Menu
JPR Advocaten

Beroepsaansprakelijkheid

Zelfstandige beroepsbeoefenaars, zoals artsen, accountants, notarissen, advocaten, etc. kunnen in de uitoefening van hun beroep zowel jegens hun cliënten/patiënten als derden aansprakelijk zijn voor fouten die zij in hun beroep maken. Jegens de cliënten/patiënten is die aansprakelijkheid gebaseerd op “wanprestatie” en in vele gevallen - mede op een onrechtmatige daad en jegens derden alleen op een onrechtmatige daad. Veelal spreekt men van een ‘beroepsfout’.

Maar wanneer is sprake van een beroepsfout? Dat zal het geval zijn als de beroepsbeoefenaar anders heeft gehandeld dan van een redelijk, normaal handelende persoon in dat beroep geëist kan worden. Het handelen of nalaten van de beroepsbeoefenaar wordt dus getoetst aan hetgeen de normaal, redelijk handelend collega in de gegeven situatie gedaan of nagelaten zou hebben. Een beroepsbeoefenaar zal bij de uitvoering van de opdracht meestal alleen verplicht zijn een redelijke inspanning te leveren en niet een resultaat te garanderen. Dat zal doorgaans het geval zijn bij bijvoorbeeld advocaten, artsen en verzekeringstussenpersonen. In zijn algemeenheid geldt dat een beroepsbeoefenaar zijn werk met de vereiste zorgvuldigheid zal moeten verrichten.

De beroepsaansprakelijkheidsverzekering beoogt het aansprakelijkheidsrisico te dekken van degenen die een zelfstandig beroep uitoefenen, zoals bijvoorbeeld advocaten, deurwaarders, notarissen, medici, accountants, belastingconsulenten, administratieconsulenten, verzekeringstussenpersonen, makelaars in onroerend goed, architecten en raadgevend ingenieurs.

Indien de dienstverlener zijn beroep in loondienst uitoefent zal het beroepsaansprakelijkheidsrisico meestal onder de dekking van een bedrijfsaansprakelijkheidsverzekering van de werkgever vallen. Als u dienstverleners in dienst hebt, dient u voor een passende beroeps-/bedrijfsaansprakelijkheidsverzekering te zorgen.

Aangezien beroepsbeoefenaren in de afgelopen tien jaar steeds vaker aansprakelijk worden gesteld, zijn de premies voor beroepsaansprakelijkheidsverzekeringen hoog. Vrije beroepsbeoefenaren doen er dan ook verstandig aan alvorens een beroepsaansprakelijkheidsverzekering te sluiten de daaraan verbonden kosten te vergelijken op basis van een aantal offertes van beroepsaansprakelijkheidsverzekeraars.

Zelfstandige beroepsbeoefenaren zijn voor fouten, die zij in hun beroep maken zowel jegens hun cliënten/patiënten als tegenover derden aansprakelijk. Jegens hun cliënten zullen zij aansprakelijk zijn op grond van wanprestatie en in veel gevallen ook op grond van onrechtmatige daad en jegens derden alleen op grond van een onrechtmatige daad. In al die gevallen spreekt men dikwijls van een beroepsfout.

Van een beroepsfout is sprake als de dienstverlener anders gehandeld heeft dan van een redelijk, normaal handelende persoon in dat beroep kan worden geëist. Het handelen of nalaten wordt dus getoetst aan hetgeen de normaal, redelijk handelende collega in de gegeven situatie gedaan of nagelaten zou hebben. Overigens geldt voor veel dienstverleners dat zij in het kader van de uitvoering van de opdracht alleen verplicht zijn tot het leveren van een redelijke inspanning en niet tot het garanderen van een bepaald resultaat. Men drukt dit uit door te zeggen dat de dienstverlener een inspanningsverplichting heeft, maar geen resultaatsverplichting. Wel zal hij onder alle omstandigheden zijn werk met de vereiste zorgvuldigheid moeten verrichten.

Bij veel beroepen gaat het bij de beroepsaansprakelijkheidsverzekering om zogenaamde directe vermogensschade, d.w.z. andere schade dan die uit het toebrengen van letsel of het beschadigen van zaken voortvloeit. Een advocaat, een verzekeringstussenpersoon of makelaar, die een fout maakt zal doorgaans alleen directe vermogensschade toebrengen.

Bij andere beroepen, zoals bij medici en architecten, staat niet het risico van het toebrengen van vermogensschade, maar het risico van het toebrengen van letsel of beschadiging van zaken voorop.

Een bijzonder verschijnsel bij een aantal vrije beroepen is de tuchtrechtspraak. Deze komt voor bij onder meer advocaten, medici en notarissen. Inmiddels zijn voor veel andere beroepsgroepen geschillenregelingen in het leven geroepen. Zo geldt voor de financieel dienstverlener en de assurantiemakelaar/verzekeringstussenpersoon de Geschillenregeling van het KiFiD. Op grond van deze geschillenregeling beoordeelt de Geschillencommissie Financiële Dienstverlening klachten over financieel dienstverleners en verzekerings-/assurantietussenpersonen, al dan niet op basis van een bindend advies. De Geschillencommissie kan ook schadevergoeding toekennen, anders dan de Tuchtrechter. Deze kan alleen tuchtmaatregelen, zoals een waarschuwing, berisping, geldboete en/of schorsing opleggen.

Iedere beroepsbeoefenaar/dienstverlener zou eigenlijk over een beroepsaansprakelijkheidsverzekering moeten beschikken. Als de dienstverlener zijn beroep in loondienst uitoefent, zal zijn werkgever voor dekking onder een bedrijfsaansprakelijkheidsverzekering moeten hebben gezorgd. Het is raadzaam het aspect van een afdoende beroeps-/bedrijfsaansprakelijkheidsverzekering vóór het verlenen van de opdracht bespreekbaar te maken.

Een beroepsaansprakelijkheidsverzekering beoogt het aansprakelijkheidsrisico te dekken van de zelfstandig beroepsbeoefenaar, zoals advocaten, deurwaarders, notarissen, medici, accountants, belastingconsulenten, administratieconsulenten, verzekeringstussenpersonen, makelaars in onroerend goed, architecten en raadgevend ingenieurs.

Beroepsaansprakelijkheidsverzekeringen van juridische en administratieve beroepen zullen vaak alleen directe vermogensschade dekken. Bij directe vermogensschade gaat het namelijk om andere schade dan die uit het toebrengen van letsel of het beschadigen van zaken voortvloeien. Een advocaat of verzekeringstussenpersoon die een fout maakt, zal doorgaans immers alleen directe vermogensschade toebrengen en geen letsel. Dit geldt echter niet voor alle zelfstandige beroepsbeoefenaren. Bij medici en architecten bijvoorbeeld staat niet het risico van het toebrengen van vermogensschade, maar het risico van toebrengen van letsel of beschadiging van zaken voorop.

Voor alle beroepsbeoefenaren geldt dat als u niet tevreden bent over de dienstverlening, u zich kunt wenden tot Geschillencommissies of Tuchtrechters. Op die manier krijgt u een oordeel over hoe in eigen kring over de handelwijze van uw dienstverlener wordt gedacht. Uiteraard kunt u uw zaak ook aan de Rechter voorleggen.

De beroepsaansprakelijkheidsverzekering beoogt het aansprakelijkheidsrisico te dekken van degenen die een zelfstandig beroep uitoefenen, zoals bijvoorbeeld advocaten, deurwaarders, notarissen, medici, accountants, belastingconsulenten, administratieconsulenten, verzekeringstussenpersonen, makelaars in onroerend goed, architecten en raadgevend ingenieurs.

Indien de dienstverlener zijn beroep in loondienst uitoefent zal het beroepsaansprakelijkheidsrisico meestal onder de dekking van een bedrijfsaansprakelijkheidsverzekering van de werkgever vallen. Als de werkgever dienstverleners in dienst heeft, dient de werkgever voor een passende beroeps-/bedrijfsaansprakelijkheidsverzekering te zorgen.

Zelfstandige beroepsbeoefenaren zijn voor fouten, die zij in hun beroep maken zowel jegens hun cliënten/patiënten als tegenover derden aansprakelijk. Jegens hun cliënten zullen zij aansprakelijk zijn op grond van wanprestatie en in veel gevallen ook op grond van onrechtmatige daad en jegens derden alleen op grond van een onrechtmatige daad. In al die gevallen spreekt men dikwijls van een beroepsfout.

Van een beroepsfout is sprake als de dienstverlener anders gehandeld heeft dan van een redelijk, normaal handelende persoon in dat beroep kan worden geëist. Het handelen of nalaten wordt dus getoetst aan hetgeen de normaal, redelijk handelende collega in de gegeven situatie gedaan of nagelaten zou hebben. Overigens geldt voor veel dienstverleners dat zij in het kader van de uitvoering van de opdracht alleen verplicht zijn tot het leveren van een redelijke inspanning en niet tot het garanderen van een bepaald resultaat. Men drukt dit uit door te zeggen dat de dienstverlener een inspanningsverplichting heeft, maar geen resultaatsverplichting. Wel zal hij onder alle omstandigheden zijn werk met de vereiste zorgvuldigheid moeten verrichten. Uitgangspunt daarbij is dat de beroepsbeoefenaar de zorgvuldigheid dient te betrachten die van een redelijk bekwaam en redelijk handelend vakgenoot mag worden verwacht.

De zorgvuldigheidsplicht van de dienstverlener brengt mee dat een dienstverlener zijn cliënt/patiënt daarbij niet onnodig bloot stelt aan voorzienbare en vermijdbare risico’s. Wanneer een dienstverlener een cliënt/patiënt adviseert in het kader van een door deze te nemen beslissing over een bepaalde kwestie, brengt de hiervoor genoemde zorgvuldigheidsplicht mee dat de dienstverlener de cliënt/patiënt in staat stelt goed geïnformeerd te beslissen. Het antwoord op de vraag of en in welke mate een dienstverlener zijn cliënt/patiënt daarbij behoort te informeren over en te waarschuwen voor een bepaald risico is afhankelijk van de omstandigheden van het geval. In dat kader kan onder andere betekenis toekomen aan de ernst en omvang van het desbetreffende risico, de mate van waarschijnlijkheid dat dit zich zal realiseren en de mate waarin de cliënt/patiënt ervan heeft blijk gegeven zich reeds van dat risico bewust te zijn, aldus de Hoge Raad in zijn arrest van 29 mei 2015, ECLI:NL:HR:2015:1406.

Bij veel beroepen gaat het bij de beroepsaansprakelijkheidsverzekering om zogenaamde directe vermogensschade, d.w.z. andere schade dan die uit het toebrengen van letsel of het beschadigen van zaken voortvloeit. Een advocaat, een verzekeringstussenpersoon of makelaar, die een fout maakt zal doorgaans alleen directe vermogensschade toebrengen.

Bij andere beroepen, zoals bij medici en architecten, staat niet het risico van het toebrengen van vermogensschade, maar het risico van het toebrengen van letsel of beschadiging van zaken voorop.

Een bijzonder verschijnsel bij een aantal vrije beroepen is de tuchtrechtspraak. Deze komt voor bij onder meer advocaten, medici en notarissen. Inmiddels zijn voor veel andere beroepsgroepen geschillenregelingen in het leven geroepen. Zo geldt voor de financieel dienstverlener en de assurantiemakelaar/verzekeringstussenpersoon de Geschillenregeling van het KiFiD. Op grond van deze geschillenregeling beoordeelt de Geschillencommissie Financiële Dienstverlening klachten over financieel dienstverleners en verzekerings-/assurantietussenpersonen, al dan niet op basis van een bindend advies. De Geschillencommissie kan ook schadevergoeding toekennen, anders dan de Tuchtrechter. Deze kan alleen tuchtmaatregelen, zoals een waarschuwing, berisping, geldboete en/of schorsing opleggen.

Meer weten over onze dienstverlening?
Neem contact op
Op de hoogte blijven?
Meld u aan voor de nieuwsbrief: