Menu
JPR Advocaten

Intellectuele Eigendomsrechten en de rechten van de werknemer

Geschreven op 6 juli 2012  •  Auteurs: Leonie Ouwersloot-Koster, Pascal Hulsegge
Intellectuele Eigendomsrechten en de rechten van de werknemer

Voor een werkgever is innovatie een belangrijk onderdeel voor de ontwikkeling van de organisatie. De innovatie vindt veelal niet alleen plaats op het niveau van de bestuurders of directeuren. Het zijn veelal de werknemers van een organisatie die zorgen voor de nodige creatieve inbreng. De vraag die zich voordoet bij innovatieve ideeën ingebracht door een werknemer is aan wie de rechten van deze ideeën toekomen.

Auteursrecht werknemer
Het auteursrecht is het uitsluitend recht van de maker van een werk van letterkunde, wetenschap of kunst, om dit openbaar te maken en te verveelvoudigen. Een voortbrengsel kan worden beschouwd als een auteursrechtelijk beschermd werk, als het een eigen oorspronkelijk karakter heeft en het persoonlijk stempel van de maker draagt. Bij werken welke onder het auteursrecht vallen kan men denken aan een boek, een maquette en bouwwerken. Voor het vestigen van een auteursrecht hoeft de maker geen actie te ondernemen. Het auteursrecht ontstaat immers door het maken van een werk. Wel kan het onder omstandigheden zinvol zijn om het te registeren bij het Benelux-Bureau voor de Intellectuele Eigendom. Deze registratie kan, indien er discussie ontstaat over de vraag wie de eerste maker van een werk is, als bewijs dienen.

Op basis van vorenstaande is het de werknemer die de auteursrechten op een werk gemaakt onder werktijd zou verkrijgen. Immers, de werknemer dient aangemerkt te worden als de maker. Evenwel bepaalt artikel 7 van de Auteurswet dat als een werknemer in dienst is, en zijn werkzaamheden omvatten het maken van bepaalde werken, de werkgever dan aangemerkt wordt als de maker van het werk en aldus alle auteursrechten heeft. Door artikel 7 in de Auteurswet op te nemen is de wetgever tegemoet gekomen aan de bedrijfsbelangen van werkgevers. Voor toepassing van artikel 7 Auteurswet is evenwel van belang dat het maken van werken behoort tot de werkzaamheden van de werknemer. Wanneer een werknemer onder werktijd, zonder dat hiertoe enige opdracht bestaat, bijvoorbeeld een computerprogramma schrijft, komen de rechten op dit werk niet toe aan de werkgever.

Wenselijk kan zijn dat de werkgever ook de auteursrechten verkrijgt ten aanzien van de werken die niet behoorden tot de bedongen werkzaamheden van de werknemer, maar wel bedrijfsgevoelige kennis bevatten. Om te bewerkstelligen dat de werknemer deze auteursrechten dient over te dragen, verdient het aanbeveling om een Intellectueel Eigendomsbeding in de arbeidsovereenkomst op te nemen. Hierin wordt bepaald dat de werknemer gehouden is mee te werken aan het overdragen van de auteursrechten van alle werken aan de werkgever.

Vorenstaande geldt eveneens voor een werknemer die een tekening of model ontwerpt in de uitoefening van zijn functie.

Auteursrecht Freelancer
Artikel 7 van de Auteurswet is alleen van toepassing op werknemers. Een freelancer behoudt aldus zelf de auteursrechten op de gemaakte werken. Dat deze werken in opdracht van de opdrachtgever zijn gemaakt, maakt dit niet anders. Wanneer een opdrachtgever gebruik wenst te maken van deze werken, anders dan voor het specifieke doel van de opdracht, dient hij iedere keer toestemming te verkrijgen van de freelancer.

Om te voorkomen dat de auteursrechten bij de freelancer blijven rusten, verdient het aanbeveling om in de overeenkomst van opdracht een Intellectueel Eigendomsbeding op te nemen. Hierin wordt bepaald dat de werken die door freelancer gehouden is mee te werken aan het overdragen van de auteursrechten van alle werken aan de opdrachtgever.

Vorenstaande geldt eveneens voor een freelancer die een tekening of model ontwerpt in opdracht van een opdrachtgever, tenzij de opdracht is gedaan met het oog op een gebruik in handel of nijverheid van het voortbrengsel waarin de tekening of het model is belichaamd.

Octrooirecht
Het octrooirecht is het exclusieve recht van de uitvinder van een nieuw voortbrengsel om gedurende een periode van 20 jaar de uitvinding te exploiteren. Slechts een uitvinding die nieuw is, op uitvinderswerkzaamheden berust en toegepast kan worden op het gebied van de nijverheid is vatbaar voor octrooi. Er kan aldus geen octrooi worden aangevraagd op methoden voor bedrijfsvoering en computerprogramma’s.

In tegenstelling tot het auteursrecht wordt het octrooirecht niet van rechtswege gevestigd. Een uitvinder zal aldus een Nederlands octrooi moeten aanvragen. De bescherming geldt dan alleen in Nederland. Het is ook mogelijk om een Europese of een internationale aanvraag te doen. Alsdan geldt de bescherming in die landen waarvoor het octrooi is aangevraagd en verleend.

Om als werkgever te bewerkstelligen dat een werknemer meewerkt aan het vestigen van het octrooirecht op naam van de werkgever, verdient het aanbeveling een Intellectueel Eigendomsbeding op te nemen in de arbeidsovereenkomst of in geval van een freelancer in de overeenkomst van opdracht. Door het opnemen van een dergelijke bepaling stemt de werknemer of freelancer op voorhand al in met de aanspraak van de werkgever/opdrachtgever op de uitvinding en het verlenen van de voor de octrooiaanvraag noodzakelijke medewerking. Dit voorkomt de nodige discussie en onderhandeling op het moment dat een uitvinding tot stand is gekomen. Met een Intellectueel Eigendomsbeding kan echter niet worden voorkomen dat de werknemer of freelancer aanspraak kan maken op een aanvullende vergoeding voor zijn uitvinding, wanneer het door hem reeds genoten loon niet in verhouding staat tot het belang van de uitvinding en de omstandigheden waaronder deze heeft plaatsgevonden.

Conclusie
Als werkgever of opdrachtgever heeft men veel baat bij het opnemen van een Intellectueel Eigendomsbeding in de arbeidsovereenkomst of overeenkomst van opdracht. Door het opnemen van een dergelijk beding, stemt de werknemer of freelancer op voorhand in met het overdragen van de Intellectuele Eigendomsrechten. Ook eventuele financiële compensaties kunnen al op voorhand worden overeengekomen. Dit voorkomt de nodige discussie en onderhandeling op het moment dat een werk of uitvinding tot stand is gekomen.

Indien u een standaard Intellectueel Eigendomsbeding wenst te ontvangen kunt u contact opnemen met ondergetekenden, alsdan zal u kosteloos een Intellectueel Eigendomsbeding worden toegezonden.


Leonie Ouwersloot-Koster
Mr. L.J.T. Ouwersloot-Koster

Leonie Ouwersloot-Koster is advocaat bij JPR Advocaten in Deventer en werkzaam in het Arbeidsrecht en Ondernemingsrecht. Haar specialisaties binnen deze rechtsgebieden zijn: CAO-recht, medezeggenschap, individueel- en collectief ontslag, intellectueel eigendom en ICT. Leonie Ouwersloot-Koster is sinds 2009 actief als advocaat.

Pascal Hulsegge
Mr. P. Hulsegge

Pascal Hulsegge is advocaat bij JPR Advocaten in Deventer en werkzaam in het Arbeidsrecht en Ondernemingsrecht. Haar specialisaties binnen deze rechtsgebieden zijn: CAO-recht, medezeggenschap, individueel- en collectief ontslag en intellectueel eigendom. Pascal is sinds 2005 actief als advocaat.

Contact opnemen met JPR

Op de hoogte blijven?
Meld u aan voor de nieuwsbrief: