Menu
JPR Advocaten

De vijf belangrijkste wijzigingen onder de WNT vanaf 1 januari 2019 (3/3)

Geschreven op 21 december 2018  •  Auteur: Hugo de Boef
De vijf belangrijkste wijzigingen onder de WNT vanaf 1 januari 2019 (3/3)

De Wet normering topinkomens (WNT) stelt regels over de bezoldigingsmaxima van topfunctionarissen bij instellingen met een publieke of semipublieke taak.

Jaarlijks, uiterlijk in de maand november, vinden er wijzigingen in WNT-regelgeving plaats.
 
Deze bijdrage is de derde en laatste in een serie van in drie bijdragen.
Vorige week schreef ik over de vraag of schadevergoeding en smartengelden en de werkgeverspremie of-bijdrage overgangsrecht VPL tot het begrip bezoldiging moet worden gerekend.
 

In deze bijdrage 3/3 sta ik stil bij de aanscherping van het begrip ‘gewezen topfunctionaris’ en de pro forma-uitspraak.

De vijf meest opvallende wijzigingen

  1. Mede in verband met de (algemene) verhoging van het bezoldigingsmaximum van € 187.000,00 naar € 193.536,00, vindt een brede indexatie of verhoging plaats.
  2. De afkoop van vakantiedagen wordt niet meer genormeerd.      
  3. Schadevergoedingen en smartengelden worden niet als bezoldiging aangemerkt en de werkgeverspremie of – bijdrage overgangsrecht VPL wordt daar wel toe gerekend.         
  4. Het begrip ‘gewezen topfunctionaris’ wordt aangescherpt.     
  5. Een pro forma-uitspraak is nu erkend als een rechterlijke toets waarmee boven het WNT-maximum uitgekomen kan worden.

Wanneer is sprake van een (gewezen) topfunctionaris?

Uit de organisatiestructuur volgt primair wie in het concrete geval als topfunctionaris wordt aangemerkt. Hierop kan de vervolgvraag gesteld worden of de werkelijkheid overeenkomt met de bevoegdheidsverdeling uit – bijvoorbeeld - statuten of een organogram. Immers, komt die niet overeen, dan kan de functionaris op goede grond aanvoeren dat hij of zij geen topfunctionaris is. Daarmee zou dus zijn of haar bezoldiging (en uitkering) niet zijn genormeerd op grond van de WNT.

In de Beleidsregels WNT 2019 wordt een nieuwe bepaling opgenomen die ziet op uitleg over de ‘gewezen topfunctionaris’. Sinds 1 januari 2018 is bepaald dat functionarissen ondanks het neerleggen van de functie voor een periode van vier jaar vanaf dat tijdstip topfunctionaris blijft.
 
De Uitvoeringsregeling WNT bepaalt vanaf 1 januari 2019 dat de WNT-norm op een functionaris van toepassing blijft wanneer de functie als topfunctionaris is ingegaan op of na 1 januari 2018, de functie ten minste 12 maanden is vervuld en de functionaris bij dezelfde rechtspersoon werkzaam blijft (of binnen 12 maanden wordt).
 
Of de (top)functionaris werkzaam zal zijn bij een andere, maar gelieerde, rechtspersoon, zal niet direct verschil maken: de gewezen topfunctionaris blijft topfunctionaris. Daarmee wordt zijn of haar salaris en/of  uitkering genormeerd.

Pro forma rechterlijke uitspraken

Indien een uitkering de WNT-norm overstijgt en voortvloeit uit een rechterlijke uitspraak, is zij niet onverschuldigd betaald. Een rechterlijke uitspraak maakt overschrijding van de WNT-norm dus mogelijk.
 
In literatuur wordt wel eens betoogd dat de pro forma-uitspraak geen ‘toverstokje is waarmee je verschuldigd in onverschuldigd veranderd’. Met andere woorden: het is niet in lijn met de WNT wanneer partijen de rechter een hapklare zaak voorleggen en daarbij (beiden) vragen om toekenning van een vergoeding boven de WNT-norm, waarop de rechter die vergoeding zonder meer zou toekennen.
 
In de praktijk is gebleken dat de rechter de WNT als een factor van belang meeweegt in zijn beslissing. De wetgever ziet hier (nu wel) een voldoende waarborg in. Vanaf 1 januari 2019 bepaalt de Uitvoeringsregeling WNT daarom dat ook pro forma-uitspraken een uitzondering op overschrijding van de bezoldigingsnorm mogen vormen. Hiermee is het standpunt ingenomen dat ook bij een pro forma-uitspraak wel degelijk sprake is van een rechterlijke toets.

Afsluitend

Met gebruikmaking van een pro forma-verzoek, wordt zowel de instelling als de topfunctionaris ruimte geboden samen op zoek te gaan naar een oplossing binnen de grenzen van de WNT.
Dat komt mij voor als een goede ontwikkeling, want zo krijgen partijen de kans een zaak pragmatisch af te ronden, zonder afhankelijk te zijn van de eventuele goedkeuring van een accountant – welke goedkeuring overigens geen vrijbrief vormt.
 
De Wet normering topinkomens en onderliggende regelgeving vormt een complex geheel. Het is niet voor niets dat vanuit de (uitvoerings)praktijk met regelmaat kritiek wordt geuit op de vraag of de wet wel voldoende eenduidig is en toegankelijk.
 

Vragen? Handvatten nodig bij toepassing van de Wet normering topinkomens?

JPR Advocaten denkt mee, pakt aan en lost op.


Hugo de Boef
Mr. H.H. de Boef

“Vanaf het begin van mijn rechtenstudie is mij keer op keer duidelijk geworden dat iedereen de wet kan raadplegen, maar dat daarmee heel weinig is gezegd over een specifieke zaak.
Ik vind het boeiend dat het bij wetgeving veelal om het grotere geheel gaat: die ene wettelijke bepaling moet je tegen het licht houden van andere bepalingen en vergelijkbare rechtspraak. En bovendien, wat betekent ‘redelijk en billijk’ nu eigenlijk?
 
Als advocaat zie ik het als mijn rol om voorop te lopen in het doolhof van wet- en regelgeving. Met mijn kennis en ervaring vallen mij de relevante details in een vroeg stadium op. Dat is belangrijk, want die details kunnen op een later moment een mogelijke rol gaan spelen.

Ik voel mij betrokken bij de mensen die ik bijsta en de zaken die ik doe. De verschillende mensen die ik dagelijks spreek en de complexe zaken die ik doe, zorgen voor uitdaging en een prettige afwisseling in mijn werk. Elke oplossing die ik aandraag vergt creativiteit en dat geeft mij een gevoel van vrijheid.”

Over Hugo

Na afronding van de politieacademie begon Hugo zijn loopbaan als politieagent. Vanwege de behoefte aan meer theoretische kennis en daarmee uitdaging, besloot hij rechten te studeren. Sinds 2014 is Hugo naast zijn studie werkzaam geweest als griffier bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. Vanaf 2017 werkt hij bij JPR Advocaten in Deventer. Hugo is werkzaam op het gebied van arbeids- en ondernemingsrecht en gespecialiseerd in ontslag-, contracten- en procesrecht, vennootschapsrecht en de Wet normering topinkomens (WNT).

Contact opnemen met JPR

Op de hoogte blijven?
Meld u aan voor de nieuwsbrief: