Menu
JPR Advocaten

Levensverzekering

Definitie en wettelijke regime

Een levensverzekering is een ‘in verband met het leven of de dood gesloten sommenverzekering’ (art. 7:975 van het Burgerlijk Wetboek). Een levensverzekering is dus een ‘sommenverzekering’.

Het begrip sommenverzekering is gedefinieerd in art. 7:975 BW. Het betreft een verzekering waarbij een som wordt uitgekeerd die losstaat van de (hoogte van de) schade van de verzekerde. Een sommenverzekering is bedoeld om een vooraf overeengekomen som uit te keren, wanneer aan de voorwaarden voor uitkering is voldaan. Een schadeverzekering is bedoeld om de schade van de verzekerde te vergoeden.

De levensverzekering is, als een bijzondere vorm van overeenkomst, wettelijk geregeld in afdeling 3 van titel 7.17 van het Burgerlijk Wetboek. Afdeling 3 draagt de titel ‘Sommenverzekering’. Paragraaf 2 van afdeling 3 draagt de titel ‘Levensverzekering’ (zie art. 7:975 BW e.v.). Het Nederlandse Burgerlijk Wetboek kent echter een gelaagde structuur, waardoor de levensverzekering ook door andere delen van dit wetboek beheerst wordt.

In de levensverzekeringsmarkt worden niet alleen traditionele, maar ook specifieke levensverzekeringen aangeboden aan ondernemers.
Ten eerste is er de key person insurance. In het Nederlands spreekt men van de ‘keyman verzekering’. Het gaat om een levensverzekering die dekking biedt tegen het verlies van een sleutelfiguur in de organisatie van de ondernemer. Te denken valt aan een werknemer of een compagnon die verantwoordelijk is voor een groot deel van de jaarlijkse omzet.

Ten tweede is er de compagnonsverzekering. Dit type verzekering houdt rekening met het feit dat wanneer één van de compagnons komt te overlijden, het aandeel in het bedrijf van die compagnon in handen komt van diens erfgenamen. Dat is vaak ongewenst voor de achterblijvende compagnon(s). De compagnonsverzekering keert daarom uit aan de nog levende compagnon, die het uitgekeerde bedrag kan aanwenden om de erfgenamen uit te kopen.

Contact

De advocaten van de sectie Verzekering en Aansprakelijkheid van JPR Advocaten zijn graag bereid u te adviseren of zo nodig in een (gerechtelijke of mediation-) procedure bijstand te verlenen. Hebt u behoefte aan advies of wenst u om een andere reden contact op te nemen met één van de advocaten van de sectie Verzekering en Aansprakelijkheid van JPR Advocaten, aarzel dan niet contact op te nemen.

Soorten levensverzekering

Er bestaan verschillende soorten levensverzekeringen. Zo keren sommige levensverzekeringen ‘slechts’ uit bij overlijden van de verzekerde, terwijl andere levensverzekeringen uitkeren op een vooraf overeengekomen datum, mits de verzekerde nog in leven is. Mengvormen komen vaak voor.

Een overlijdensrisicoverzekering is een levensverzekering die uitkeert wanneer de verzekerde overlijdt. Een uitvaartverzekering is een levensverzekering die, bij het overlijden van de verzekerde, de kosten van de begrafenis vergoedt (in geld of in natura).
Fiscaliteit speelt vaak een belangrijke rol bij pensioenvoorzieningen in het algemeen en bij de verschillende soorten van levensverzekeringen in het bijzonder.

De premies voor een overlijdensrisico- en uitvaartverzekering zijn niet aftrekbaar van de belasting. Maar over de uitkering die de begunstigde krijgt bij overlijden is ook geen inkomstenbelasting verschuldigd.

Een beleggingsverzekering is een vorm van levensverzekering waarbij een deel van de premie door de verzekeraar wordt belegd. U kunt uw beleggingsverzekering afgesloten hebben bij uw hypotheek. De Belastingdienst heft dan geen belasting over de waarde van de beleggingsverzekering. U moet het geld dat u aan het einde van de verzekering krijgt dan wel gebruiken om de hypotheek af te lossen.

De pensioenverzekering wordt ook gezien als een levensverzekering. Hiermee wordt een kapitaal opgebouwd, dat wordt uitgekeerd op de pensioendatum en waarmee vervolgens een pensioen kan worden aangekocht. Hebt u een lijfrenteverzekering, lijfrentespaarrekening of lijfrentebeleggingsrecht? Dan mag u de betaalde premies of stortingen aftrekken van uw inkomen in box 1 in uw aangifte inkomstenbelasting. U moet daarvoor wel voldoen aan de voorwaarden voor premieaftrek.

De premie

De hoogte van de premie verschilt per type levensverzekering en per levensverzekeraar. Er bestaan daarom dure en goedkope levensverzekeringen. Soms moet een gedeelte van de premie worden aangemerkt als ‘als spaardeel’. In dat geval bevat de levensverzekering een ‘spaarelement’.

In de juridische literatuur is gediscussieerd over de vraag of er bij de levensverzekering een verplichting tot premiebetaling bestaat. Het antwoord op deze vraag luidt dat dit van de polisvoorwaarden afhangt. Indien in de overeenkomst is opgenomen dat de levensverzekeraar kan overgaan tot invordering van de premie, is het duidelijk dat er een verplichting tot premiebetaling bestaat. In dat geval kan de levensverzekeraar overgaan tot inning van de premie.

Redenen voor het afsluiten van een levensverzekering

Levensverzekeringen worden om verschillende redenen afgesloten. Vaak is een levensverzekering bedoeld als ‘appeltje voor de dorst’ of om eventuele nabestaanden een zekere mate van financiële zekerheid te verschaffen.
Even vaak wordt een levensverzekering (in de vorm van een overlijdensrisicoverzekering) afgesloten in verband met het nemen van een hypothecaire lening bij een hypotheekverstrekker. Het kopen van een woning gaat vaak gepaard met het afsluiten van een levensverzekering.

Medische vragenlijst

Aan het afsluiten van een levensverzekering gaat doorgaans het invullen van een medische vragenlijst vooraf. De verzekeraar wenst hiermee het gezondheidsrisico van de verzekerde in te schatten. Op de verzekeringnemer rust een wettelijke verplichting de vragen van de verzekeraar juist en volledig te beantwoorden. Het gaat hier om de ‘precontractuele mededelingsplicht van de verzekeringnemer’ (art. 7:928 BW e.v.). De verzekeraar is wel aan enige beperkingen onderworpen: de Wet medische keuringen stelt beperkingen aan de vragen die de verzekeraar mag stellen.

Aan wie komt het recht op uitkering toe?

De uitkering uit de levensverzekering hoeft niet noodzakelijk aan de verzekeringnemer toe te komen. De verzekeringnemer kan een begunstigde hebben aangewezen, bijvoorbeeld een echtgenoot of een echtgenote (zie art. 7:966 BW). Bovendien kan het recht op uitkering worden verpand, bijvoorbeeld aan een bank (zie art. 7:984 BW).

Afkoop

Soms komt het niet tot uitbetaling. De wet geeft de verzekeringnemer het recht om de verzekeraar te dwingen de uitkeringsverplichting ‘af te kopen’. Men spreekt in dit verband van het ‘recht van afkoop’ (zie art. 7:978 BW).
In geval van afkoop eindigt de levensverzekering; er vindt dus geen uitkering meer plaats. De ‘afkoopwaarde’ komt toe aan de verzekeringnemer of aan diens schuldeisers. Afkoop van een levensverzekering is vaak niet voordelig. Het is niet zo dat de verzekeringnemer alle reeds betaalde premies terugkrijgt. De kosten van de verzekeraar worden hierop in mindering gebracht. Overigens kunnen niet alle levensverzekeringen worden afgekocht.

Opzegging

Slechts in specifieke gevallen heeft de verzekeraar het recht de levensverzekering op te zeggen. Zo kan de verzekeraar opzeggen indien de verzekeringnemer de precontractuele mededelingsplicht heeft geschonden (zie art. 7:929 lid 2 BW). Dit specifieke recht van opzegging bestaat echter alleen als de verzekeringnemer heeft gehandeld met het opzet de verzekeraar te misleiden of als de verzekeraar bij kennis van de ware stand van zaken de levensverzekering niet gesloten zou hebben.

De verzekeringnemer kan de levensverzekering wél opzeggen. Veel levensverzekeraars bieden deze mogelijkheid op hun website. Na een opzegging heeft de verzekeringnemer recht op de afkoopwaarde.

Beslag

De levensverzekering vertegenwoordigt een geldwaarde. Het is mogelijk – en in de praktijk gebeurt dit vaak – dat er beslag wordt gelegd op de rechten van de verzekeringnemer (of op de rechten van de begunstigde) die uit de levensverzekering voortvloeien.
Dit beslag wordt gelegd bij de levensverzekeraar (‘derdenbeslag’). Indien het gaat om een executoriaal beslag, is de beslaglegger bevoegd de levensverzekering te doen afkopen, mits de levensverzekering voor afkoop vatbaar is en de verzekeringnemer zelf het recht heeft de verzekering te doen afkopen.

Contact

De advocaten van de sectie Verzekering en Aansprakelijkheid van JPR Advocaten zijn graag bereid u te adviseren of zo nodig in een (gerechtelijke of mediation-) procedure bijstand te verlenen. Hebt u behoefte aan advies of wenst u om een andere reden contact op te nemen met één van de advocaten van de sectie Verzekering en Aansprakelijkheid van JPR Advocaten, aarzel dan niet contact op te nemen.

Levensverzekeraars zijn onderworpen aan overheidstoezicht vanuit de Wet op het financieel toezicht (Wft). Het begrip ‘levensverzekeraar’ wordt in art. 1:1 Wft als volgt gedefinieerd:

‘degene die zijn bedrijf maakt van het sluiten van levensverzekeringen voor eigen rekening en het afwikkelen van die levensverzekeringen’

Het begrip ‘levensverzekering’ wordt als volgt gedefinieerd:

‘een levensverzekering als bedoeld in artikel 975 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek, met dien verstande dat de prestatie van de levensverzekeraar uitsluitend in geld geschiedt, of een natura-uitvaartverzekering als bedoeld in dit artikel’

Vergunningsvereisten

Voor het uitoefenen van het bedrijf van levensverzekeraar is een vergunning van de Nederlandsche Bank vereist (art. 2:27 Wft). Hierbij geldt een zogenoemd ‘specialisatiebeginsel’: een levensverzekeraar kan niet tevens een schadeverzekeraar zijn (art. 2:28 Wft). Verder bestaat er, voor de toepassing van de Wft, een opdeling in zogenoemde ‘branches’ (zie art. 2:27 lid 2 en art. 3:36 lid 3 Wft, alsmede de Wft Bijlage branches). De vergunningverlening is nader geregeld in het Besluit Markttoegang financiële ondernemingen (zie art. 12 e.v.). Overigens heeft een levensverzekeraar dwingend de vorm van een naamloze vennootschap, een onderlinge waarborgmaatschappij of een Europese vennootschap (art. 3:20 Wft).

Het is een levensverzekeraar uit een andere EU-lidstaat dan Nederland toegestaan om als levensverzekeraar op de Nederlandse markt werkzaam te zijn. Er moet dan wel aan bepaalde wettelijke voorwaarden zijn voldaan (zie art. 2:34 e.v. Wft). Als de betreffende levensverzekeraar reeds over een vergunning van de ‘eigen’ toezichthouder beschikt (de toezichthouder uit het land van herkomst), is geen vergunning van de Nederlandsche bank vereist (art. 2:35 Wft). Een levensverzekeraar met een zetel in een niet-EU-lidstaat wordt anders behandeld. Art. 2:40 Wft bepaalt dat het een ieder met zetel in een staat die geen lidstaat is, verboden is zonder een daartoe door de Nederlandsche Bank verleende vergunning het bedrijf uit te oefenen van levensverzekeraar vanuit een bijkantoor in Nederland.

Gedragstoezicht en informatieverplichtingen

De levensverzekeraar is op grond van art. 4:20 Wft verplicht om vóór het sluiten en ook voor het oversluiten van een levensverzekering bepaalde informatie aan de verzekeringnemer te verschaffen. Deze informatieverplichting is nader uitgewerkt in het Besluit Gedragstoezicht financiële ondernemingen (zie onder andere art. 60 van dit besluit). De door de levensverzekeraar verstrekte informatie moet ‘correct, duidelijk en niet misleidend zijn’ (art. 4:19 lid 2 Wft). Uit de wetsgeschiedenis blijkt dat de levensverzekeraar hierbij mag uitgaan van ‘de gemiddelde consument of cliënt’ (Kamerstukken II 2005/06, 29 708, nr. 19, p. 509).

Sommige vormen van levensverzekering gelden als ‘complex product’ in de zin van art. 1:1 Bgfo. Voor complexe producten in de zin van de Bgfo gelden aanvullende informatieverplichtingen. Zo moet de levensverzekeraar in geval van een complex product een ‘financiële bijsluiter’ opstellen en beschikbaar houden op de eigen website (zie art. 65 en art. 65a Bgfo). Art. 66 Bgfo bepaalt welke informatie in de financiële bijsluiter opgenomen moet zijn.

Informatieverplichtingen zijn er overigens niet alleen in de precontractuele fase. Ook gedurende de looptijd van de overeenkomst van levensverzekering bestaan er informatieverplichtingen voor de levensverzekeraar (zie art. 4:20 lid 3 Wft).

Prudentieel toezicht

DNB is verantwoordelijk voor het prudentieel toezicht op onder meer levensverzekeraars. Deze vorm van toezicht is gericht op de soliditeit van financiële ondernemingen en de stabiliteit van het financiële stelsel (art. 1:24 lid 1 Wft). Het doel van het prudentieel toezicht is om ervoor te zorgen dat (levens)verzekeraars op ieder moment aan hun financiële verplichtingen kunnen voldoen. Echter, het prudentieel toezicht heeft ook betrekking op de bedrijfsvoering en de integriteit van (bepaalde medewerkers van) levensverzekeraars. Het prudentieel toezicht is hoofdzakelijk geregeld in Deel 3 van de Wft, en nader uitgewerkt in het Besluit prudentiële regels Wft.

Deskundigheid, geschiktheid, betrouwbaarheid

Het toezicht van de AFM en DNB heeft niet alleen betrekking op financiële verplichtingen, maar ook op de deskundigheid, geschiktheid en betrouwbaarheid van medewerkers en zogenoemde beleidsbepalers bij levensverzekeraars. De regels hieromtrent zijn te vinden in deel 3 en deel 4 van de Wft en nader uitgewerkt in lagere regelgeving.

Contact

De advocaten van de sectie Verzekering en Aansprakelijkheid van JPR Advocaten zijn graag bereid u te adviseren of zo nodig in een (gerechtelijke of mediation-) procedure bijstand te verlenen. Hebt u behoefte aan advies of wenst u om een andere reden contact op te nemen met één van de advocaten van de sectie Verzekering en Aansprakelijkheid van JPR Advocaten, aarzel dan niet contact op te nemen.

Meer weten over onze dienstverlening?
Neem contact op
Op de hoogte blijven?
Meld u aan voor de nieuwsbrief: