Menu
JPR Advocaten

Zorgplicht van de verzekeraar na een schademelding

Geschreven op 15 juni 2017  •  Auteur: Pieter Leerink
Zorgplicht van de verzekeraar na een schademelding

Mag een verzekeraar een schade in behandeling nemen en later alsnog dekking weigeren omdat de premie niet op tijd was voldaan?

Wat was er aan de hand? Een optiekwinkel, gedreven in de vorm van een VOF, heeft via een administratie- en assurantiekantoor een zaak- en bedrijfsschadeverzekering afgesloten bij Nationale Nederlanden (NN). Ook had zij een ziekengeldverzekering bij NN. In de polisvoorwaarden is een schorsingsclausule opgenomen waarin kort gezegd bepaald is dat de premie binnen 30 dagen dient te worden voldaan, waarna er geen dekking meer is. Een ingebrekestelling is daarvoor niet vereist. Hiermee wordt afgeweken van art. 7:934 BW wat is toegestaan bij zakelijke verzekeringen als deze.

Op 21 februari 2012 stuurt NN aan de optiekwinkel een betalingsherinnering voor de onbetaald gebleven jaarpremie voor de zakenverzekering van € 1.170,48. De brief bevat het verzoek om binnen 14 dagen te betalen en waarschuwt voor het gevolg van te late betaling, namelijk opschorting van de dekking. De optiekwinkel heeft de premie niet voldaan.
Op 5 augustus 2012 wordt er in de winkel ingebroken. Twee maanden later, op 4 oktober 2012, wordt de inbraak bij NN gemeld. Vervolgens op 10 oktober 2012 schrijft de schadebehandelaar van NN dat het om een gedekte gebeurtenis gaat en de schade dan ook wordt vergoed. Gevraagd wordt om inzending van facturen.

De optiekwinkel stuurt geen facturen in ondanks een herinnering van NN. Op 5 december 2012 wordt er opnieuw ingebroken. Deze inbraak wordt de volgende dag gemeld bij NN. Telefonisch meldt NN dezelfde dag dat er geen polisdekking is omdat de premie vanaf 22 januari 2012 niet is betaald. NN weigert voor beide inbraken dekking te verlenen. De optiekwinkel start een procedure en vordert vergoeding van schade als gevolg van beide inbraken begroot op € 99.999,-. De rechtbank wijst de schade van de tweede inbraak van € 73.071 toe met als argument dat het beroep van NN op schorsing van de dekking voor de tweede inbraak naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is. Immers, NN heeft na de eerste inbraak de indruk gewekt dat er nog dekking was en daarbij weegt de rechtbank mee de lange duur van de relatie tussen partijen en de omvang van de verzekeringsportefeuille.

NN stelt hoger beroep in tegen de toewijzing van de schade van de tweede inbraak. De optiekwinkel doet dat niet. Daarom maakt de schade van de eerste inbraak geen deel meer uit van het hoger beroep. Dat is wel gek omdat ik zou menen dat NN deze schade moet uitkeren simpelweg omdat NN heeft toegezegd dat deze schade gedekt was en zou worden vergoed (mail 10 oktober 2012).

Ten aanzien van de tweede inbraak oordeelt het Hof dat het beroep op schorsing van de dekking niet naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is. “Nu premiebetaling de belangrijkste verplichting van een verzekerde jegens een verzekeraar is, kan niet licht worden geoordeeld dat naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is dat wanneer de premie niet is betaald en volgens de polisvoorwaarden de dekking is geschorst, een verzekeraar zich op het ontbreken van dekking beroept. De hiervoor geschetste omstandigheden, noch de lange duur van de relatie tussen partijen en de omvang van de verzekeringsportefeuille die [geïntimeerde] bij Nationale Nederlanden had zijn omstandigheden die, afzonderlijk of in samenhang, maken dat Nationale Nederlanden naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid geen beroep toekomt op de – uit de polisvoorwaarden volgende – opschorting van de dekking. Dat [geïntimeerde] niet bekend was met de juiste stand van zaken komt onder de gegeven omstandigheden voor haar risico. De onjuiste mededeling van Nationale Nederlanden na de schademelding in oktober 2012 legt onvoldoende gewicht in de schaal om daar ander over te oordelen.”

De optiekwinkel geeft toe dat de betalingsherinnering is ontvangen, maar stelt dat zij heeft aangenomen dat zij nog premie terug zou krijgen van NN voor de ziekengeldverzekering. Het Hof stelt vast dat de optiekwinkel geen beroep op verrekening heeft gedaan. En verder is onvoldoende gebleken dat de optiekwinkel er gerechtvaardigd op mocht vertrouwen dat premiebetaling achterwege kon blijven. Gewoon stoppen met premie betalen ondanks een ontvangen aanmaning, komt dan voor eigen risico. Kortom: de premie is ten onrechte niet betaald en NN was gerechtigd de dekking op te schorten. Maar het Hof gaat dan in op de stelling van de optiekwinkel dat NN haar zorgplicht heeft geschonden en daardoor schadeplichtig is, omdat NN er na de eerste inbraak niet op gewezen heeft dat de dekking was opgeschort vanwege verzuim van premiebetaling. Had NN dat wel gedaan dan had de optiekwinkel de premie alsnog kunnen voldoen en weer dekking gehad voordat de tweede inbraak plaatsvond.

Het Hof gaat daar in mee.

“Van een verzekeraar mag worden verwacht dat zij een verzekerde snel, duidelijk en correct informeert over zijn rechten en plichten na een schademelding. Dit geldt te meer, wanneer – zoals in dit geval – de dekking is geschorst en de verzekeraar er naar aanleiding van een schademelding op bedacht had moeten zijn dat de verzekerde zich dit niet realiseert. Nationale Nederlanden heeft dat nagelaten.” Dat NN de optiekwinkel op een eerder tijdstip wel op correcte wijze op de hoogte heeft gebracht van de schorsing doet daar volgens het Hof niet aan af. Dat de tussenpersoon daarop had kunnen en moeten wijzen maakt nog niet dat deze zorgplicht niet meer voor NN geldt. NN heeft, aldus het Hof, de eerdergenoemde zorgplicht geschonden, toen zij op 10 oktober 2012 aan de optiekwinkel de onjuiste mededeling deed dat de schade van de inbraak van 5 augustus 2012 zou worden vergoed. Dit betekent dat het Hof van oordeel is dat Nationale Nederlanden aldus toerekenbaar is tekortgeschoten in de nakoming van de uit de verzekeringsovereenkomst voortvloeiende zorgplicht. Volgens de optiekwinkel bestaat de schade die zij door deze zorgplichtschending heeft geleden uit de misgelopen uitkering voor de tweede inbraak. Omdat NN zich over de omvang van deze schade nog niet heeft uitgelaten, stelt het Hof daar NN nog toe in de gelegenheid.

Het lijkt waarschijnlijk dat NN in ieder geval een deel van deze schade zal moeten dragen.

Wat leren we hier van:

  • Verzekeraars doen er verstandig aan om direct na een schade te controleren of de dekking ten tijde van de schadeveroorzakende gebeurtenis geschorst was en dit dan ook direct te melden;
  • Als deze controle niet direct uitgevoerd kan worden dan is het verstandig om een voorbehoud te maken van dekking en nog geen harde toezeggingen te doen;
  • Verzekeringnemers dienen de premie tijdig te betalen en als zij menen dat de verzekeraar nog bedragen verschuldigd is dan is een schriftelijk en voldoende concreet beroep op verrekening of opschorting aan te raden;
  • Verzekeraars dienen na een schademelding een verzekerde snel, duidelijk en correct te informeren over zijn rechten en plichten na een schademelding.


En tenslotte: Procederen in verzekeringszaken is een vak: het is niet goed te begrijpen waarom de optiekwinkel niet gewoon nakoming heeft gevorderd van de toezegging van NN om de eerste inbraakschade te vergoeden.

Voor het volledige arrest lees hier.


Pieter Leerink
Mr. dr. P.M. Leerink

Pieter Leerink is advocaat bij JPR Advocaten in Deventer en werkzaam in het Verzekeringsrecht. Zijn specialisaties binnen dit rechtsgebied zijn: verzekerings- en aansprakelijkheidsrecht, letselschade en financieel toezicht (Wft). Pieter is sinds 1993 actief als advocaat.

Contact opnemen met JPR

Op de hoogte blijven?
Meld u aan voor de nieuwsbrief: