Menu
JPR Advocaten

Bestuurdersaansprakelijkheid

Steeds vaker wordt de aandacht bij misstanden gericht op bestuurders en toezichthouders van ondernemingen persoonlijk. Het kan dan gaan om het publiceren van overtredingen en het daarbij noemen van de verantwoordelijke persoon (naming-and-shaming) of om strafrechtelijke en bestuursrechtelijke boetes. De overheid kan echter bestuurders en leidinggevenden ook kosten van overheidsingrijpen laten betalen en schade laten vergoeden. Bestuurdersaansprakelijkheid speelt ook in het bestuursrecht.

Het strafrecht was al sinds de Slavenburg-affaire in de jaren tachtig bekend met bestuurdersaansprakelijkheid als een rechtspersoon een regel had overtreden. Sinds 2007 maakt de wet het mogelijk dat de NMa bestuurlijke boetes oplegt aan bestuurders en toezichthouders. Deze bestuurdersaansprakelijkheid is in 2009 algemeen ingevoerd in het bestuursrecht door een ruimere definitie van het begrip overtreder.

Waar sprake is van een stijgende interesse voor boetes aan bestuurders lijkt er nauwelijks sprake van aandacht voor de ontstane mogelijkheid dat de overheid de kosten van haar ingrijpen op de bestuurder verhaalt, de bestuurdersaansprakelijkheid. Bestuurdersaansprakelijkheid heeft echter ook verstrekkende gevolgen voor de betrokken personen.

De overheid kan door bestuurdersaansprakelijkheid naast of in plaats van de bv de bestuurder of een leidinggevende persoonlijk aanspreken. Dit terwijl het juist de bedoeling is met een vennootschap een firewall in te bouwen tussen zakelijk en privé.

Als in strijd met een vergunning, of een andere bestuursrechtelijke norm, wordt gehandeld kan de overheid de overtreder op straffe van een dwangsom verbieden dit voort te zetten. Dergelijke dwangsommen lopen al snel op tot tienduizenden euro’s die betaald moeten worden als aan de opdracht van het bestuur niet voldaan wordt. Ook kan de overheid in plaats van een last onder dwangsom, of nadat hieraan niet is voldaan en de dwangsom betaald moet worden, de overtreder dwingen de overtreding te staken of de gevolgen hiervan ongedaan te maken. Dat heeft dan tot gevolg dat de overtreder, in elk geval in eerste instantie, vaak kosten moet maken. Als dit niet gebeurt kan de overheid zelf de noodzakelijke actie ondernemen en vervolgens de kosten hiervan op de overtreder verhalen.
In eerste instantie wordt altijd gedacht dat dergelijke lasten binnen de vennootschap, de bv, vallen en niet voor de directeur/eigenaar in privé komen. De bestuurdersaansprakelijkheid maakt hier echter een einde aan.

U kunt zich voorstellen dat bij een grote milieuverontreiniging zoals bij Chemie-Pack, de kosten zeer hoog zullen zijn. Als een dergelijke bestuurdersaansprakelijkheid al verzekerd is, en vaak is dat niet het geval bij een gewone bestuurdersaansprakelijkheidsverzekering, kan de schade de verzekerde som overtreffen. Dwangsommen kunnen ook niet verzekerd worden. De persoonlijke bestuurdersaansprakelijkheid kan dan erg pijn doen.

Wanneer is nu een directeur, commissaris, of zelfs een leidinggevende binnen het bedrijf aanspreekbaar voor de overheid?

De Algemene wet bestuursrecht definieert de overtreder als degene die de overtreding pleegt of medepleegt en verwijst naar hetzelfde begrip in het Strafrecht. Een overtreding is volgens hetzelfde artikel een handelen of nalaten in strijd met een wettelijk voorschrift.

Wanneer sprake is van plegen spreekt eigenlijk voor zich. Van medeplegen is in geval van een samenwerking sprake. De betrokkenen hoeven niet elk voor zich aan de criteria van de overtreding te voldoen, maar in samenwerking is dat wel het geval. Van die samenwerking is binnen een bedrijf snel sprake. De relatie tussen bedrijf en bestuurder houdt immers per definitie de bewuste samenwerking in die vereist is bij medeplegen. Als die samenwerking een overtreding betreft is de bestuurder vol aansprakelijk, ook zonder dat hij precies alle aspecten van de overtreding kende of hierbij feitelijk betrokken was. Hetzelfde geldt als hij opdrachtgever was, en dus zelf eigenlijk niets gedaan heeft.
Spannender wordt het als een bestuurder, of zelfs een leidinggevend personeelslid, al aansprakelijk is als hij wist dat een overtreding in het bedrijf voorkwam maar, hoewel hij daartoe de bevoegdheid had en daartoe redelijkerwijs gehouden was, niet ingreep. De kennis hoeft dan niet de specifieke overtreding te betreffen maar kan ook zien op soortgelijke overtredingen. Dit is dus het geval als “de andere kant op wordt gekeken”. Opvallend is dat hier sprake is van feitelijke leiding. Hiervan is ook sprake als er geen formele hiërarchie is. Dus de oude eigenaar, bijvoorbeeld in een familiebedrijf, die nog regelmatig op het bedrijf komt kijken en zich met de gang van zaken bemoeit, kan ook feitelijk leidinggevende en als zodanig aansprakelijk zijn.

Niet aansprakelijk is de bestuurder als hij al het mogelijke heeft gedaan om de overtreding te voorkomen, maar zonder succes. Dit geldt ook voor de bestuurder die niet wist dat een bepaalde manier van werken in een bedrijf voorkwam.
Ook is een bestuurder dus niet aansprakelijk voor handelen dat voorkwam voordat hij aantrad. Hij hoeft er dus niet bang voor te zijn dat hij, via bestuurdersaansprakelijkheid, persoonlijk de kosten van een sanering van een oude verontreiniging moet dragen.

Overigens is het niet zo dat een verdeling van taken binnen een bestuur of raad van commissarissen de andere bestuurders of commissarissen vrijwaart van aansprakelijkheid. De bovenvermelde criteria blijven gewoon gelden. De portefeuille verdeling kan hoogstens enige kleuring aan de verantwoordelijkheid geven.

Onbekendheid bij met name lagere overheden beperkt in de praktijk de privé aansprakelijkheid voor bestuurders nog tot boetes die worden opgelegd door de NMa en de AFM. Het is echter een kwestie van tijd totdat lagere overheden niet alleen bestuurlijke boetes aan leidinggevenden op gaan leggen maar hen ook gaan dwingen overtredingen ongedaan te maken of de kosten van bijvoorbeeld een bodemsanering op hen gaan verhalen. Zij kunnen op deze manier om de firewall van de bv heen. Zo kunnen zij meer druk op verantwoordelijken leggen en bijvoorbeeld ondanks het faillissement van een vennootschap toch de kosten verhalen.

Het is goed aandacht aan compliance te besteden. Finance is niet alles en doorslaggevend. Ook het ontbreken van compliance kan het voortbestaan van het bedrijf in gevaar brengen maar kan ook grote risico’s voor u zelf meebrengen. Controleer de polissen van de verzekering nog eens op de omvang van de dekking. In het geval van een bestuurdersaansprakelijkheid is het goed u bij te laten staan. Het is nooit verstandig een eigen zaak te bepleiten. Daarnaast is het goed een andere advocaat dan de bedrijfsjurist in de arm te nemen. Al is het om belangenverstrengelingen en tegenstellingen te voorkomen.

Bedrijfsjuristen zijn ervaren met het behartigen van de belangen van het bedrijf. Anders is het als het gaat om de privébelangen van de bestuurders. Het is moeilijk te werken voor iemand waar u een persoonlijke langdurige relatie mee heeft. Dit speelt temeer als de belangen van de bestuurder kunnen botsen met die van de onderneming. In gevallen van privé aansprakelijkheid is het verstandig externe bijstand in te huren.

Meer weten over onze dienstverlening?
Neem contact op
Alle advocaten binnen het rechtsgebied Bestuursrecht
Op de hoogte blijven?
Meld u aan voor de nieuwsbrief: