Arbeidsrecht
22 juni 2022

Nieuwe wet heeft gevolgen voor werkgevers

Bo Simmelink

Op 1 augustus 2022 tradt de Wet implementatie EU-richtlijn transparante en voorspelbare arbeidsvoorwaarden in werking. Met deze nieuwe wet werd een aantal huidige wetsartikelen aangepast. Daarnaast komen er ook nieuwe wetsartikelen met (nieuwe) rechten voor werknemers. De belangrijkste wijzigingen zijn:

  • Uitbreiding van de informatieverplichting voor werkgevers
  • Geen terugbetalingsverplichting bij verplichte opleiding
  • Bij een objectieve reden is een verbod op nevenwerkzaamheden toegestaan

1. Uitbreiding van de informatieverplichting voor werkgevers

Als werkgever moet u werknemers op tijd informeren over de arbeidsvoorwaarden. Doet u dat niet, dan bent u als werkgever aansprakelijk voor de schade die de werknemer hierdoor lijdt. De arbeidsvoorwaarden worden doorgaans aan het begin van het dienstverband in de arbeidsovereenkomst vastgelegd. Denk hierbij aan de functie, het loon en het tijdstip van indiensttreding. Deze informatieverplichting wordt nu verder uitgebreid en hieraan worden ook termijnen gekoppeld. Zo moet u vanaf 1 augustus 2022 werknemers o.a. ook informeren over:

  • Betaald verlofregelingen;
  • De procedure die de werkgever en de werknemer in acht moeten nemen als de overeenkomst wordt beëindigd;
  • De afzonderlijke bestanddelen van het loon, de wijze en frequentie van uitbetaling;
  • Regelingen over het verrichten van arbeid buiten de normale dagelijkse arbeidstijd en het loon daarvoor en (indien van toepassing) alle regelingen over het wisselen van diensten;
  • In het geval de tijdstippen waarop de arbeid moet worden verricht niet vast staat, regelingen over de uren en het loon;
  • Indien van toepassing, de duur en voorwaarden van een proeftijd;
  • Indien van toepassing, het recht op scholing.

2. Geen terugbetalingsverplichting bij verplichte opleiding

De nieuwe wet heeft ook gevolgen als er sprake is van een verplichte opleiding. Alle kosten die de werknemer moet maken rondom deze opleiding zijn voor rekening van de werkgever. Een verplichte opleiding moet dus kosteloos zijn voor de werknemer. Maar wat is een verplichte opleiding? Dat zijn opleidingen die op grond van de (nationale of Europese) regelgeving of de CAO verplicht zijn. Onder verplichte opleiding wordt niet verstaan beroepsopleidingen of opleidingen die werknemers verplicht moeten volgen voor het verkrijgen, behouden of vernieuwen van een beroepskwalificatie. Het gaat dan om zogenoemde gereglementeerde beroepen.

De verplichte opleiding wordt ook aangemerkt als arbeidstijd. Hij moet – als dat mogelijk is – onder werktijd worden aangeboden. Door de nieuwe wet is een studiekostenbeding met een terugbetalingsverplichting dus niet meer geldig ten aanzien van verplichte opleidingen. Wordt er in zo’n geval toch een studiekostenbeding opgenomen, dan is dit nietig. Dat wil zeggen dat het van rechtswege niet geldig is. Dat geldt ook voor de al bestaande overeenkomsten met een studiekostenbeding voor een verplichte opleiding. Voor opleidingen die niet verplicht zijn, blijft het wel mogelijk om een studiekostenbeding overeen te komen.

3. Bij een objectieve reden is een verbod op nevenwerkzaamheden toegestaan

Met de nieuwe wet wordt het uitgangspunt dat u als werkgever een werknemer niet mag verbieden of beperken om (ook) voor anderen arbeid te verrichten. Dat mag u als werkgever alleen doen als u daar een zogenoemde ‘objectieve reden’ voor heeft. Onder een objectieve reden wordt onder meer verstaan de gezondheid en veiligheid van de werknemer, de bescherming van vertrouwelijke bedrijfsinformatie en het vermijden van belangenconflicten. Kunt u geen objectieve reden aanvoeren, dan kunt u een werknemer niet verbieden nevenwerkzaamheden te verrichten. In zo’n geval is het nevenwerkzaamhedenbeding in de arbeidsovereenkomst nietig (van rechtswege niet geldig).

Gerelateerde berichten

Meld je aan voor onze nieuwsbrief

Ontvang als eerste alle relevante juridische ontwikkelingen.