Twitter LinkedIn

Arbeidsrecht 2011, nr. 7

31-08-2011


Opschudding van het collectief ontslagrecht ?

Opschudding van het collectief ontslagrecht ?

Eind 2009 zijn Kamervragen gesteld omtrent mogelijke ontduiking van de Wet Melding Collectief Ontslag (WMCO) in de praktijk. Volgens de Regering is van ontduiking geen sprake. Wel noopt de grote opmars van het beëindigen van arbeidsovereenkomsten met wederzijds goedvinden tot aanpassing van deze Wet. En passant geeft dat tevens de mogelijkheid een aantal ongerijmdheden in die Wet te repareren.  Zodoende heeft de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid een wetsvoorstel ingediend om tot wijziging van de WMCO te komen.

Inleiding
Wetsvoorstel 32718: “Wijziging van de WMCO in verband met uitbreiding van de reikwijdte en bevordering van de naleving”. Deze titel van de wetswijziging vat in een notendop de twee meest pregnante wijzigingen samen. De eerste opvallende aanpassing ziet erop beëindigingen met wederzijds goedvinden te betrekken in het aantal ontslagen, dat minimaal nodig is om de WMCO te activeren. De tweede aanpassing repareert dat een enkele melding aan de vakbond(en) van het voornemen tenminste 20 arbeidsovereenkomsten te beëindigen, in de toekomst niet meer voldoende zal zijn. Het venijn van het wetsvoorstel zit tenslotte in de staart: het sanctiebeleid.

Uitbreiding van de reikwijdte
Op grond van de WMCO dient een werkgever bij een voorgenomen (bedrijfseconomisch) ontslag van 20 of meer werknemers - binnen een tijdsbestek van drie maanden - hiervan melding te doen aan de belanghebbende vakbonden en UWV Werkbedrijf (UWV). Het aantal van 20 (het getalscriterium) blijft in het wetsvoorstel ongewijzigd; de ontslagroutes die meetellen voor voornoemd aantal, worden echter wel uitgebreid. Bij de huidige WMCO worden thans voor het getalscriterium alleen de voorgenomen ontslagen meegeteld die via UWV lopen of die worden voorgelegd aan de Kantonrechter. Ter illustratie: thans wordt de WMCO niet geactiveerd bij een voorgenomen ontslagronde van 100 werknemers, indien er 19 ontslagaanvragen bij het UWV worden ingediend en er 81 beëindigingen met wederzijds goedvinden tot stand komen. Toen in 1976 de huidige WMCO werd ingevoerd, kwam beëindiging met wederzijds goedvinden (nagenoeg) niet voor. De opmars van deze ontslagroute maakt echter dat de huidige WMCO van een te eng kader uitgaat. Zodra het wetsvoorstel wet wordt, komt hier verandering in. Vanaf dat moment tellen ter activering van het getalscriterium van de WMCO alle beëindigingen mee, ongeacht of sprake is van een ontslagaanvraag bij UWV, een ontbindingsverzoek bij de Kantonrechter of een beëindiging(overeenkomst) met wederzijds goedvinden.

Bevordering van de naleving
Doel van de WMCO is tijdige inschakeling door werkgever van de belanghebbende verenigingen van werknemers (vakbond) bij een voorgenomen collectief ontslag. Dit om overleg op gang te brengen over een dergelijk voornemen en de gevolgen daarvan voor werknemers. Met het wetsvoorstel wordt beoogd dit doel meer te verwezenlijken. Enerzijds door meer verplichtingen op te leggen inzake het overleg met de vakbonden en anderzijds door het sanctiebeleid – bij niet naleving – significant anders in te steken.

Hierna wordt uitgegaan van het gegeven dat de WMCO is geactiveerd, hetgeen wil zeggen dat werkgever het voornemen heeft 20 of meer werknemers – binnen een tijdsbestek van drie maanden – op bedrijfseconomische gronden te ontslaan. In de huidige vorm van de WMCO dient de werkgever in dat geval slechts een melding hiervan te doen aan de vakbond(en). Of die melding vervolgens daadwerkelijk tot overleg leidt, is thans niet doorslaggevend. Zodra de werkgever UWV kan aantonen dat de melding is gedaan, zal UWV – met inachtneming van de wettelijk bepaalde wachttijd van één maand – de ontslagaanvraag in behandeling nemen. Na invoering van het nieuwe wetsvoorstel echter zal UWV de ontslagaanvragen niet eerder in behandeling nemen, dan nadat aan de meldingsverplichting is voldaan én de werkgever de belanghebbende verenigingen van werknemers ook heeft geraadpleegd. Dit betekent derhalve dat ook daadwerkelijk overleg moet hebben plaatsgehad, tenzij de vakbond zelf afziet van het overleg.

Sanctiebeleid
De huidige WMCO gaat uit van een meldingsplicht aan de belanghebbende verenigingen van werknemers en UWV. Indien er niet wordt gemeld, waar dat wel had gemoeten, bestaat de huidige sanctie uit een verdubbeling van de wachttijd. Hiervoor is aangegeven dat UWV normaliter de ontslagaanvragen in behandeling neemt, één maand na het tijdstip van voornoemde meldingen. Constateert UWV echter dat gemeld had moeten worden, waar dat niet daadwerkelijk is gebeurd, dan schort UWV de behandeling van de ontslagaanvragen op. Vanaf het moment dat de melding (aan de vakbond) alsnog plaatsheeft neemt UWV de aanvragen (weer) in behandeling, maar nu met een wachttijd van twee maanden. De aanvraag wordt zodoende (slechts) tijdelijk vertraagd.

Zodra het wetsvoorstel wet wordt, gaat er een nieuwe wind waaien. Art. 7 wetsvoorstel WMCO bepaalt namelijk dat gedane opzeggingen met een ontslagvergunning van UWV en/of gesloten beëindigingsovereenkomsten vernietigbaar zijn, indien:

Deze vernietigbaarheid betekent dat de werknemer gedurende zes maanden na de opzegging van de arbeidsovereenkomst of het aangaan van de beëindigingsovereenkomst (buiten rechte) een beroep kan doen op de vernietigingsgronden. Indien een dergelijk beroep slaagt, gaat de beoogde beëindiging met terugwerkende kracht niet door en is de werknemer nimmer uit dienst getreden.

Voor een ontbinding geldt: eens ontbonden blijft ontbonden. Hiervoor geldt de sanctie van vernietigbaarheid derhalve niet, maar een Kantonrechter zal op basis van het wetsvoorstel zich ervan dienen te vergewissen of de WMCO van toepassing is en of aan de verplichtingen daaruit is voldaan, alvorens de arbeidsovereenkomst te ontbinden; een nieuw opzegverbod derhalve.

Conclusie
Gezien het voorgaande is het wetsvoorstel 32718 er één om in de gaten te houden. Thans is het wetsvoorstel in behandeling bij de Tweede Kamer. De verwachting is dat de verdere behandeling na het zomerreces wordt opgepakt. Uiteraard houden wij u van de ontwikkelingen hieromtrent nauwgezet op de hoogte.

Ruben Schuurman is advocaat in Doetinchem en lid van de sectie arbeidsrecht
JPR Advocaten heeft vestigingen in Deventer (Salland), Doetinchem (Achterhoek) en Enschede (Twente) 

Print dit artikel

Edities