Menu
JPR Advocaten

Beëindigingsovereenkomst

Wanneer werkgever en werknemer in onderling overleg afspraken hebben gemaakt ten aanzien van de beëindiging van de arbeidsovereenkomst, kan de arbeidsovereenkomst met wederzijds goedvinden worden beëindigd. In dit geval behoeft geen toestemming van het UWV gevraagd te worden. Ook behoeft de kantonrechter niet te worden verzocht de arbeidsovereenkomst te ontbinden. Om onduide-lijkheden en discussies achteraf te voorkomen dienen de afspraken tussen werkgever en werknemer te worden vastgelegd in de zogeheten beëindigingsovereenkomst die door beide partijen wordt ondertekend. Deze overeenkomst wordt ook wel een vaststellingsovereenkomst genoemd.

Waar moet u op letten

U heeft geconstateerd dat uw werknemer niet langer naar behoren functioneert of uw onderneming verkeert in een zodanig financieel zorgelijke toestand, dat u afscheid dient te nemen van een werk-nemer. U kunt alsdan uiteraard het UWV toestemming vragen of de kantonrechter verzoeken de ar-beidsovereenkomst te ontbinden. Echter, u kunt ook tezamen met uw werknemer afspraken maken over de beëindiging van de arbeidsovereenkomst. Om achteraf niet in bewijsproblemen te geraken, is het raadzaam om de afspraken die u tezamen met uw werknemer heeft gemaakt vast te leggen in een beëindigingsovereenkomst en deze door beide partijen te laten ondertekenen.

De beëindigingsovereenkomst kan zo worden opgesteld dat de aanspraken van de werknemer op een WW-uitkering niet in gevaar komen. Bij een beëindiging van de arbeidsovereenkomst met wederzijds goedvinden is geen transitievergoeding verschuldigd. Het zal echter niet vaak voorkomen dat een werknemer een beëindigingsovereenkomst sluit zonder dat een vergoeding wordt overeengekomen.

Voorts heeft de werknemer recht op de wettelijke bedenktermijn van twee weken. Dit betekent dat uw werknemer binnen twee weken na datum ondertekening het recht heeft de vaststellingsovereenkomst te ontbinden. Laat u als werkgever na een dergelijke bedenktermijn in de vaststellingsovereenkomst op te nemen, dan bedraagt de wettelijke bedenktermijn drie weken. Uw werknemer behoeft tevens geen reden te noemen waarom hij zich bedacht heeft. Hij dient dit enkel schriftelijk kenbaar te maken.

De Arbeidsrechtadvocaten van JPR hebben ruime ervaring met dergelijke overeenkomsten en staan u graag te woord.

Waar moet u op letten

Wanneer u en uw werkgever hebben besloten het dienstverband met wederzijdse instemming te beeindigen, dan worden de afspraken vastgelegd in de beëindigingsovereenkomst, ook wel vaststel-lingsovereenkomst. Deze afspraken kunnen bijv. betreffen de beëindigingsdatum, de vergoeding, de finale kwijting en geheimhouding. De vaststellingsovereenkomst dient zodanig te worden opgesteld dat uw aanspraken op een WW-uitkering niet in gevaar komen. Een eventuele WW-uitkering ontvangt u meestal niet meteen. Het UWV houdt rekening met de voor uw werkgever geldende opzegtermijn. Let u dus bij het sluiten van een vaststellingsovereenkomst op dat uw werkgever de opzegtermijn in acht neemt. Pas na de opzegtermijn krijgt u een uitkering.

U heeft als werknemer recht op een transitievergoeding wanneer u twee jaren of langer in dienst bent geweest bij uw werkgever. Uiteraard staat het partijen bij de beëindiging van de arbeidsovereenkomst vrij hier andere afspraken over te maken.

Voorts heeft u als werknemer recht op de wettelijke bedenktermijn van twee weken. Dit betekent dat u binnen twee weken na datum ondertekening het recht heeft de vaststellingsovereenkomst te ontbin-den. Laat uw werkgever na een dergelijke bedenktermijn in de vaststellingsovereenkomst op te ne-men, dan bedraagt de wettelijke bedenktermijn drie weken. U behoeft – in het geval u zich bedenkt – geen reden te noemen waarom u zich bedacht heeft. U dient uw bedenking enkel schriftelijk kenbaar te maken bij uw werkgever.

Het is zoals u kunt lezen van groot belang dat de beëindigingsovereenkomst op juiste wijze wordt opgesteld. De Arbeidsrechtadvocaten van JPR hebben ruime ervaring met dergelijke overeenkomsten en staan u graag te woord.

Werkgever en werknemer kunnen met wederzijds goedvinden een einde maken aan hun arbeidsovereenkomst. Dat kunnen zij doen door een beëindigingsovereenkomst te sluiten. De beëindigingsoverbeeindieenkomst bevat de afspraken, die werkgever en werknemer maken in verband met de beëindiging van de arbeidsovereenkomst, bijv. betreffende de beëindigingsdatum, de vergoeding, de finale kwijting en geheimhouding. De beëindigingsovereenkomst kan zo worden opgesteld dat de aanspraken van de werknemer op een WW-uitkering niet in gevaar komen. Bij een beëindiging van de arbeids-overeenkomst met wederzijds goedvinden is geen transitievergoeding verschuldigd. Het zal echter niet vaak voorkomen dat een werknemer een beëindigingsovereenkomst sluit zonder dat een vergoe-ding wordt overeengekomen. In de beëindigingsovereenkomst moet zijn opgenomen dat de werkne-mer een termijn van twee weken heeft om de beëindigingsovereenkomst schriftelijk te ontbinden; de zogenaamde bedenktermijn. Ontbreekt een dergelijke clausule in de beëindigingsovereenkomst, dan bedraagt de bedenktermijn drie weken.

De Arbeidsrechtadvocaten van JPR hebben ruime ervaring met dergelijke overeenkomsten en staan u graag te woord.

De beëindigingsovereenkomst

Meer weten over onze dienstverlening?
Neem contact op
Op de hoogte blijven?
Meld u aan voor de nieuwsbrief: