Menu
JPR Advocaten

Onrechtmatige dividenduitkering

Geschreven op 9 mei 2012  •  Auteur: Marjolein van Leeuwen
Onrechtmatige dividenduitkering
Op 15 februari 2012 heeft de Rechtbank Rotterdam een uitspraak gewezen over een onrechtmatige dividenduitkering. Alhoewel er inmiddels al een duidelijke lijn in de jurisprudentie bestaat over de rechtmatigheid en onrechtmatigheid van dividenduitkeringen, is het goed om het geheugen aan de hand van deze uitspraak nog eens op te frissen.

De casus die in deze uitspraak werd behandeld, is als volgt. Scheepvaartbedrijf Woortman B.V. (verder ‘Woortman’) heeft twee aandeelhouders, die tevens bestuurders van de vennootschap zijn. Op 6 juli 2007 is door de verkoper een motorvrachtschip aan Woortman verkocht voor € 2.450.000,= exclusief BTW. In januari 2009 is door de aandeelhouders van Woortman besloten tot uitkering van dividend en agioreserves van in totaal € 2.458.803,= aan de aandeelhouders en is dat dividend ook aan de aandeelhouders betaald. In november 2009 werd Woortman voorts veroordeeld om het schip van de verkoper af te nemen tegen betaling van ruim € 3.000.000,=. Woortman nam het schip niet af en betaalde niets aan de verkoper. Op 20 juli 2010 is Woortman in staat van faillissement verklaard.

De verkoper heeft het hier niet bij willen laten zitten. De verkoper heeft na het faillissement zelfstandig een procedure jegens Woortman geïnitieerd. Ik noem het woord ‘zelfstandig’ uitdrukkelijk, nu Woortman door het uitspreken van het faillissement ook crediteur in het faillissement is geworden en een vordering uit hoofde van onrechtmatige daad in beginsel ook toe zou kunnen komen aan de curator. Volgens het arrest Lünderstandt / Kok (HR 21 december 2001, JOR 2002/37, m.nt. NEDF) dient, in het geval het gaat om een vordering die zowel aan een crediteur zelf als aan de curator als belangenbehartiger van alle crediteuren in het faillissement toekomt, eerst op de vordering van de curator te worden beslist, zodat een crediteur die zelfstandig een procedure initieert, niet ontvankelijk zou kunnen zijn in haar vordering. In dit geval is door Rechtbank Rotterdam geoordeeld dat het hier niet ging om een handelen van de failliete vennootschap zelf, maar om handelen van derden (de aandeelhouders/bestuurders), waardoor deze vordering dus niet aan alle crediteuren in het faillissement zou toekomen en er dus ook geen sprake kon zijn van een doorbraak van de ‘paritas creditorum’ (de gelijkheid van schuldeisers) in het faillissement. De verkoper was volgens de Rechtbank dus ontvankelijk in haar vordering.

Voor wat betreft het dividend- en agiobesluit werd door de Rechtbank verwezen naar de uitspraken Nimox (HR 8 november 1991, NJ 1992,174, m.nt. Ma) en Reinders Didam Beheer c.s. / Gunning q.q. (HR 6 februari 2004, JOR 2004/67, m.nt. Van den Ingh). In die uitspraken werd bepaald dat een aandeelhouders en bestuurders uit hoofde van onrechtmatige daad jegens een crediteur van de vennootschap aansprakelijk kunnen zijn, indien zij er ernstig rekening mee moeten houden dat de vennootschap na de uitkering van dividend en agio niet in staat zal zijn al haar crediteuren (volledig) te voldoen. Volgens de Rechtbank heeft de verkoper voldoende aan haar stelplicht voldaan door te stellen dat er 2,45 miljoen euro aan de vennootschap is onttrokken door de aandeelhouders/bestuurders (door middel van het dividend- agiobesluit en de uitkering die daarop volgde) en dat dit geld ook had kunnen worden aangewend om te voldoen aan de verplichting jegens de verkoper. De Rechtbank overweegt dat het aan de aandeelhouders/bestuurders van Woortman is om te bewijzen dat zij, gegeven het dividend- en agiobesluit, nog wel in staat zou zijn geweest om de verkoper te voldoen. Als Woortman niet slaagt in dat bewijs, dan staat daarmee volgens de Rechtbank vast dat de aandeelhouders/bestuurders onrechtmatig hebben gehandeld jegens de verkoper.

Marjolein van Leeuwen
Mr. M. van Leeuwen

Marjolein van Leeuwen is advocaat bij JPR Advocaten in Doetinchem en werkzaam in het Ondernemingsrecht. Haar specialisaties binnen dit rechtsgebied zijn: vennootschapsrecht, fusies en overnames en contracten- en procesrecht. Marjolein is sinds 2007 actief als advocaat.

Contact opnemen met JPR

Op de hoogte blijven?
Meld u aan voor de nieuwsbrief: