Menu
JPR Advocaten

Blij dat ik glij; de glijclausule

Geschreven op 2 mei 2016  •  Auteur: Team insolventie Doetinchem
Blij dat ik glij; de glijclausule

Stel, u hebt een bedrijf en u verkeert in financieel zwaar weer. En stel, uw bedrijf houdt aandelen in een ander bedrijf dat nog niet in het zware weer verkeert waarin u verkeert. U kent iemand die de aandelen wel van u wil kopen, maar wel voor het symbolische bedrag van € 1,00. In de overeenkomst neemt u een clausule op waarin wordt vastgelegd dat, wanneer later wordt vastgesteld dat de aandelen meer waard blijken te zijn, de overeenkomst niet wordt vernietigd, maar dat de koper en verkoper de mogelijkheid hebben om in onderling overleg een hogere koopprijs voor de aandelen overeen te komen. Mag dat?

Deze clausule wordt de ‘glijclausule’ genoemd en het Gerechtshof Den Bosch heeft hier onlangs uitspraak over gedaan. In die zaak was het zo dat de koper en de verkoper nauw aan elkaar verbonden waren, omdat de bestuurders van koper en verkoper levenspartners van elkaar waren. De verkoper zal de glijclausule dan ook niet zo snel inroepen, waardoor het voor schuldeisers van de verkoper heel lastig is om zich te verhalen op het vermogen van de verkoper.

Een glijclausule mag onder omstandigheden wel worden gebruikt. Bijvoorbeeld wanneer de koper een partij is die niet nauw aan de verkoper verbonden is. En bijvoorbeeld wanneer het verkopen van het actief wordt gebruikt om een faillissement juist te voorkomen en wanneer er een weliswaar lage, maar wel een reële prijs wordt betaald. Vaak zal een symbolisch bedrag van € 1,00 overigens wel wat aan de lage kant zijn… Het moet voor schuldeisers van de verkoper in ieder geval mogelijk zijn om een beroep te doen op de clausule en om zodoende zijn verhaalsmogelijkheden op het vermogen van de verkoper te behouden. Een uitwerking dus van de Actio Pauliana, zoals die is neergelegd in artikel 3:45 BW.

Wat gebeurt er vervolgens als met succes een beroep op de glijclausule wordt gedaan? Dan moet een reële koopprijs worden vastgesteld, bijvoorbeeld door een belastingautoriteit of een gerechtelijke instantie. De koper en verkoper zullen hier dan actief aan moeten meewerken. Zo kan de koper aan de verkoper aanbieden om een bedrag te betalen om het nadeel voor de schuldeisers aanzienlijk te verminderen.

Lees hier de volledige uitspraak.

Wilt u meer weten over deze uitspraak of over de Pauliana in het algemeen? Onze advocaten en juristen staan u graag met raad en daad bij.



Op de hoogte blijven?
Meld u aan voor de nieuwsbrief: