Menu
JPR Advocaten

Kunnen rechters en arbiters een contractuele boete matigen?

Geschreven op 18 maart 2019  •  Auteur: Peter Breukelaar
Kunnen rechters en arbiters een contractuele boete matigen?

In mijn praktijk blijkt keer op keer: te late oplevering is voor alle betrokkenen in de bouw een nachtmerrie: opdrachtgevers kunnen met hun bedrijf of hun woning nog niet verhuizen, maar moeten al wel weg uit hun oude woning of bedrijfspand, aannemers vrezen boetes en schades. Wordt u aangesproken tot betaling van een torenhoge contractuele boete: hoe zat het dan ook weer met de mogelijkheid van matiging?

Steeds hogere boetes

Cruijff zei het al: “er is maar 1 moment dat je op tijd kan komen, ben je er niet dan ben je of te vroeg of te laat.”

Buiten het voetbal is het (meestal)  geen probleem om te vroeg te presteren. Veel contracten en algemene voorwaarden bevatten echter een boete voor het geval een van de partijen te laat presteert. Die boetes kunnen nogal eens oplopen.

In bouwcontracten en bestekken worden steeds hogere boetes voor te late oplevering opgenomen. De standaard bedragen die in de UAV en de AVA zijn opgenomen, worden meestal vervangen door veel hogere bedragen, oplopend tot duizenden euro’s per dag.

Tegelijkertijd heeft de bouw te maken met aannemers, onderaannemers, leveranciers, zzp’ers en medewerkers die de overdaad aan werk niet aankunnen. Oftewel: een ideale voedingsbodem voor te laat opleveren en voor claims van opdrachtgevers op basis van de overeengekomen boete, soms ook nog gecombineerd met (aanvullende) daadwerkelijk geleden schade.

Matiging mogelijk?

Zoals gezegd: de boetes zijn vaak niet mals en met regelmaat vraagt een aannemer  mij of die boetes gematigd kunnen worden. Daarover meer slecht nieuws dan goed nieuws:

Het goede nieuws: ja, de boetes kunnen gematigd worden.
Het slechte nieuws: de bevoegdheid van de rechter om boetes te matigen is zéér beperkt.

Het enkele feit dat een boete buitensporig hoog is, is voor de rechter nog geen reden om de boete (of het totaalbedrag van de opgelopen boetes) te matigen. Daarvoor is meer nodig.

De rechter kan een boete pas matigen als er sprake is van buitensporigheid in relatie tot de werkelijk geleden schade, in combinatie met allerlei andere omstandigheden. Denk daarbij aan:

  • Wie heeft de overeenkomst opgesteld?
  • Is over het boetebeding onderhandeld?
  • Wie heeft de hoogte van de boete bepaald en op grond waarvan is dat gebeurd?
  • Is mogelijk sprake van een enkel incident waardoor een boete verschuldigd is?
  • Wat is de achterliggende reden geweest om het boetebeding op te nemen?


Al deze aspecten moeten door de rechter bij een beroep op matiging beoordeeld worden.

Een man een man, een woord een woord

Daarbij hanteert de Hoge Raad steevast allereerst het uitgangspunt dat partijen, zeker professionele partijen, in beginsel gebonden zijn aan de overeenkomst en dat slechts in uitzonderlijke gevallen matigen van de boete (ingrijpen in de overeenkomst) op zijn plaats is.

Conclusie en advies

Boetes kúnnen dus gematigd worden en dat is ook wel zichtbaar in uitspraken van de Hoge Raad en van lagere rechters. Maar minstens zo talrijk zijn de uitspraken waarin de rechter weigert een boete te matigen omdat aan de criteria daarvoor niet is voldaan.

Hoofdregel is nog steeds dat wat partijen zijn overeengekomen tussen hen geldt. Uitzonderingen daarop zijn mogelijk, maar het zijn en blijven uitzonderingen.

Indien de mogelijkheid bestaat om te onderhandelen over de inhoud van de boetebepalingen: stem niet klakkeloos in met torenhoge boetebepalingen. Probeer de omstandigheden waaronder een boete verschuldigd is nader te definiëren. Stel een maximum bedrag in dat recht doet aan de posities van beide partijen.

Indien u meer wilt weten over contractuele boetes en eventuele matigingsmogelijkheden, neem dan contact op met Peter Breukelaar, advocaat bouwrecht bij  JPR advocaten, of met een van zijn collega's uit de sectie vastgoed.

Bronnen: Hoge Raad 27 april 2007 (ECLI: NL: HR: 2007:AZ6638) en Hoge Raad 16 februari 2018 (ECLI: NL: HR: 2018:207).


Peter Breukelaar
Mr. E.P. Breukelaar

Met enorm veel plezier heb ik mij gespecialiseerd in het bouwrecht. In de ruim 25 jaar dat ik optreed als bouwrechtadvocaat heb ik de bouw en het bouwrecht zien ontwikkelen tot een werkgebied waarin ik als oplossingsgericht advocaat, maar ook als jurist pur sang - indien nodig -  mijn ei volledig kwijt kan. In mijn advies- en procespraktijk heb ik me  gespecialiseerd in civiel bouwrecht, vastgoedrecht, projectontwikkeling en aanbestedingsrecht. Daardoor heb ik ruime ervaring in procederen in bouwgeschillen bij met name de Raad van Arbitrage voor de Bouw, Rechtbanken en Gerechtshoven. Een belangrijke en inspirerende aanvulling op het advocatenwerk is voor mij de mediationopleiding geweest. Inmiddels ben ik geregistreerd MfN-mediator. Verder geef ik met veel plezier talloze cursussen bij organisaties in de bouw en  in-company bij bouw- en installatiebedrijven en ben ik (gast-)docent aan de Radboud Universiteit te Nijmegen. 

Over Peter

Advocaat vanaf 1992, daarvoor onder andere bedrijfsjurist bij bouwconcern. Als advocaat bouwrecht werkzaam geweest vanaf 1995, vanaf 1998 als partner bij gespecialiseerd bouwrechtkantoor. Vanaf 2019 partner bouwrecht bij JPR. Praktisch en oplossingsgericht zijn twee belangrijke kenmerken in mijn aanpak.

Contact opnemen met JPR

Op de hoogte blijven?
Meld u aan voor de nieuwsbrief: