Arbeidsrecht
4 juni 2014

Infectiepreventie: altijd goede reden voor (kleding-)instructies?

JPR advocaten
Infectiepreventie: reden voor instructies? | JPR Advocaten

Mag de pedagogisch medewerkster van een ziekenhuis weigeren om met blote onderarmen te werken? In de wet is bepaald dat het werkgevers vrijstaat voorschriften op te leggen omtrent het verrichten van arbeid, maar ook ter bevordering van de goede orde in de onderneming van de werkgever. Onder dit algemeen geformuleerde uitgangspunt valt de bevoegdheid van de werkgever om kledinginstructies te geven. Deze bevoegdheid is echter niet onbeperkt.

De werknemer heeft immers het grondrecht van bescherming van zijn persoonlijke levenssfeer. Daaronder valt het recht om zich te kleden zoals hij/zij wenst. Bij het instellen van een kledingvoorschrift, dient de werkgever dan ook na te gaan of het kledingvoorschrift een noodzakelijk bedrijfsbelang dient. De veiligheid, gezondheid of hygiëne zullen de toets aan het noodzakelijke bedrijfsbelang meestal doorstaan. Echter, per geval zal beoordeeld moeten worden of sprake is van een dermate noodzakelijk bedrijfsbelang dat de persoonlijke (kleding-)keuze van de werknemer daarvoor moet wijken.

Casus

De kantonrechter te Rotterdam kreeg recent de vraag voorgelegd of het terecht was dat de pedagogisch medewerkster van een ziekenhuis weigerde om werkkleding te dragen. Het ziekenhuis had kledingvoorschriften ingesteld om hygiënische redenen, met name infectiepreventie. De pedagogisch medewerkster behoorde tot de groep werknemers die zich aan de kledingvoorschriften diende te houden. De werkgever beriep zich op een landelijke richtlijn die voorschrijft dat iedereen die patiëntgebonden werkzaamheden verricht werkkleding dient te dragen.

De werkneemster had wegens haar islamitische geloofsovertuiging echter bezwaar tegen het werken met onbedekte onderarmen en daarom bezwaar tegen de werkkleding. Zij beriep zich op dezelfde landelijke richtlijn als de werkgever waarin tevens was opgenomen dat medewerkers die alleen sociale contacten hebben met patiënten, zoals een pedagogisch medewerker, van de regel werden uitgezonderd.

Uitspraak kantonrechter

De rechter moest vervolgens beoordelen of de weigering van het dragen van werkkleding een reden voor ontslag opleverde. Uiteindelijk kwam het bij de beoordeling aan op de feitelijke situatie. De kantonrechter oordeelt, volgens mij terecht, dat de functienaam of -omschrijving niet doorslaggevend is. Het gaat om de vraag of er in de uitoefening van het werk sprake is van patiëntencontact.

Patiëntencontact was voor werkneemster onvermijdelijk. Daarmee was handhaving van het kledingvoorschrift gerechtvaardigd. Omdat werkneemster bleef weigeren om aan de voorschriften te voldoen, was ontslag aan de orde. De gewijzigde hygiëneregels kwamen echter wel voor rekening en risico van de werkgever zodat werkneemster wel een ontbindingsvergoeding toekwam.

Gerelateerde berichten

Meld je aan voor onze nieuwsbrief

Ontvang als eerste alle relevante juridische ontwikkelingen.