Menu
JPR Advocaten

Tegenvallers in digitale rechtspraak

Geschreven op 27 maart 2012  •  Auteur: Tian Herstel
Tegenvallers in digitale rechtspraak

(Dit artikel is opgenomen in het magazine ‘Kijk op Oost Nederland’ van maart/april 2012.)

In deze bijdrage zal ik kort ingaan op enkele ontwikkelingen die zich in de rechtspraktijk hebben voorgedaan. Al eerder heb ik op deze plek aandacht besteed aan de alternatieve rechtspraak door e-Court. E-Court stelt de eerste internetrechtbank te zijn. Belangrijkste voordelen zouden zijn een aanmerkelijke tijdwinst en (daardoor) kostenbesparingen. Op de website van e-Court wordt dit als volgt verwoord:

“Het instituut e-Court is in 2009 opgericht om een deskundig, betaalbaar en snel alternatief te bieden voor de overheidsrechtspraak. Het betreft civiele geschillen met een relatief lage hoofdsom; dit kan variëren van incasso-zaken en burenruzies tot arbeidsconflicten.

e-Court onderscheidt zich door haar efficiency: een transparante procedure met een vast verloop. De procedure wordt gevoerd via het internet en kent een doorlooptijd van acht weken. De proceskosten zijn zeer laag en staan in een gunstige verhouding tot de hoofdsom.”


De werking van e-Court is eigenlijk te vergelijken met een vorm van arbitrage. Dit is niets nieuws, aangezien de Nederlandse wet al lange tijd arbitrage als alternatieve geschillenbeslechting heeft opgenomen. Daartoe moeten partijen wel een overeenkomst met elkaar aangaan waarin zij vastleggen dat zij een geschil aan een of meer arbiters wensen voor te leggen. Dat is bij e-Court niet anders. Een uitspraak van e-Court kan echter niet zomaar ten uitvoer worden gelegd, ofwel worden geëxecuteerd. Daarvoor is nog wel een uitspraak van een Nederlandse rechter noodzakelijk. De procedure waarin in feite wordt gevraagd om toestemming om een vonnis van een arbiter te mogen executeren, noemen we een exequatur. Het is een vrij korte, en bovendien eenvoudige procedure, die wordt gevoerd bij de voorzieningenrechter van de rechtbank. De rechter die zich over dat verzoek mag buigen, kan een verzoek slechts afwijzen indien het vonnis, of de wijze waarop dit tot stand is gekomen, in strijd is met de openbare orde. Dat is dus een zogenaamde marginale toetsing.

In een tweetal zaken van e-Court is op 7 oktober 2011 uitspraak gedaan. Allereerst betreft dit een zaak die was voorgelegd aan de voorzieningenrechter te Zutphen. In deze zaak heeft de rechter overwogen dat een van de meest fundamentele beginselen van het Nederlands procesrecht het beginsel van hoor en wederhoor betreft. Daarbij speelde een belangrijke rol dat de gedaagde waartegen het geding was gevoerd geen verweer heeft gevoerd. Tegen deze achtergrond heeft de rechter het tot zijn taak gerekend om te onderzoeken of de gedaagde wel in de gelegenheid is gesteld om verweer te voeren. Daartoe heeft de rechter via de griffie bij e-Court laten vragen om het inleidende document waarin de vordering van de eisende partij was vervat. Na een eerste weigering heeft e-Court, zo blijkt uit het vonnis, toegezegd aan het verzoek te zullen voldoen. Dit is evenwel kennelijk niet gebeurd binnen de door de griffie gestelde termijn. De voorzieningenrechter heeft hieraan de conclusie verbonden dat de verwerende partij niet is staat is gesteld om verweer te voeren hetgeen een schending van het beginsel van hoor en wederhoor heeft opgeleverd. Vervolgens overweegt de rechter:

“De conclusie kan dan ook geen andere zijn dan dat de wijze waarop het arbitrale vonnis tot stand is gekomen kennelijk in strijd is met de openbare orde. Dit heeft tot gevolg dat de tenuitvoerlegging van het arbitrale vonnis dient te worden geweigerd.” Naar ik aanneem een tegenvaller voor e-Court.

Ten overvloede – de beslissing tot afwijzing is blijkens het voorgaande al genomen – overweegt de rechter nog dat in het onderhavige geval niet afdoende is gebleken van een overeenkomst tot arbitrage. Kennelijk is sprake geweest van een voorstel van de zijde van de eisende partij en heeft de verweerder hierop niet gereageerd. Afsluitend merkt de rechter nog op dat niet iedereen beschikt over toegang tot het internet. Het arbitragereglement van e-Court lijkt hiervan wel uit te gaan en onduidelijk is hoe iemand die geen internet heeft, niettemin toch verweer kan voeren. Ook dat lijkt op gespannen voet te staan met het beginsel van hoor en wederhoor.

De tweede uitspraak is zoals gezegd van dezelfde datum en is uitgesproken door de voorzieningenrechter in Almelo. In deze zaak, waarin een waterleidingbedrijf betaling vordert van een van haar klanten, heeft de voorzieningenrechter het verzoek afgewezen op grond van het feit dat niet is gebleken van een rechtsgeldige overeenkomst op grond waarvan arbitrage is overeengekomen. Ook in dit geval heeft de voorzieningenrechter een aantal overwegingen ten overvloede gehanteerd die zouden hebben geleid tot afwijzing van het verzoek. Al lezend moet worden geconcludeerd dat de beide voorzieningenrechters overleg hebben gevoerd. De laatste overwegingen ten overvloede zijn nagenoeg gelijkluidend.

Ik meen te mogen concluderen dat e-Court hier ondanks de enthousiaste start toch een achterstand heeft opgelopen als alternatief voor de regulier overheidsrechtspraak. Daarbij moet wel worden opgemerkt dat in gevallen waarin partijen een gave overeenkomst hebben gesloten en verweer is gevoerd, een verzoek naar alle waarschijnlijkheid wel worden toegewezen.


Tian Herstel
Mr. J.C.A. Herstel

Tian Herstel is advocaat bij JPR Advocaten in Doetinchem en werkzaam in het Ondernemingsrecht. Zijn specialisaties binnen dit rechtsgebied zijn: insolventierecht, vennootschapsrecht en fusies en overnames. Tian is sinds 1997 actief als advocaat.

Contact opnemen met JPR

Op de hoogte blijven?
Meld u aan voor de nieuwsbrief: