woord is ‘samen’.” “Inderdaad”, reageert Van Gessel. “Wat is groei? Gaat het om ‘meer’ of om ‘anders’? We moeten beter kijken naar wat er in de maatschappij speelt. En daarbij niet vergeten dat we in een veranderend tijdperk leven.


De vraag is hoe we vandaag omgaan met de omstandigheden van morgen. De tijd van langetermijndenken en plannen is voorbij.”

Wie zitten er aan tafel?

  • Luuk van Kreij is sinds 1 april 2013 advocaat bij JPR Advocaten in Deventer. Daarvoor werkte hij vijftien jaar bij advies- en ingenieursbureau Tauw. Hij is gespecialiseerd in bouw- en aanbestedingsrecht. JPR Advocaten heeft drie vestigingen in Oost Nederland. Met in totaal ruim 120 enthousiaste medewerkers, waaronder zo’n 55 advocaten, begeleiden zij zakelijke en particuliere cliënten bij hun juridische uitdagingen.
  • Caspar Jansen is eigenaar/directeur bij de Haldu Groep. Deze bestaat uit vijf bedrijven die gespecialiseerd zijn in de werving en selectie van bouw- en technisch personeel en werkzaam in Nederland en Duitsland. Hij vindt, bindt en verbindt gemotiveerde vaklieden voor en met gerenommeerde opdrachtgevers in de bouw en techniek. Hij is elke dag op zoek naar goede vaklieden.
  • Friso Woudstra is architect bij Friso Woudstra Architecten bna uit Vorden. Hij is gespecialiseerd in het nieuw bouwen van historische villa’s, landhuizen en appartementen met een klassieke uitstraling. Zijn visie op de bouw: “We moeten het ambacht behouden en mensen het juiste werk laten doen.”
  • Pim Vermue is bedrijfsmakelaar bij REBO van der Worp, bedrijfsmakelaars. Hij leidt de vestiging van het bedrijf in Deventer. De core business van REBO van der Worp is vastgoedmanagement en VvE-management voor o.a. grote institutionele beleggers en pensioenfondsen. Landelijk beheert het bedrijf 20.000 wooneenheden en 300.000 vierkante meter bedrijfspanden.
  • Theo van Raaij is accountmanager bedrijven en senior adviseur economie bij de gemeente Deventer. Zijn rol is het stimuleren met economisch beleid en faciliteren van de economische ontwikkelingen binnen de gemeente Deventer.
  • Maarten van Gessel is sinds anderhalf jaar directeur bij Ons Huis, een modern en betrokken woonbedrijf dat slimme oplossingen biedt voor optimaal wonen in Apeldoorn en Zutphen.
  • Cor Spronk is directeur/eigenaar bij SB&A en Spronk Techniek uit Vaassen (Apeldoorn), een opleidings/aannemingsbedrijf in de infratechniek. Zijn bedrijf is landelijk actief in werving, selectie en detachering van (kader)personeel voor de infra- en civiele techniek, grond-, weg- en waterbouw en de bouw- en installatietechniek.
  • Hans van Norel is directeur/eigenaar bij Van Norel bouwgroep uit Epe. Zijn bedrijf bouwt alles behalve wegen en bruggen. Het accent ligt hierbij op kwaliteit en gebruiksgemak. Innovatie en duurzaamheid lopen als rode draad door de processen heen en leiden tot voortdurende aanpassingen en verbeteringen.
  • Lidy van Oord is makelaar en taxateur bij Century 21 Vastgoed in Deventer. Century 21 is de grootste vastgoedorganisatie ter wereld met meer dan 7.700 kantoren in meer dan 72 landen. Zij merkt in de praktijk dat veel mensen niet op de hoogte zijn van nieuwe manieren om een huis te financieren.
  • Peter Meerman is directeur bij Aannemersbedrijf Haafkes Veldwachter BV in Deventer en voorzitter van Bouwend Nederland, afdeling Deventer. In die laatste rol vertegenwoordigt hij een groep bouwers uit Deventer.
  • Age de Vries is directeur van Ter Steege Bouw uit Apeldoorn, een bedrijf dat bekend staat als betrouwbare partner, initiatiefnemer, risicodrager, bouwer en belegger in vastgoedprojecten. Zijn motto: “Als je doet wat je deed, krijg je wat je kreeg. Idealen blijken haalbaar! Maar alleen als we het samen doen.”


Op de hoogte blijven?
Meld u aan voor de nieuwsbrief: