Menu
JPR Advocaten

Wet Normalisering Rechtspositie Ambtenaren

Geschreven op 21 maart 2014  •  Auteur:
Wet Normalisering Rechtspositie Ambtenaren

Op 4 februari 2014 is door de Tweede Kamer het wetsvoorstel Normalisering Rechtspositie Ambtenaren aangenomen. Het wetsvoorstel beoogt een zo groot mogelijke eenvormigheid tussen de rechtspositie van ambtenaren en werknemers in het private bedrijfsleven tot stand te brengen.

Het uitgangspunt van het wetsvoorstel is de arbeidsverhoudingen bij de overheid uiteindelijk gelijk te trekken met de arbeidsverhoudingen in het private bedrijfsleven, tenzij er zwaarwegende argumenten zijn om een bepaalde groep niet onder de werking van de wet te laten vallen. De belangrijkste voorgestelde uitzonderingen gelden voor ambtenaren bij de politie, defensie en de rechterlijke macht.

Wat gaat er veranderen?

Het (eenzijdige) aanstellingsbesluit zal plaats maken voor een (tweezijdige) arbeidsovereenkomst. Voorts komen (collectieve) arbeidsvoorwaarden voor ambtenaren straks niet meer tot stand in het voor overheidssectoren gebruikelijk ‘georganiseerd overleg’, maar volgens de regels van de Wet op de CAO. Daarnaast wordt het private arbeidsrecht, zoals – onder meer – geregeld in boek 7 van het Burgerlijk Wetboek, van toepassing op ambtenaren. Dit brengt onder andere met zich mee dat ook bij ontslag van een ambtenaar een preventieve toets plaats moet vinden door ofwel het UWV, ofwel de kantonrechter. Ook bij overige arbeidsgeschillen is in de toekomst niet langer de bestuursrechter, maar de burgerlijk rechter bevoegd deze te beslechten.

De behandeling van de Wet Normalisering Rechtspositie Ambtenaren loopt op dit moment gelijk met de behandeling van de Wet Werk en Zekerheid. De voorgestelde wijzigingen in het wetsvoorstel Werk en Zekerheid gaan in beginsel ook gelden voor ambtenaren. Wat betreft de voorgestelde wijzigingen op het gebied van het ontslagrecht heeft minister Plasterk evenwel aangegeven dat bij een bedrijfseconomisch ontslag, ingegeven door politieke besluitvorming, de toetsing door het UWV of kantonrechter waarschijnlijk op een andere wijze zal geschieden dan voor het private bedrijfsleven het geval is. Het is immers niet aan het UWV of de kantonrechter om politieke besluitvorming te toetsen, wanneer dit leidt tot het vervallen van arbeidsplaatsen. Wel zal worden getoetst of het ontslag wegens een bedrijfseconomische reden van een individuele werknemer, in overeenstemming is met de regels die daarvoor gelden.

Wat blijft hetzelfde?

Het wetsvoorstel heeft geen invloed op de huidige arbeidsvoorwaarden van ambtenaren, zoals onder meer salaris, vakantie- en verlofdagen, uitkeringen bij ontslag e.d. Ook heeft het wetsvoorstel geen invloed op pensioenregelingen van ambtenaren of het eigenrisicodragerschap van overheidswerkgevers voor de Werkloosheidswet. Tot slot zal de benaming ‘ambtenaar’ niet verdwijnen en zal de Ambtenarenwet – zij het aangepast – worden gehandhaafd.

Omdat verwacht wordt dat met de invoering van de wet de nodige wijzigingen in gelieerde wet- en regelgeving moeten worden aangebracht, is de beoogde invoeringsdatum van de wet gesteld op 1 januari 2017.

Met het voorgaande is beoogd u op hoofdlijnen te informeren over de wijzingen in het ambtenarenrecht. Bent u een overheidswerkgever of heeft u (indirect) met overheidspersoneel te maken, neem dan vrijblijvend contact met ons op om de specifieke gevolgen voor uw organisatie te bespreken.



Op de hoogte blijven?
Meld u aan voor de nieuwsbrief: