Menu
JPR Advocaten

Ontslagvergoeding

De transitievergoeding is de ontslagvergoeding waarop de werknemer van rechtswege aanspraak kan maken als zijn arbeidsovereenkomst na ten minste 24 maanden door de werkgever wordt beëindigd.

De hoogte van de ontslagvergoeding wordt berekend op basis van het maandsalaris en het aantal dienstjaren en bedraagt maximaal 1 bruto jaarsalaris of € 75.000,00 bruto (per 1 januari 2016: € 76.000,00 bruto), als het bruto jaarsalaris lager is.

Voor werknemers die ten tijde van het ontslag 50 jaren of ouder en ten minste 10 jaren in dienst zijn, geldt tijdelijk een hogere vergoedingsregeling.

Voor kleine werkgevers, met gemiddeld minder dan 25 werknemers, geldt bij ontslag om bedrijfseconomische redenen, een uitzondering op de berekening van het aantal dienstjaren.

Behalve een transitievergoeding, kan aanvullend onder bijzondere omstandigheden bij ernstig verwijtbaar handelen of nalaten, ook nog aanspraak worden gemaakt op een billijke vergoeding.

Niet altijd is een transitievergoeding verschuldigd. Als werkgever hoeft u geen transitievergoeding te betalen:

  • bij een beëindiging van de arbeidsovereenkomst met wederzijds goedvinden;
  • als de werknemer wordt ontslagen, omdat hij ernstig verwijtbaar handelde of ernstig verwijtbaar nalatig was;
  • als de werknemer die is ontslagen nog geen 18 jaar is en gemiddeld ten hoogste 12 uur per week werkte;
  • als uw werknemer wordt ontslagen, omdat hij de AOW-gerechtigde of andere pensioengerechtigde leeftijd heeft bereikt of na het bereiken van deze leeftijd. Zie tevens ‘doorwerken na de AOW-gerechtigde leeftijd’;
  • bij faillissement of als de werkgever in de schuldsanering is terechtgekomen;
  • als in een cao een gelijkwaardige voorziening is opgenomen;
  • als de werknemer vóór het (van rechtswege) eindigen van een tijdelijk contract, een volgend tijdelijk contract met u is aangegaan. Wel zijn hieraan nog enkele voorwaarden verbonden.

Duur arbeidsovereenkomst

Voor de berekening van het recht op de transitievergoeding en de hoogte daarvan moet het aantal dienstjaren worden vastgesteld. Bij één contract is dat eenvoudig vast te stellen, namelijk de duur van dit contract.

Bij meerdere contracten moet het aantal dienstjaren worden berekend door de opvolgende contracten op te tellen. Ook als sprake is van een zogenoemde ‘opvolgende werkgever’ moeten de contracten bij elkaar worden opgeteld. Voorbeeld: een uitzendkracht die aansluitend hetzelfde werk in dienstverband verricht.

De contracten worden bij elkaar opgeteld als zij elkaar opvolgen met een tussenpoos van maximaal zes maanden.

Berekening maandsalaris

Voor de berekening van de transitievergoeding moet u het loon per maand vaststellen. Het maandsalaris is een optelsom van het basis bruto maandsalaris en de vakantietoeslag. Daar komen een eventuele vaste eindejaarsuitkering; ploegentoeslagen of overwerkvergoedingen bij. Ook eventuele bonussen; winstuitkeringen of variabele eindejaarsuitkeringen tellen mee. Voor de
berekening van de ploegentoeslag en overwerkvergoedingen wordt het gemiddelde genomen van de voorgaande twaalf maanden. Voor de berekening van de bonus, winstuitkeringen of variabele eindejaarsuitkeringen geldt het gemiddelde van de voorafgaande 36 maanden.

Voor de berekening van het maandsalaris bij een oproepcontractant, wordt het maandsalaris bepaald door de gemiddelde arbeidsduur per maand, te delen door de hoeveelheid uren die de werknemer in de twaalf maanden voor het einde van het contract heeft gewerkt.

Aftrekbare kosten

Als werkgever mag u zogenoemde transitie- en inzetbaarheidskosten in mindering brengen op de transitievergoeding.

Transitiekosten zijn de kosten die gemaakt zijn in verband met (dreigend) ontslag. Voorbeelden zijn de kosten voor (om)scholing of outplacement. Ook bij een langere opzegtermijn, waarbij de werknemer voor die periode is vrijgesteld van het verrichten van arbeid met behoud van salaris, kunnen de loonkosten over de verlengde opzegtermijn in mindering worden gebracht op de transitievergoeding.

Inzetbaarheidskosten zijn kosten die al eerder tijdens het dienstverband zijn gemaakt om de inzetbaarheid van de werknemer te bevorderen. Het moet wel gaan om kosten die niet direct verband houden met de uitoefening van de functie. Bijvoorbeeld een (taal)cursus of een cursus persoonlijke ontwikkeling.

Voorwaarden om deze kosten in mindering te brengen zijn:

  • u heeft de kosten gespecificeerd en uw werknemer hierover geïnformeerd;
  • uw werknemer stemt vooraf schriftelijk in met het in mindering brengen van de kosten op de transitievergoeding;
  • de werkgever heeft zelf de kosten gemaakt;
  • de kosten zijn gemaakt ten behoeve van uw werknemer;
  • loonkosten mogen niet in mindering worden gebracht. Uitzondering, een langere opzegtermijn en de werknemer is vrijgesteld van werk;
  • de kosten staan in een redelijke verhouding tot het doel waarvoor deze zijn gemaakt;
  • de kosten komen in mindering op dat deel van de transitievergoeding dat is opgebouwd in de periode waarin de kosten zijn gemaakt.

Betaling in termijnen

Om bedrijfseconomische redenen is het mogelijk de transitievergoeding in termijnen te betalen.

De transitievergoeding is de vergoeding die uw werkgever aan u moet betalen bij ontslag. Deze ontslagvergoeding is een compensatie voor het ontslag en bovendien bedoeld om de overgang naar een andere baan te vergemakkelijken. De vergoeding is niet alleen verschuldigd bij ontslag, maar ook indien een tijdelijk contract niet wordt verlengd.

Voorwaarde is wel dat sprake is van een dienstverband van ten minste twee jaren. Meerdere contracten voor bepaalde tijd, ook met een andere werkgever (bijvoorbeeld uitzendrelatie), tellen mee.

U heeft geen recht op een transitievergoeding bij ontslag, indien:

  • u korter dan twee jaar in dienst bent geweest;
  • u ernstig verwijtbaar handelen of nalaten wordt verweten;
  • u nog geen 18 jaar bent en gemiddeld maximaal 12 uur per week hebt gewerkt;
  • u de AOW-gerechtigde leeftijd of andere pensioengerechtigde leeftijd heeft bereikt;
  • uw werkgever failliet wordt verklaard;
  • u een volgend tijdelijk contract bent aangegaan, vóór het (van rechtswege) eindigen van een tijdelijk contract.

De hoogte van de vergoeding wordt bepaald door de lengte van het dienstverband. Voor iedere zes maanden krijgt u 1/6e maandsalaris als vergoeding. Als u echter tien jaar of langer in dienst bent geweest, dan krijgt u ná het tiende jaar een vergoeding van een kwart maandsalaris per zes maanden. Als u echter 50 jaar of ouder bent en tien jaar of langer bij het bedrijf hebt gewerkt, dan krijgt u ná het tiende dienstjaar een vergoeding van een half maandsalaris per zes maanden. Deze overgangsregeling ten gunste van de oudere werknemers geldt echter weer niet als u werkt bij een werkgever met minder dan 25 werknemers. Voor kleinere werkgevers geldt sowieso een tijdelijke overbruggingsregeling als u wordt ontslagen wegens een slechte financiële situatie. In dat geval worden namelijk de maanden vóór 1 mei 2013 buiten beschouwing gelaten.

De transitievergoeding is maximaal € 75.000,-- bruto (per 1 januari 2016, € 67.000,--), dan wel maximaal één bruto jaarsalaris indien u meer dan € 75.000,-- bruto per jaar verdient.

Houd er rekening mee dat bij cao afwijkende afspraken kunnen worden gemaakt. Raadpleeg dus uw cao, indien van toepassing.

Kosten voor scholing of outplacement kunnen worden afgetrokken van de transitievergoeding. Daaraan zijn overigens wel voorwaarden verbonden.

Onder bepaalde omstandigheden, bijvoorbeeld wanneer uw werkgever een ernstig verwijt kan worden gemaakt, kan de rechter ook nog een “billijke vergoeding” toekennen bovenop de verschuldigde transitievergoeding.

Hoewel de transitievergoeding bedoeld is als compensatie voor ontslag en om de transitie naar een andere baan te vergemakkelijken bent u vrij in de besteding van het bedrag.

Meer weten over onze dienstverlening?
Neem contact op
Op de hoogte blijven?
Meld u aan voor de nieuwsbrief: