Menu
JPR Advocaten

Maker/rechthebbende/eigenaar auteursrecht

Wie de auteursrechten heeft, verschilt per geval. Bij dienstverbanden ligt het bijvoorbeeld anders dan bij overeenkomsten van opdracht, zoals stages of zzp’ers. Soms wordt onbedoeld iemand (mede-)eigenaar/rechthebbende op de auteursrechten. De werkelijke maker heeft soms rechten die de eigenaar weer niet heeft. Hoe dit allemaal zit, leggen wij hier uit.

Onderscheid exploitatierechten en persoonlijkheidsrechten

Het onderscheid tussen exploitatierechten en persoonlijkheidsrechten kwam al aan bod op de pagina auteursrechtinbreuk. De te bespreken regels gelden voorlopig alleen voor exploitatierechten. De persoonlijkheidsrechten kunnen namelijk bij de werkelijke maker berusten en zijn niet overdraagbaar. Het is dan ook verstandig om over persoonlijkheidsrechten altijd schriftelijke afspraken te maken.

Hoofdregel: werkelijke maker is rechthebbende

O.g.v. art. 6 Auteurswet wordt degene naar (1) wiens ontwerp en (2) onder wiens leiding en (3) toezicht het werk is gemaakt, rechthebbende. Als er anderen bij de uitvoering van een werk betrokken zijn, worden zij geen mede-eigenaar/-rechthebbende wanneer zij enkel andermans instructies uitvoeren. Alleen geestelijke scheppers kunnen mede-eigenaar/rechthebbende worden; niet de uitvoerders. Als bijvoorbeeld iemand een gebouw ontwerpt, is alleen de ontwerper rechthebbende; niet de bouwer. Dit is anders wanneer de bouwer mede-ontwerpt door creatieve keuzes te maken. In dat geval kan sprake zijn van mede-eigendom.

Dienstverbanden: werkgever is meestal rechthebbende

Art. 7 Auteurswet bepaalt dat de werkgever rechthebbende is op werken die de werknemer in zijn dienstverband schept. Voorwaarde is wel dat de werknemer mede is aangenomen om werken voor de werkgever te maken. Ook is een arbeidsrelatie vereist. Maakt de werknemer iets wat buiten zijn taakomschrijving valt, dan is de werknemer de rechthebbende. Verzoekt de werkgever daarentegen aan de werknemer om iets te maken wat buiten de normale taakomschrijving van de werknemer valt, dan is de werkgever mogelijk rechthebbende. In dat geval handelt de werknemer namelijk op instructie van de werkgever.

Opdrachtgevers, opdrachtnemers en ZZP’ers

Art. 7 Auteurswet geldt niet voor opdrachtrelaties. In opdrachtrelaties is de opdrachtnemer/ZZP’er de rechthebbende. De rechtspraak neemt soms wel het bestaan van een licentie voor de opdrachtgever aan, maar daarmee heeft de opdrachtgever niet de auteursrechten. In opdrachtrelaties zijn schriftelijke afspraken over auteursrechten dan ook aan te bevelen. De opdrachtnemer is mogelijk wel de rechthebbende wanneer het werk in aanmerking kán komen voor bescherming op basis van het modellenrecht én hij het werk commercieel wenst te gebruiken.

Eigenaar van auteursrechten door publicatie?

Op grond van art. 4 Auteurswet wordt degene onder wiens naam een werk openbaar is gemaakt, vermoed rechthebbende te zijn. Dit is dus een vermoeden dat kan worden weerlegd door tegenbewijs. Als sprake is van een publicatie door een rechtspersoon, zonder dat een natuurlijke persoon als maker wordt vermeld, wordt deze rechtspersoon op grond van art. 8 Auteurswet als maker aangemerkt. Dit is alleen anders als bewezen kan worden dat de openbaarmaking onrechtmatig is.

Meer weten over uw rechten als maker?

Voorafgaande duidelijke schriftelijke afspraken voorkomen verrassingen achteraf. Onze advocaten intellectueel eigendom adviseren u graag bij uw contracten.

Meer weten over onze dienstverlening?
Neem contact op
Alle advocaten binnen het rechtsgebied Intellectueel Eigendom en ICT
Op de hoogte blijven?
Meld u aan voor de nieuwsbrief: