Menu
JPR Advocaten

Pandrecht op alles of toch niet?

Geschreven op 11 december 2018  •  Auteur: Paul Schepel
Pandrecht op alles of toch niet?

Banken eisen vaak alle mogelijke pandrechten als zekerheid voor financiering. Elke bank hanteert daarbij de Algemene Bankvoorwaarden. Daarin staat dat de bank in elk geval een pandrecht heeft op alle tegoeden bij de bank.

Als A geld moet betalen aan B en B moet geld aan A betalen, mogen zij dat meestal met elkaar verrekenen. In een faillissement nog meer dan normaal. Wat echter niet mag is in het zicht van het faillissement van de ander een vordering of een schuld overnemen om te kunnen verrekenen.
 
De Hoge Raad heeft jaren geleden beslist dat deze regel ook geldt voor banken. Indien iemand geld overmaakt op een bankrekening van een ander ontstaat immers een schuld van de bank aan die ander. De bank neemt daarmee de schuld over van degene die het geld overmaakte. Deze schuld mag de bank niet verrekenen met haar vordering op de rekeninghouder vanaf het moment dat zij op haar twee vingers kan natellen dat de rekeninghouder failliet zal gaan. Betalingen tijdens het faillissement mag de bank sowieso niet verrekenen.

Dit verbod geldt niet als de derde een vordering betaalt die is verpand aan de bank. Op dat geld had de bank namelijk toch al recht. Dat geldt zowel in als buiten faillissement.

Het verbod geldt dus wel als de vordering waarop wordt betaald niet is verpand aan de bank. De vraag is of deze regel ook geldt voor het pandrecht op banktegoeden. Deze vraag rees in het faillissement van Eurocommerce in Deventer, waarin ik een van beide curatoren ben. Eurocommerce werd door negen verschillende banken gefinancierd, terwijl de betaalrekeningen alleen bij de Rabobank liepen. Wij curatoren hebben in een procedure afgifte van die betalingen gevorderd.

De Hoge Raad heeft in die procedure nu uitgemaakt dat de bank in dat geval geen verhaal kan nemen op grond van haar pandrecht op het door de betalingen toegenomen banksaldo. Die toename is immers het gevolg van betalingen van derden na het moment waarop voor de bank duidelijk is dat de rekeninghouder failliet zal gaan.

Hetzelfde probleem doet zich overigens voor bij winkelbedrijven: de vorderingen op de afnemers worden immers vrijwel direct aan de kassa voldaan door middel van contante betaling of betaling per PIN.


Paul Schepel
Mr. P.F. Schepel

“Al ruim 30 jaar beoefen ik het vak van advocaat met veel plezier. Mijn interesse gaat voornamelijk uit naar het oplossen van juridisch complexe vraagstukken, maar dan wel met een praktische inslag. Juist de combinatie van juridisch denkwerk en een zo goed mogelijk advies geven aan de klant, is wat mijn werk interessant maakt. Als curator bij enkele grote faillissementen in de omgeving, voel ik me regionaal betrokken. Eén van mijn grootste faillissementen is Eurocommerce in Deventer.
 
Rondom mijn specialisatie faillissementsrecht bevindt zich een grote waaier van vele rechtsgebieden: huurrecht, arbeidsrecht, goederenrecht en milieurecht. Binnen de verschillende zaken staat het belang van de opdrachtgever altijd centraal. Hierbij worden de belangen afgewogen tegen de kosten, ofwel het managen van verwachtingen op een realistische wijze.”

Over Paul

Paul is vanaf 1986 werkzaam als advocaat bij JPR Advocaten. De eerste jaren is hij in vele rechtsgebieden werkzaam geweest. Daardoor kan hij nog steeds het hele werkveld overzien. Daarnaast was hij actief bij de Nederlandse Niet-rokersvereniging CAN, waarvoor hij meerdere rechtszaken heeft gevoerd. Zijn huidige focus ligt bij het ondernemingsrecht, met als specialisatie insolventierecht. Daarnaast is hij sinds 2008 lid van het College van Afgevaardigden van de Orde van Advocaten.

Contact opnemen met JPR

Op de hoogte blijven?
Meld u aan voor de nieuwsbrief: