Menu
JPR Advocaten

Provisieverbod

Mag een verzekeraar nog een tussenpersoon financieren? Is het betalen van een incassoprovisie nog toegestaan? Is het betalen van een marketingvergoeding toegestaan? Mag de verzekeraar een tussenpersoon nog een relatiegeschenk geven? En hoe zit het met bonusprovisies? Kan er voor uitbestede werkzaamheden een aparte vergoeding worden betaald?

Sinds 1 januari 2013 geldt er een wettelijk provisieverbod. Dit geldt voor de zogenoemde complexe producten, de individuele arbeidsongeschiktheidsverzekering, de overlijdensrisicoverzekering en de uitvaartverzekering. Het provisieverbod is opgenomen in art. 86c van het Besluit Gedragstoezicht financiële ondernemingen.

Het provisie verbod betreft:

  • hypothecaire kredieten;
  • bankspaarproducten;
  • betalingsbeschermers;
  • overlijdensrisicoverzekeringen;
  • individuele arbeidsongeschiktheidsverzekeringen;
  • uitvaartverzekeringen;
  • beleggingsverzekeringen.


Het provisieverbod geldt voor wat men wel noemt complexe producten. Hieronder worden verstaan producten die bestaan uit een combinatie van producten als sparen, lenen, verzekeren en beleggen.

Voor de gewone schadeverzekering mag nog wel provisie worden betaald. Maar daar gelden ook strenge regels (zie art. 86d van het Besluit Gedragstoezicht financiële ondernemingen). Alleen afsluitprovisie en doorloopprovisie zijn toegestaan. En die provisie mag niet kennelijk onredelijk hoog zijn. Voor relatiegeschenken geldt een maximum van € 100,- per jaar. Bonusprovisies zijn niet meer toegestaan.

Gevolmachtigde agenten nemen een andere juridische positie in. Maar ook daar staan de vergoedingen die worden ontvangen van de verzekeraar onder druk. De volmachtbeloning moet passend zijn. Vallen een tekenprovisie en winstcommissie daar nog wel onder? De toezichthouder wil naar een verrichtingentarief, waarbij er een directe relatie bestaat tussen de verrichte werkzaamheden en de beloning die daar tegenover staat.

Gevolmachtigde agenten zullen, zowel op hun websites als in andere uitingen, transparant moeten zijn over:

  • de beloning (provisie), de positie (huisvolmacht of serviceprovider), bevoegdheden;
  • hoe zij omgaan met tegenstrijdige belangen.


Het provisieverbod heeft geleid tot nieuwe initiatieven in de markt, zoals:

  • het aanbieden van serviceabonnementen;
  • het aanbieden van nazorgabonnementen;
  • het stellen van een uurtarief voor advies over verzekering, risicoanalyse en preventie.


Deze nieuwe vormen van dienstverlening roepen weer nieuwe vragen op. Zoals de vraag wat dat serviceabonnement of dat nazorgabonnement dan inhoudt. Het is zaak dat goed in een contract met algemene voorwaarden vast te leggen.

Het provisieverbod is een moeilijk onderwerp. De regelgeving is complex. Diegenen die in de praktijk met het verbod te maken hebben, doen er daarom verstandig aan zich goed te laten informeren.

Het provisieverbod geldt niet voor alle verzekeringen. Het is daarom zaak goed te kijken om wat voor verzekering het gaat. Van belang is ook om te onderkennen dat de Autoriteit Financiële Markten (AFM) scherp let op handhaving van het provisieverbod. Constructies om het provisie verbod te omzeilen zijn dus niet aan te raden. Als er andere zakelijke gronden zijn voor een verzekeraar om aan de tussenpersoon een geldelijke vergoeding te betalen, dan zal dat goed onderbouwd moeten kunnen worden. Vergoedingen die geen enkel verband houden met de bemiddeling in verzekeringen zijn in beginsel wel toegestaan. Maar zullen wel kritisch door de AFM worden bekeken.

Kortingen op de premie kunnen worden gezien als strijdig met het provisieverbod. Als deze korting aan de klant wordt gegeven om de tussenpersoon te kunnen betalen, dan is dat strijdig met (de bedoeling van) het provisieverbod. Aldus wordt immers indirect provisie aan de tussenpersoon betaald. Maar deze kortingen kunnen ook een zakelijke grondslag hebben. Bij omvangrijke contracten kan het commercieel verantwoord zijn om korting aan de klant te geven op de premie. Bij een collectieve pensioenregeling zou die korting dan ook wel aan de werknemer en niet alleen aan de werkgever doorgegeven moeten worden.

AFM heeft een uitzondering op het provisieverbod gepubliceerd. Deze uitzondering geldt uitsluitend bij daadwerkelijke of voorzienbare betalingsachterstanden bij hypotheken.

Van voorzienbare betalingsachterstanden is sprake als:

  • een consument geconfronteerd wordt met een langdurige en relatief grote daling van inkomsten;
  • die niet door de consument (c.q. het huishouden) kan worden opgevangen; en
  • die binnen afzienbare termijn tot betalingsachterstanden kan leiden.


De uitzondering geldt voor alle financiële dienstverleners, zoals banken, verzekeraars en adviseurs. Banken en verzekeraars kunnen zelfstandig adviseurs inschakelen en betalen om noodzakelijke hulp bij voorzienbare betalingsachterstanden bij hypotheken te bieden.

AFM heeft in een rapport “Naleving provisieverbod financiële dienstverlening” van juli 2015 aangegeven dat het provisieverbod in het algemeen goed wordt nageleefd. Wel ziet AFM betaalstromen die een groot risico op sturing inhouden.

Genoemd worden betalingen van aanbieders aan softwareleveranciers om hun financiële producten op te laten nemen in advies- en/of vergelijkingstools. Deze betaling van de aanbieder is in strijd met het doel en de strekking van het provisieverbod en is daarom niet toegestaan. Aanbieders mogen softwareleveranciers wel betalen voor andere diensten, zoals het bouwen van offerteprogrammatuur of een premieberekeningsmodule voor een product of voor het gebruik van de software door de aanbieder. Aan de betalingen van de aanbieder mogen geen voorwaarden zijn verbonden die tot sturing in de adviezen van de zelfstandig adviseur kunnen leiden.

Genoemd worden ook afspraken over beheerwerkzaamheden voor pensioenportefeuilles (tweede pijler). Dit soort afspraken mag sinds de invoering van het provisieverbod niet meer worden gemaakt. Voor producten die werkgevers hebben afgesloten voor 1 januari 2013 geldt een eerbiedigende werking, maar deze eindigt als het pensioenproduct eindigt of als er een nieuwe overeenkomst tot stand komt.

Verder noemt de AFM in het rapport betalingen van aanbieders aan zusterorganisaties van zelfstandig adviseurs voor bijvoorbeeld marktonderzoek. In het rapport worden aanbevelingen gedaan om waarborgen in te bouwen om belangenconflicten waar mogelijk te voorkomen en te verkleinen.

De AFM verwacht van marktpartijen dat deze afspraken voor 1 januari 2016 aanpassen. Aldus is er voldoende tijd zo stelt de AFM voor het geval het aanpassen van de afspraken juridische en organisatorische wijzigingen vraagt in de bedrijfsvoering van marktpartijen.

De vraag is gerezen wanneer een vergelijkingssite als bemiddelaar optreedt in de zin van de Wft (en dus het provisieverbod van toepassing is).

Van bemiddelen is in ieder geval sprake als meer dan alleen contactgegevens van een klant aan een aanbieder worden doorgegeven.


Een vergelijkingssite bemiddelt ook als aan al deze twee voorwaarden is voldaan:

  1. De website vraagt andere relevante gegevens dan naam, adres, woonplaats, telefoonnummer en e-mailadres van een klant op en maakt op basis hiervan een vergelijking.
  2. Er is een overeenkomst tussen een vergelijkingssite en een aanbieder, bemiddelaar of klant die tot doel heeft klant en aanbieder of bemiddelaar met elkaar in contact te brengen. Is er geen schriftelijke overeenkomst, dan is een betaling van een vergoeding een aanwijzing voor het bestaan van zo’n overeenkomst.


Als deze twee bovenstaande werkzaamheden worden verricht, dan wordt meer gedaan dan het alleen doorgeven van contactgegevens van een klant aan een aanbieder. In dat geval is volgens de AFM sprake van inhoudelijke betrokkenheid bij het tot stand laten komen van een overeenkomst. En geldt dus het provisieverbod.

Voor vragen of nadere informatie kunt u contact opnemen met de sectie Verzekeringsrecht van JPR Advocaten.

Meer weten over onze dienstverlening?
Neem contact op
Alle advocaten binnen het rechtsgebied Wet financieel toezicht (Wft)
Op de hoogte blijven?
Meld u aan voor de nieuwsbrief: